Helpt de combinatie werken in een rusthuis en thuiszorg om het langer vol te houden? Zorgbedrijf Antwerpen test het uit

Zorgbedrijf Antwerpen stimuleert de zorgkundigen in hun rusthuizen om anders te gaan werken. Er is veel nood aan personeel in woonzorgcentra, maar het is mentaal zwaar werk. Om de job langer te kunnen volhouden, vraagt de directie om het werk te combineren met thuiszorg. Zo'n 150 zorgkundigen stapten al in het project. 

Wie in een rusthuis werkt, weet dat het werk er behoorlijk belastend is. Mensen wonen steeds langer thuis en zijn vaak al hoogbejaard en zwaar zorgbehoevend als ze hun intrek nemen in een woonzorgcentrum. Dat betekent dat de job van verpleeg- of zorgkundige zwaar en complex wordt. Niet alleen technisch omdat de bewoners meer verzorging nodig hebben, maar ook mentaal en emotioneel omdat ze voortdurend moeten omgaan met verlies. 

Sinds ik in de voormiddag in een rusthuis werk en in de namiddag in de thuiszorg, voel ik me niet meer moe en uitgeput. 

Zorgkundige Sharry Deprins

Om te voorkomen dat medewerkers langdurig uitvallen wegens ziekte of burn out, werkt het Zorgbedrijf Antwerpen sinds enkele maanden op een andere manier. Directeur van het Zorgbedrijf Johan De Muynck: "We merkten vorig jaar dat veel medewerkers niet tevreden waren over hun job. Vooral in de woonzorgcentra en de jeugdzorg vonden de mensen het lastig werken. Terwijl in de thuiszorg mensen net heel tevreden waren. Daarom wilden we de positieve ervaringen uit de thuiszorg naar de woonzorgcentra halen en de mensen die in de ouderenzorg werkten,  ook in de thuiszorg inzetten."

Nieuwe medewerkers krijgen niet de keuze. Ze kunnen niet meer voltijds beginnen in de woonzorgcentra van directeur Johan De Muynck. Zeventig procent is het maximum, de overige dertig procent worden ze meestal in de thuiszorg ingezet. Voor wie al voor het Zorgbedrijf werkt, is het geen verplichting om op deze manier te werken. Maar ze worden wel gestimuleerd om in deze formule te stappen.

Op deze manier combineren is de toekomst. Al is het nu nog leren hoe we het moeten organiseren. Het is elke dag vallen en opstaan.

Directeur Johan De Muynck

De bedoeling is om medewerkers meer mentale rust en afleiding te geven en een grotere variatie in het werk.  Klinkt goed, maar in de praktijk staat lang niet iedereen te springen om in het 'combi-traject' te stappen.  Faustina Sarpong is zorgkundige en werkt in de thuiszorg.  Omdat een van haar klanten wegviel en er dus uren vrij kwamen, vroeg het Zorgbedrijf haar om twee uur per week in te springen in een woonzorgcentrum.  

Zorgkundige Faustina Sarpong bij rusthuisbewoner Josephina

"Ik was niet enthousiast in het begin, want ik hou van het directe contact met mijn klanten," zegt Saprong, "maar als ik zie hoe blij mijn collega's zijn als ik 's morgensvroeg aankom om de bewoners te helpen wassen, aankleden en het ontbijt klaar te maken, dan weet ik dat ik nodig ben. Ik maak het werk voor mijn collega's lichter en voel ook de waardering van de rusthuisbewoners. Dus ja, ik doe het nu wel graag, al werk ik toch liever in de thuiszorg." 

Bekijk hier wat zorgkundigen Faustina Sarprong en Sharry Deprins vinden van het gecombineerd werken:  

Video player inladen...

We streven ernaar om de mentale belasting van de medewerkers te verminderen en het werk draaglijk te maken.

Johan De Muynck, Directeur Zorgbedrijf Antwerpen

Sharry Deprins is heel enthousiast over de combinatie werken in de thuiszorg en het woonzorgcentrum. "Ik heb dertien jaar voltijds in een woonzorgcentrum gewerkt met veel enthousiasme. Maar het werk is slopend, je moet aan een hoog tempo werken en je hebt 's avonds geen energie meer over. Sinds ik in de voormiddag in een rusthuis werk en in de namiddag in de thuiszorg, voel ik me niet meer moe en uitgeput. Als ik thuis kom, heb ik energie over om met mijn dochtertje te spelen." 

Zorgkundige Sharry Deprins

We streven ernaar om de mentale belasting van de medewerkers te verminderen en zo het werk draaglijk te maken. Maar er is meer, zegt directeur Johan De Muynck. "We merken in de thuiszorg dat klanten vragen dat de thuishulp later komt. Niet om acht uur 's morgens. Mensen willen in pyjama ontbijten en pas als ze aangekleed zijn de thuishulp binnen laten. Dat betekent dat medewerkers vaak pas na negen uur kunnen beginnen, terwijl er tussen zeven en negen 's morgens veel werk is in het woonzorgcentrum. Het is dus beter dat wie vroeg wil beginnen eerst twee uur helpt in het rusthuis en daarna naar een klant gaat om te helpen in het huishouden."

Is dit nu een mirakeloplossing? "Absoluut niet," volgens Johan De Muynck, "In de jeugdzorg doen we dit al langer. Ook daar is het werk zeer intensief. Daar merken we dat de werknemers weer meer fut hebben. Wetenschappelijk bewijs hebben we niet, maar ik heb de indruk dat dankzij deze manier van werken minder mensen met een burn out kampen of langdurig afwezig zijn in de instellingen waar het proefproject loopt."

Beluister het gesprek met Johan De Muynck uit "De ochtend":