Sabine Joosten

Prijzen vliegtuigtickets voorbije jaren met 30 procent gestegen

De vliegtuigticketprijzen in ons land zijn sinds 2010 met bijna 30 procent gestegen. Dat is een stuk meer dan de inflatie in diezelfde periode (15,6 procent). De cijfers komen van de Federale Overheidsdienst Economie. De prijsstijging gaat hand in hand met een sterke toename van de vraag.

De prijzen van vliegtuigtickets zijn in ons land de voorbije jaren gestegen. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. In de periode 2010-2018 namen de prijzen van tickets met 29,4 procent toe. In die periode was er een totale gecumuleerde inflatie van 15,6 procent. Vooral vliegreizen naar Europese bestemmingen werden de laatste jaren duurder, daar waar verre reizen net in prijs daalden.

Ook in enkele van onze buurlanden namen de prijzen van vliegtuigtickets een hoge vlucht. In de periode 2010-2018 stegen de prijzen in Nederland nog forser dan in België (+38,4 procent), terwijl de toename minder uitgesproken was in Duitsland (+21,3 procent). In Frankrijk daarentegen bleven de prijzen voor vliegtickets in 2018 min of meer op hetzelfde peil als in 2010 (-0,1 procent).

Lees verder onder de grafiek (bron FOD Economie)

Sterke stijging van de vraag

De prijsstijging van de tickets gaat gepaard met een toename van de vraag. De vraag naar vliegtuigtickets nam in de periode 2010-2018 fors toe, zowel in België (+50,0 procent) als wereldwijd (+62,3 procent). De stijging van het aantal passagiers is deels te danken aan de toename van het aantal lowcostvluchten. In 2017 betrof 31,7 procent van het totale aantal vluchten lowcostvluchten, tegen 28,6 procent in 2014 en nauwelijks 13,7 procent in 2005.

Lees verder onder de grafiek (bron FOD Economie)

Het hoge aantal passagiers in de zomermaanden juli en augustus vertaalt zich in een hogere consumptieprijs voor vliegtuigtickets. Uit de statistische analyse blijkt dat vluchten in de maanden juli en augustus gemiddeld ongeveer 20 procent duurder zijn dan in de rest van het jaar.

Toeslagen

De toename van het vliegverkeer heeft een aanzienlijke invloed op de CO2-uitstoot. In 2016 was de luchtvaartsector goed voor 3,6 procent van de totale broeikasgasuitstoot van de Europese Unie en voor 13,4 procent van de uitstoot van broeikasgassen door de transportsector.

Gevolgen van het luchtverkeer, niet alleen CO2-uitstoot, maar ook luchtverontreiniging en geluidshinder, kunnen worden gecompenseerd door systemen voor de handel in emissierechten of worden belast door de overheid en/of luchthavens.

De impact van emissiehandelssystemen op de prijzen van vliegtickets  is nog tamelijk beperkt, maar landen kunnen ook individueel beslissen om de externe effecten en kosten van het vliegverkeer in rekening te brengen in de (kost)prijs. Veelal gebeurt dat onder de vorm van taksen op vliegtuigtickets. In de EU heffen momenteel zes landen tickettaksen, waaronder Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar die hebben niet als specifiek doel bepaalde effecten te verminderen. Frankrijk en Nederland hebben echter wel beslist om de komende jaren een milieuheffing in te voeren.

Ook luchthavenbeheerders hebben heffingen ingevoerd. Zo heft Brussels Airport geluidsgebonden vergoedingen voor het gebruik van de start- en landingsbanen. Luchtvaartmaatschappijen die luide vliegtuigen inzetten, betalen meer voor het gebruik van de start- en landingsbanen, terwijl nachtvluchten duurder zijn dan dagvluchten. Ook de voornaamste luchthavens in Frankrijk en Nederland leggen geluidsgebonden toeslagen op en de belangrijkste luchthavens in Duitsland rekenen zowel emissie- als geluidsgebonden toeslagen aan.