Staken de nazi's de Rijksdag zelf in brand in 1933?

Niet de communist Marinus van der Lubbe heeft in 1933 de Rijksdag in Berlijn in brand gestoken, zo blijkt uit een teruggevonden document in de archieven van Hannover. De nazi’s zouden de Nederlander moedwillig hebben laten opdraaien voor de brandstichting. 

Het Duitse Rijksdaggebouw, het parlementsgebouw, werd bijna volledig vernietigd door een brand op 27 februari 1933. Een maand eerder waren Adolf Hitler en zijn partij de NSDAP aan de macht gekomen.

Marinus van der Lubbe, een communistische activist die in Berlijn was verzeild geraakt, werd opgepakt voor de daad en veroordeeld. In 1934 werd hij onthoofd. Intussen hadden nazi-kopstukken de brandstichting aangegrepen om een vendetta in te zetten tegen communisten, de noodtoestand uit te roepen en uiteindelijk de communistische partij te verbieden.

Of Van der Lubbe de Rijksdag echt in brand heeft gestoken, werd snel in twijfel getrokken en is tot vandaag voer voor debat.  Dirk Rochtus, professor Duitse geschiedenis aan de KU Leuven, situeert het historisch gebeuren in "De wereld vandaag" op Radio 1.

“Hitler had net nieuwe verkiezingen uitgeschreven", zegt hij. "Precies een week voor de verkiezing staat de Rijksdag in brand. De SA, de paramilitaire organisatie van de nazi’s treft de communist Van der Lubbe aan bij het Rijksdaggebouw. Hij wordt zonder meer aangewezen als de dader want hij wordt zogezegd op heterdaad betrapt."

"De nazi’s gebruikten de brand meteen als propaganda om op het gevaar van een communistische revolutie te wijzen. Een week later wint Hitler met vlag en wimpel de verkiezingen.”

© World History Archive/Ann Ronan Collection - creative.belgaimage.be

Een sullige dader

Marinus van der Lubbe bleek ook een gewillig slachtoffer, stelt professor Rochtus. “Hij was een wat sullige man. Tijdens het Reichstagsproces eind 1933 mag hij dan wel bekend hebben. Hij stond onder enorme druk, was nog maar 24, geestelijk verward en visueel gehandicapt. Hij had op dat moment ook al maanden in de gevangenis gezeten.”

“Nu is er dat nieuwe document van een voormalige SA-man, Hans-Martin Lennings. In 1955 heeft hij een ambtelijke verklaring afgelegd waarin hij zegt dat hij samen met andere SA-leden Van der Lubbe naar de Rijksdag heeft gebracht, en dat deed in opdracht. Bij aankomst rook hij al brand. Als deze verklaring klopt, dan is Van der Lubbe niet de dader.”

“In de jaren 50 was er voor het eerst sprake van om het proces tegen Marinus van der Lubbe postuum over te doen. Lennings wilde zijn steentje bijdragen om de onschuld van Van der Lubbe te bewijzen. Daarom legde hij toen deze verklaring af als getuige van het eerste uur. Hij was een zeer gelovig christen en wilde met zijn geweten in het reine komen.”

Lenning is in 1934 zelf voor de nazi’s gevlucht. Eerder was hij al een week achter de tralies gezet omdat hij had geprotesteerd tegen verdachtmakingen van Van der Lubbe.

Marinus van der Lubbe.

Een daad van verzet

Maar is het document met de verklaring van het SA-lid betrouwbaar? Dirk Rochtus: “Er zijn weinig redenen om aan te nemen dat hij zou gelogen hebben. Hij belast er zich zelfs mee, want hij zegt dat hij hand-en-spandiensten heeft geleverd aan de nazi’s, dat hij de mogelijk onschuldige Van der Lubbe naar de Rijksdag heeft gelokt.”

Duitsland heeft het proces uiteindelijk overgedaan. In 2007 werd Van der Lubbe volledig gerehabiliteerd. Al in 1967 werd de doodstraf officieel omgezet in acht jaar gevangenisstraf, hoewel de man al lang dood was.

Dirk Rochtus: “Duitsland heeft het proces van 1933 uiteindelijk officieel geannuleerd waarmee Van der Lubbe vrijgesproken werd van hoogverraad en brandstichting. Er werd gesteld dat de Nederlander een daad van verzet had gepleegd. Duitsland ging er hierbij wel nog altijd van uit dat de man ook echt de dader was.”

Ook dat laatste moet met het archiefstuk uit het Hannoveraner Amtsgericht definitief in twijfel worden getrokken.

Beluister hieronder het volledige gesprek met Dirk Rochtus in "De wereld vandaag":