Het fort van Eben-Emael: het verhaal van een bliksemsnelle verovering en Duitse geheimdoenerij

Geschiedenis is soms dichterbij dan je denkt: achter “gewone” plaatsen kunnen verrassende, onverwachte verhalen schuilen, het ene al onbekender dan het andere. Deze week nemen we u mee naar enkele plaatsen in ons land en vertellen we u de geschiedenis van dat kleine hoekje België. Vandaag: het fort van Eben-Emael: een verhaal van Duitse geheimdoenerij en propaganda.

Eben-Emael? De meesten hebben er wel eens van gehoord. Dat was dat fort dat het Belgisch leger had gebouwd om een Duitse inval tegen te houden. Dat fort gold als het grootste van Europa, zo niet van de wereld, en werd geacht onneembaar te zijn. Toch raakte het op die fatale datum van 10 mei 1940 bliksemsnel in de handen van de Duitse Wehrmacht, met alle gevolgen van dien voor het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Een wrede Belgenmop.

Maar wie weet waar het fort ligt? Eben-Emael is ondanks de oorspronkelijk Nederlandse naam een Waals dorp op de taalgrens. Aan de Vlaamse overkant van de taalgrens ligt Zichen-Zussen-Bolder. Een magisch klinkende naam, maar het fort is niet gebouwd voor een vijand die uit Zichen-Zussen-Bolder zou komen, wel langs de andere kant, die van de Maas...

Het zal voor velen een verrassing zijn dat het fort nog bestaat. Een particuliere vereniging zorgt ervoor dat het fort tijdens de warmere maanden, in het weekend en tijdens de zomervakantie zelfs elke dag te bezichtigen is, met rondleidingen in het Nederlands. Het bezoek loont de moeite. Want pas dan realiseert men zich dat dit fort eigenlijk een complex van onderaardse ruimten en bunkers is, verbonden met een netwerk van onderaardse gangen (5 km in totaal), alles voorzien van gewapend beton. Zelfs als het fort gesloten is, kan men nog altijd bovenop het fort wandelen. Iets wat absoluut aan te raden is. 

De bovenkant van het fort bestaat voor het grootste deel uit een reusachtig grasveld, zo'n 90 voetbalvelden groot. Aan de rand zijn er kleine bunkers, maar het meest opvallend zijn enkele vreemde schotelvormige objecten op dat veld. Ze zouden zonder veel moeite voor gelande vliegende schotels kunnen doorgaan (ik vraag me af of niemand al voor de grap zo’n foto op sociale media heeft gezet…).  

In werkelijkheid zijn die "schotels" geschutskoepels, waaronder zware kanonnen stonden. Als ze niet actief waren, waren ze volledig afgedekt. Om te schieten kon de koepel langs één kant worden opgetild. De kanonnen konden in alle richtingen schieten. 

Uiteindelijk is die grote, vlakke bovenkant de achilleshiel van het fort geweest. In de vroege ochtend van 10 mei – België was nog niet eens officieel in oorlog - streken er een tiental Duitse zweefvliegtuigen op dat plateau neer met aan boord speciaal getrainde troepen. Die schakelden meteen de Belgische mitrailleurs uit, waarna ze een nieuw soort springladingen op de koepels aanbrachten.

De gevolgen waren verschrikkelijk voor wie onder de koepel stond. Binnen in het fort is de schade nog steeds te zien.  Er staat ook een (gedeeltelijk gereconstrueerd) transportzweefvliegtuig dat toen werd gebruikt voor wat de eerste luchtlandingsraid uit de geschiedenis zou zijn. Het is een van de slechts drie exemplaren van dit type zweefvliegtuig die bewaard zijn gebleven. 

In een kwartier tijd hadden de Duitse commando’s het fort blind en lam gemaakt. De meer dan duizend inzittenden konden niets doen. Toen ze helemaal door het oprukkende Duitse leger waren ingesloten, gaven ze zich na 36 uur over.

Om ten volle het belang van die inname te begrijpen, moeten we het landschap aan de oostelijke kant van het fort bekijken.  

Het zicht vanop het fort is majestueus. Men ziet de Maas met daarvoor het Albertkanaal, dat hier vrijwel evenwijdig met de Maas loopt nadat het enkele kilometers zuidelijker bij Luik van de Maas is gescheiden.

Vlak bij het fort zien we het Albertkanaal afdraaien naar het noordwesten, terwijl de Maas pal naar het noorden vloeit.  Bij die bocht zijn beide waterlopen verbonden door een sluizencomplex. Dat is de “stop van Ternaaien”. Ooit een politiek delicate kwestie, want die sluizen liggen nog net op een stuk van België, terwijl de overkant van de Maas Nederland is.

Het Albertkanaal zelf ligt volledig op Belgisch grondgebied maar de heuvel aan de overkant – de Sint-Pietersberg – is Nederland. Zonder die heuvel hadden we hier een goed zicht gehad op de stad Maastricht, die er net achter ligt.  

Bij die bocht hangt het fort recht boven het Albertkanaal. Daarvoor moest een zestigtal meters mergelgrond van het plateau van Caestert worden doorboord. Kanaal en fort werden dan ook samen aangelegd in de jaren 1930. Want het Albertkanaal had ook een strategisch-militaire bedoeling. Langs het kanaal stonden meerdere bunkers om weerstand te bieden aan een eventuele aanval uit het oosten.  De voornaamste taak van het fort was om de vijand onder vuur te nemen als die probeerde het kanaal over te steken. 

Door het fort uit te schakelen wisten de Duitsers dat te beletten. Het Belgisch leger stond klaar om zo nodig alle bruggen over het kanaal op te blazen, maar toch vielen twee bruggen intact in Duitse handen. Ze konden ongehinderd worden gebruikt.

Maar dat is niet alles. Er waren ook kanonnen naar het zuiden gericht. Even ten zuiden van het fort ligt de stad Wezet (Visé), bij het laatste stuk van de Maas dat nog volledig in België loopt. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, verliep de eerste en belangrijkste Duitse inval door België via Wezet. Nederland bleef toen van een inval gespaard, zodat de weg net langs de Nederlandse grens werd gebruikt. Als de Duitsers in 1940 opnieuw Nederland links (of beter rechts) zouden laten liggen, zou het Albertkanaal geen rol spelen, maar zou het weer een Duits gedrang bij Wezet worden. En hoe dan ook waren de Maasbruggen aldaar belangrijk. Ook daarop was het fort voorbereid. Maar ook daarvoor heeft het niet kunnen dienen. 

De verovering van het fort was een enorme psychologische opsteker voor de Duitsers en in het bijzonder nazi-propagandaleider Goebbels besteedde er dan ook veel aandacht aan. Er werden beelden verspreid van het ingenomen fort, maar over de wijze waarop dat was gebeurd, bleef men vaag en duister. De Duitsers wilden niets verklappen over de gebruikte methoden (zweefvliegers en holle ladingen).

Zelfs de Belgische militairen uit het fort, die allen krijgsgevangen werden genomen, werden een tijd afgezonderd van andere krijgsgevangenen om niets te verklappen.  Dit gaf aanleiding tot speculaties. 

De Amerikaanse journalist William Shirer, die toen in Duitsland verbleef, vertelde het zo: “Ik herinner me dat in Berlijn het OKW [Oberkommando der Wehrmacht] de onderneming een zeer geheimzinnig tintje gaf door in de avond van de 11e mei in een speciaal communiqué te verkondigen dat het fort Eben Emaël [sic] veroverd was ‘door een nieuwe aanvalsmethode’, een aankondiging die meteen het gerucht gaf – dr. Goebbels maakte er een zeer dankbaar gebruik van – volgens welke de Duitsers zouden beschikken over een dodelijk ‘geheim’ wapen, misschien een gifgas dat de zenuwen van de verdedigers verlamde.’

De waarheid was prozaïscher, zo stelde Shirer later vast. Hij vermeldde dat de Duitsers in de winter van 1939-1940 in de buurt van Hildesheim het fort en de bruggen over het Albertkanaal hadden nagebouwd, zodat de luchtlandingstroepen zich minutieus op de aanval konden voorbereiden. 

De val van het fort van Eben-Emael was het begin van een reeks dramatische gebeurtenissen met als hoogtepunten de capitulatie van het Belgisch leger (28 mei), de Britse evacuatie bij Duinkerke (26 mei-4 juni) en de Frans-Duitse wapenstilstand (22 juni). In anderhalve maand veranderde het aanschijn van Europa.

Maar uiteindelijk speelde Eben-Emael daar geen essentiële rol in. Als de Belgen stand hadden gehouden aan het Albertkanaal, had dat wellicht weinig verschil gemaakt. Want de Duitse opmars aldaar was niet veel meer dan een afleidingsmaneuver. Eigenlijk ging het om een valstrik. De Franse en Britse legers schoten België en Nederland te hulp, terwijl ze niet beseften dat de Duitse hoofdaanval zuidelijker verliep: via de Ardennen wisten de Duitse tanks in tien dagen het Kanaal te bereiken en de geallieerde legers te splitsen. Dat was de beslissende stap naar de Duitse overwinning. 

De val van Eben-Emael diende vooral de Duitse propaganda. Precies zoals het bestaan van die forten de Belgische bevolking gerust moest stellen. Want de meeste Belgen waren er wel van overtuigd dat ze goed verdedigd werden. Niet voor niets liep er toen in de Belgische cinema’s een film met als titel “Ons leger waakt”…  

Meer informatie over het fort en de mogelijkheden tot bezoek vindt men op www.fort-eben-emael.be.

Meest gelezen