jongeren in Guinee, 2019, foto Vriendschap zonder Grenzen

Zouden Guineese jongens vandaag ook nog in het landingsgestel van een vliegtuig kruipen?

Vandaag zijn we de huiveringwekkende beelden al gewoon van jonge vluchtelingen en migranten die sterven onderweg naar Europa. Maar 20 jaar geleden beroerde de dood van de jonge Yaguine en Fodé de hele maatschappij. De jongens hadden zich in Guinee verstopt in het landingsgestel van een toestel van Sabena en stierven door de koude en het zuurstofgebrek. Nog dramatischer was de brief die ze bij zich hadden voor de Europese leiders. Is hun wanhoopskreet gehoord en zijn de jongeren in Guinee er vandaag beter aan toe? 

De brief die de 14-jarige Yaguine Koïta en de 15-jarige Fodé Tourikara op hun lichaam hadden geklemd, gewikkeld in drie lagen plastic, is toen in verschillende kranten gepubliceerd. Het is een wanhopige oproep "van de kinderen en jonge Afrikanen aan de leiders van Europa om een grote en doeltreffende organisatie te maken voor Afrika opdat het continent vooruitgang zou maken".

Mijne heren, leden en verantwoordelijken van Europa. Het is op uw solidariteit en uw zachtaardigheid dat wij in Afrika een beroep doen. Help ons. Wij lijden enorm in Afrika (...) voor wat onze problemen betreft, hebben wij: de oorlog, de ziekten, de voeding enzovoort. 

Yaguine Koïta en Fodé Tourikara

Guinee was in 1999 een land waar je niet wilde opgroeien. Na 36 jaar van repressief marxistisch regime onder president Ahmed Sékou Touré - flink gedwarsboomd door oud-kolonisator Frankrijk - leefden Yaguine en Fodé onder het juk van de al even brute Lansana Conte. Door de burgeroorlogen in buurlanden Sierra Leone en Liberia was het land overspoeld door vele honderdduizenden vluchtelingen. 

Guinee stond op de 214e plaats van de 221 landen op de Index van de menselijke ontwikkeling (HDI), met ronduit rode cijfers voor onderwijs en tewerkstelling. Als ze al naar school gingen, zaten jongeren in overvolle klassen. 's Avonds zagen ze op de Franse zenders alles waar ze van droomden in Europa. In hun brief schreven de twee jongens niet dat ze naar Europa wilden emigreren. Ze wilden hulp om het zelf waar te maken in hun eigen land. 

Desalniettemin willen wij studeren, en wij vragen u om ons te helpen studeren zodat wij in Afrika zoals u kunnen worden

Yaguine Koïta en Fodé Tourikara

Twintig jaar later

De vereniging die destijds de lichamen van Yaguine en Fodé heeft helpen repatriëren naar Guinee om ze te begraven in hun vaderland, is opnieuw naar daar getrokken voor een herdenking (zie foto onder). De jongens zouden nu 34 en 35 jaar oud zijn. Zouden ze nu de kansen hebben gekregen waar ze toen om vroegen? 

Herdenking begraafplaats Conakry, foto Riet Dhondt (midden op foto)

Als je er de ontwikkelingsstatistieken van vandaag bij neemt, is Guinee flink opgeschoven. Het land heeft een min of meer democratisch bestel onder president Alpha Condé. Ondanks de terugval tijdens de ebolacrisis van 2014, kent het land nu een economische groei van zes procent. De staatsschuld en de inflatie zijn flink ingedijkt. President Alpha Condé is een tijdlang voorzitter geweest van de Afrikaanse Unie. Daardoor heeft hij heel wat buitenlandse investeerders aangetrokken en ook van de internationale instellingen geld losgeweekt. 

Race om het rode goud

De mijnindustrie bloeit enorm. Guinee heeft maar liefst een derde van de wereldvoorraad bauxiet in de grond steken, een grondstof die makkelijk is om te zetten naar aluminium. Uit heel de wereld, zeker uit China, komen de bedrijven massaal afgezakt om dat kostbare mineraal te delven. Alleen in het vroegere staatsbedrijf "Compagnie des Bauxites de Guinée" heeft de staat nog bijna de helft van de aandelen, de rest van de bedrijven hebben Chinese, Franse, Australische, Russische of Britse bazen. 

Op het eerste gezicht hebben die onder druk van de regering ook geïnvesteerd in de bouw van wegen, huizen en spoorwegen. Ze hebben ook miljarden euro's veil om het bauxiet niet langer als ruw materiaal te verschepen en elders te gaan raffineren.

Zo heeft SMB (Société Minière de Boké), dat in 2017 31 miljoen ton bauxiet naar boven haalde, 2,5 miljard euro betaald voor een raffinaderij ter plaatse die over drie jaar moet werken. Dat is goed nieuws voor de werkgelegenheid en het houdt meer kapitaal in Guinee zelf. Bovendien probeert de regering de economie te diversifiëren en de landbouw opnieuw aantrekkelijk te maken, zodat de plattelandsvlucht ophoudt. 

Bauxietmijn Guinee, foto Vriendschap zonder Grenzen

Ongeduld en weerbaarheid

Maar er is een keerzijde. De weg naar een inclusieve groei is lang. Het geld van de export van bauxiet komt niet terecht bij de arme bevolking van wie 35 procent minder dan 1,5 euro per dag verdient. Nog altijd scoort Guinee slecht op het vlak van onderwijs en jongerentewerkstelling. Bovendien dringt de tijd door de demografische explosie. Nu telt het land 12,7 miljoen inwoners, tegen 2050 zullen het er dubbel zoveel zijn.

Er is veel ongeduld, zeggen middenveldorganisaties. Vooral jongeren die het platteland zijn ontvlucht naar de hoofdstad Conakry, leven nog altijd in slechte omstandigheden. Ook in de mijnstreek verbetert de situatie alleen in de gebieden waar vakbonden of middenveldsorganisaties onrecht kunnen aanklagen.

De emigratiegolf is door de betere economische groei wel aan het afnemen. Maar maandelijks trekken nog altijd bijna 1.000 Guineeërs weg, de helft van hen zijn economische migranten. België blijft trouwens een populaire bestemming. Vorig jaar vroegen 1.125 Guineeërs om internationale bescherming, daarmee staat het land nog op de vijfde plaats van alle herkomstlanden. Meisjes die vaak het slachtoffer zijn van genitale mutilatie, worden aanvaard, maar het gros van de anderen wordt niet erkend. 

Alternatieven: onderwijs en werk

Wat zouden Yaguine en Fodé hebben gedaan in het Guinee van vandaag? Misschien zouden ze, zoals in veel andere Afrikaanse landen, zich verenigen in jongerenorganisaties, die via sociale media elkaar vinden en hun eisen luidruchtiger dan ooit bekendmaken. 

Riet Dhondt van Vriendschap zonder grenzen en de PVDA, heeft rondgereisd in Guinee. Volgens haar zijn de jongeren en ook de vrouwen mondiger geworden dan 20 jaar geleden. Ze hebben zich meer georganiseerd en bijten van zich af om betere levensomstandigheden af te dwingen, zegt ook Aissatou Barry, die in de regio Fria werkt met jongeren. 

We moeten nog meer investeren in opleiding en startersjobs. Dat is echt wat de jongeren hier willen  

Aissatou Barry

En de Europese leiders van toen?

Na het drama met het Sabenatoestel in 1999 was de Belgische politiek verdeeld. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (toen PRL) wilde meteen opnieuw méér Belgische aanwezigheid in Afrika, met een Stabiliteitspact, toenmalig staatssecretaris Eddy Boutmans (toen Agalev) was daar niet happig op en vreesde voor neokolonialisme. De ngo-sector drong aan op een menselijk beleid en meer steun aan mensenrechtenorganisaties en vakbonden. 

Vandaag is Guinee een Belgisch partnerland. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD) besliste dat na de ebolacrisis van 2014. Er wordt ingezet op projecten rond landbouw, watervoorziening én opleiding van jongeren. 

Ook de Europese leiders werken steeds meer samen met de Afrikaanse Unie om te investeren in kansen voor jongeren.  De toekomst van die steeds grotere groep Afrikaanse jongeren vormde het hoofdthema van de vijfde Europees-Afrikaanse Top in 2017. 

Drama's als dat van Yaguine en Fodé 20 jaar geleden kunnen worden vermeden. Maar de weg is nog lang.