Het verdwenen Fort de Knocke aan de IJzer: het verhaal van een Spaans fort en een Vlaamse list

Geschiedenis is soms dichterbij dan je denkt: achter “gewone” plaatsen kunnen verrassende, onverwachte verhalen schuilen, het ene al onbekender dan het andere. Deze week nemen we u mee naar enkele plaatsen in ons land en vertellen we u de geschiedenis van dat kleine hoekje België. Vandaag: Het verdwenen Fort de Knocke aan de IJzer: het verhaal van een Spaans fort en een Vlaamse list. 

Wie van een fort aan de IJzer hoort spreken, denkt wellicht aan de Eerste Wereldoorlog. Ten onrechte. In de Grote Oorlog waren er aan de IJzer wel veel loopgraven en zandzakjes, maar geen forten.

Maar de IJzer speelde al veel eerder een militaire rol, want hij ligt in een grensstreek. De rivier ontspringt in Frankrijk en is over zijn hele loop nooit verder dan 20 km van de Franse grens verwijderd. 

De meeste steden in het huidige Frans-Belgische grensgebied waren in vorige eeuwen goed versterkt om de toenmalige (Spaanse of Oostenrijkse) Nederlanden te verdedigen tegen een Franse aanval. Of omgekeerd, om Frankrijk te verdedigen tegen een Spaanse of Oostenrijkse aanval, want in de 17e eeuw veroverden de Fransen grote delen van Vlaanderen en Henegouwen, die ze later gedeeltelijk weer  moesten afstaan. 

Dit leidde tot een hoogtepunt van de fortenbouw, met die befaamde stervormige patronen. Een echte kunst, ten top gevoerd door de Franse maarschalk Sébastien Le Prestre de Vauban. Het werk van deze geniale vestingbouwer is nog te bewonderen in enkele versterkte stadjes over de Franse grens, zoals Grevelingen, Le Quesnoy of Rocroi, of de citadel van Rijsel. 

Vauban met een van zijn meest volmaakte vestingen : Neuf-Brisach in de Elzas

Aan de Belgische kant van de grens is daar bijna niets meer van te merken, vooral omdat België bij zijn onafhankelijkheid al die vestingen moest slopen. Enkel Ieper wist een deel van zijn stadsmuren te bewaren, terwijl er in Menen nog sporen van te vinden zijn. Maar ooit waren Veurne en Nieuwpoort zwaar versterkt.  En ergens aan de IJzer stond een klein fort, dat nu volkomen verdwenen is.   

Als de IJzer bij het dorpje Haringe België binnenstroomt is hij nog een onopvallend riviertje dat in oostelijke richting kronkelt. Hij is al flink gegroeid als hij voorbij Reninge plots naar het noorden (of eerder noordnoordoosten) afzwaait. 2,5 km verder vloeit een andere, vrijwel even grote waterloop ermee samen. Dat is de Ieperlee, de belangrijkste bijrivier van de IJzer. Eigenlijk is het een kanaal dat al in de middeleeuwen werd aangelegd om het verder gelegen Ieper met de zee te verbinden. Ieper was toen door zijn lakenindustrie een van de belangrijkste steden van Europa. 

Bij die samenvloeiing staat een bord dat de plaatsnaam aangeeft “Ter Knokke, een bewoonde kruising van wegen en rivieren”. Enkele meters voorbij de samenvloeiing ligt een lieflijk ophaalbruggetje. Dat geeft toegang tot de weg die langs de kaarsrechte Ieperlee loopt.

Hier stond een fort, bekend als “(de) Knocke”,  “(de) Knokke”, “Cnocke” of ‘La Kenoque” (dat laatste is uiteraard een Franse misvorming) 

We weten dat op het einde van de 16e eeuw, wellicht op bevel van de hertog van Parma, hier een vesting werd aangelegd. Parma had het grootste deel van Vlaanderen opnieuw onder Spaans katholiek bewind gebracht, maar Oostende was nog een hele tijd in handen van de protestanten, die tot in deze streek plundertochten uitvoerden. Vandaar die versterkingen.

De grens met Frankrijk lag toen nog veel verder, voorbij Duinkerke. Maar vanaf de jaren 1640 kwamen de Franse legers gevaarlijk dichtbij.  De Spanjaarden bouwden toen een nieuw fort aan de Knocke. In 1667 begon de Franse koning Lodewijk XIV de zogenaamde Devolutieoorlog tegen Spanje. Hierbij veroverden de Fransen niet alleen steden als Rijsel en Sint-Winoksbergen (Bergues), die nu nog Frans zijn, maar ook tijdelijk Veurne, net als het nabijgelegen Fort de Knocke. Daarop begon Vauban het fort te versterken. De man die meer dan honderd vestingen gebouwd of heraangelegd heeft, noemde het een van zijn beste realisaties.  De Knocke weerstond inderdaad een Engels beleg in 1795. 

Fort de Knocke (SAI, C08_467)

Vauban zou de Knocke als onneembaar hebben beschouwd, maar daarin zou hij zich vergissen. Vijf jaar na zijn dood - tijdens de beruchte Spaanse Successieoorlog, toen Frankrijk met half Europa in oorlog was - in de ochtend van 4 oktober 1712, werden de bruggen zoals gewoonlijk neergelaten. Een jongeman wandelde op zijn gemak het fort binnen en stak onverwacht twee Franse schildwachten neer, waarop bliksemsnel tientallen andere mannen tevoorschijn kwamen die het fort in een halfuur veroverden. Die list was het werk van Simon de Rue, een Vlaamse officier uit de streek van Brugge, maar in Hollandse dienst, die vanuit het door de Hollanders gecontroleerde Oostende met 180 man in alle stilte tot bij het fort was opgerukt.   

De Noordelijke Nederlanden kregen daarop het recht om in het fort een tegen Frankrijk gericht garnizoen te vestigen, maar in 1744 – tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog – heroverden de Fransen het, om het bij het afsluiten van de vrede terug te geven. Het was toen duidelijk dat Fort de Knocke zijn beste tijd had gehad. De bekende keizer Jozef II maakte in 1781 een eind aan de Hollandse bezetting en liet het fort slopen. Het werd letterlijk met de grond gelijk gemaakt.

Uit een handvol tekeningen en gravures weten we vrij goed hoe het fort eruitzag. Het centrum bevond zich precies op de plaats van de samenvloeiing. Op de andere oevers bevonden zich buitenwerken – ravelijnen. Het geheel was door zigzagvormige grachten omringd. Door die vorm raakte een vijand die de vesting naderde van twee kanten onder vuur. Een dam op de plaats waar nu de brug staat, kon beletten dat de grachten werden drooggelegd. 

Deze gravure uit de 18de eeuw geeft op A (links) de tuin van de gouverneur weer waarlangs Simon de Rue het fort zou zijn binnengedrongen. B i(rechts) op de rivier) is de dam (SAI, C08_169’).

Er verbleven zo’n 250 mannen in vrij comfortabele omstandigheden (in de regel goedbetaalde beroepsmilitairen). De gouverneur beschikte over een tuin. 

Wat is daarvan nog te merken? Zo goed als niets. De gebouwen zijn volkomen verdwenen. Alleen de vormen in het landschap verraden dat daar ooit grachten hebben gelegen. Een lucht- of satellietfoto maakt heel wat duidelijk. Je ziet meteen de contouren van het fort, met de top in het noorden, bij de huidige brug. 

Als we langs de IJzer wandelen, zien we aan de westelijke kant, weg van de rivier dus, weiden en velden die afgegrensd zijn door een haag of bomenrij met opvallende hoeken. Een duidelijk overblijfsel van het zigzagpatroon. 

Kijken we in de andere richting  - naar het stuk land tussen de twee waterlopen – dan is daar op het eerste gezicht niets opvallends. Maar als je goed kijkt, zie je een droge greppel waarin een paar bomen staan. Die greppel valt samen met de meest zuidelijke rand van het fort. 

Aan de oostkant, dus langs de Ieperlee, zijn de sporen veel duidelijker. Enkele jaren geleden heeft de Vlaamse Landmaatschappij de oude grachten daar opnieuw uitgegraven tot op 2,20 meter diep. Bovendien werden de randen verhoogd met de uitgegraven aarde. Zo staat er opnieuw water in de grachten, met riet en watervogels. De bedoeling van die werken, die uiteraard niet gratis waren, was uitdrukkelijk om wat rest van het fort weer zichtbaar te maken. 

Op een satellietbeeld (zie boven) zijn niet alleen de buitengracht, maar ook de contouren van het vroegere ravelijn duidelijk zichtbaar. Vanop de grond is dat iets minder duidelijk, ook al omdat de gracht niet te voet te bereiken is, maar ook vanop de weg kan de zigzagvorm worden herkend. 

Spectaculair is het allemaal niet, maar toch interessant en aangenaam om rond te kijken. De omgeving is een paradijs voor fietsers en wandelaars. De van een bomenrij voorziene weg langs de Ieperlee mag daarbij zeker niet worden overgeslagen. Die weg, die naar de Drie Grachten leidt, vormde in 1914-1918 een deel van het front. Het vroegere fort lag dus in het frontgebied, maar omdat het niet meer bestond, heeft het toen uiteraard geen rol gespeeld…

Wie eens een kijkje gaat nemen, hoeft geen documentatie mee te nemen. In het café “De Knocke” vlak bij de brug is een heuse maquette van het fort te bewonderen. En de kaart van het café bevat, naast een hele reeks lokale bieren, heel wat uitleg over het verleden.