De straffe geschiedenis achter het Justitiepaleis: een mythische plek, die ei zo na verwoest werd door vlammen en bommen

De mammoet. De mastodont. In Brussel heeft het Justitiepaleis vele bijnamen. Hoog torent het gebouw boven de stad uit. En achter die façade gaat een hele geschiedenis schuil. Deze week duikt VRT NWS samen met ere-advocaat-generaal en historicus van dienst Christian Vandewal in de archieven van het Justitiepaleis, op zoek naar de verborgen verhalen en hoeken. 

Het verhaal van het Brusselse Justitiepaleis begint 160 jaar geleden wanneer de Brusselse gemeenteraad, samen met de Justitiepaleiscommissie en de ministers van Justitie en van Openbare Werken het liggingsplan van het gerechtsgebouw goedkeurt. Er wordt een architecturale wedstrijd georganiseerd om te bepalen wie het prestigieuze project mag bouwen. 

De opdracht? Een nieuw gerechtsgebouw ontwerpen. Het toenmalige gebouw vlak bij de Grote Zavel is te klein, te bouwvallig en te duur geworden. Binnen- en buitenlandse architecten tonen hun plannen, maar volgens de jury voldoet geen enkel ontwerp. De oplossing? Een van de juryleden zelf moet het Justitiepaleis dan maar ontwerpen. Dat jurylid is Joseph Poelaert.

Joseph Poelaert (geboren in 1817) is op dat moment al een bekende architect die heel wat Brusselse gebouwen op zijn conto heeft – denk aan de Sint-Katelijnekerk of de reconstructie van de Koninklijke Muntschouwburg. Maar het Justitiepaleis zal zijn levenswerk worden. 

Een borstbeeld van Poelaert staat nog altijd in "zijn" Justitiepaleis, een beetje weggestoken op de eerste verdieping. Oorspronkelijk stond het beeld in de inkomhal, maar daar was het te veel blootgesteld aan vandalisme.

Het Justitiepaleis staat op een bijzondere plek: pal op – toepasselijk – de Galgenberg, de plaats waar misdadigers in de middeleeuwen opgehangen werden. 

"De legende gaat dat Andreas Vesalius (Brabantse arts uit de 16e eeuw die wordt gezien als een van de grondleggers van de anatomie, red.) hier lijken kwam stelen om te dissecteren", vertelt Christian Vandewal. Het is waarschijnlijk maar een fabeltje, maar er zal toch een grond van waarheid in zitten. Hij zal hier kennisgemaakt hebben met de lijken van misdadigers, botten gezien hebben en zijn interesse voor anatomie ontwikkeld hebben."

Het gebouw ligt ook mooi op één lijn met het koninklijk paleis en het parlement. De drie staatsmachten (de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht) liggen zo op een rechte lijn. 

De bouw van het Justitiepaleis wordt getekend door sociale drama’s. Een groot deel van de volkse Marollenwijk moet wijken voor het gigantische gebouw. Straten en stegen worden ingenomen, bewoners onteigend. Architect Poelaert krijgt de schuld van alles en de inwoners noemden hem vanaf toen "skieven architek". Tot op vandaag is dat een scheldwoord in Brussel. De oorsprong van het scheldwoord moeten we in het Engels zoeken. "Poelaert was de leider van een internationale ploeg en liet zich "chief architect" noemen, in het Brusselse dialect werd dat dan de "skieven architek".

Zo’n 100 jaar later, in 1969 zijn er overigens opnieuw plannen om het Justitiepaleis uit te breiden – en daarbij ook opnieuw bewoners van de Marollenwijk te onteigenen. Maar dat stuit op massaal protest van de Maroliens, ook wel de Slag van de Marollen genoemd. Uiteindelijk laat men die plannen varen. 

De eerste steen van het Justitiepaleis wordt uiteindelijk gelegd op 31 oktober 1866. Poelaert had een soort Akropolis in gedachten, een Justitiepaleis dat uittorent boven de Marollenwijk. Zijn model is dan ook een Grieks-Romeinse tempel, waar hij elementen uit andere culturen aan toevoegde. Zo staan er op de gevel gevleugelde leeuwen en sfinxen en bovenaan torent de godin van de wijsheid Athena (en dus niet de godin van het recht Themis, opvallend genoeg). 

Een Assyrisch geïnspireerde gevleugelde leeuw op de gevel.

Een exact plan of een kostenraming heeft niemand tot dan gezien: Poelaert had volledige artistieke en financiële vrijheid gevraagd en gekregen. Het gevolg? Een kostenplaatje dat ettelijke miljoenen goudfrank hoger was dan voorzien. "De oorspronkelijke raming was ongeveer 12 miljoen goudfrank. De uiteindelijke kostprijs bedroeg 46 miljoen goudfrank. Het Brusselse stadsbestuur hield aan het project ook een financiële kater over. Net als de provincie Brabant had Brussel beloofd om een zesde bij te dragen. Maar de provincie nam haar voorzorgsmaatregelen en had laten vastleggen dat het een zesde van 12 miljoen was. Brussel had er meer vertrouwen in, nam die voorzorgsmaatregel niet en kon heel wat meer dan twee miljoen ophoesten."

Het gebouw zelf is in die tijd een vernuftig hoogstandje. Zo wordt er in het gebouw heel wat ijzer en staal verwerkt om de stabiliteit te verzekeren – een techniek die tot dan redelijk ongezien is. En omdat het Justitiepaleis op de flank van een heuvel gebouwd is, moet er ook een hoogteverschil van zo’n 20 meter tussen de voor- en de achterkant weggewerkt worden. Dat betekent: wat aan de voorzijde verdieping 1 en 2 is, is aan de achterzijde verdieping 3 en 4. In het gebouw zelf wordt dat hoogteverschil het beste geïllustreerd op de miniementrap, een trap met meer dan 100 treden. 

De Miniementrap

Bovenop het Justitiepaleis prijkt de karakteristieke koepel van maar liefst 24.000 ton (alles inbegrepen). Vandaaruit heeft u een ongelooflijk zicht op Brussel. 

Het zicht vanop de koepel

Vandewal benadrukt: "Het is een iconisch gebouw, dat de skyline van Brussel mee bepaald heeft. Het was indertijd het grootste gebouw van Europa, groter dan de Sint-Pieters-Basiliek in Rome. Het heeft een oppervlakte van 26.000 vierkante meter, en als de parkings meegerekend worden, komen we aan 52.000 vierkante meter. Het ademt de tijdsgeest uit van de tweede helft van de 19e eeuw." 

Dit was de Mount Everest van België, met een onneembare gouden top 

Peter Vermeersch

Dat beaamt ook Peter Vermeersch in zijn nieuw boek "Aantekeningen bij een moord". Hij verwoordt het prachtig: "Voor justitie met architecturale grootsheid moest je in Brussel zijn. Dit was de Mount Everest van België, opgetrokken in grauwbeige en blauwe natuursteen met een oppervlakte van zesentwintigduizend vierkante meter en een onneembare gouden top van honderdvier meter hoog."

Lees verder onder de video met dronebeelden van het Justitiepaleis. 

Video player inladen...

De architect zal het einde van de bouwwerken trouwens niet meemaken. In 1879 sterft hij op 62-jarige leeftijd. Het Justitiepaleis zelf wordt pas in 1883 voltooid, het is François Wellens, de naaste medewerker van Poelaert, die het afmaakt. De inhuldiging op 15 oktober 1883 verloopt overigens niet zonder slag of stoot. Een bende weet binnen te dringen en laat een spoor van vernieling achter: gordijnen en tapijten worden kapot getrokken, een ruit sneuvelt, zetels worden omvergegooid. 

Verwoestende brand en V 1-bommen in de Tweede Wereldoorlog

Door de jaren heen heeft het Justitiepaleis wel wat te verduren gekregen. Op 3 september 1944 wordt de koepel in brand gestoken door de terugtrekkende Duitsers, die brandbommen en explosieven in het gebouw plaatsten. "De koepel stortte in, werd een enorme schoorsteen, en er ontstond een enorme brand." De plaatselijke bevolking vormt lange rijen om de schade te beperken en de brand de blussen, maar de brand is verwoestend: heel wat lokalen worden onbruikbaar of totaal vernield. 

Het brandende justitiepaleis op zondag 3 september 1944

Alsof dat niet genoeg was, valt er enkele weken later ook een V 1-bom op de Miniemenstraat, waardoor het Paleis nog zwaarder beschadigd raakt. De toenmalige conservator, Albert Storrer, staat voor de loodzware opdracht om het gebouw te herstellen of herop te bouwen. Omdat men jarenlang gedacht heeft dat de plannen van Poelaert hopeloos verloren gingen in de brand, moet Storrer het bovendien zonder plan doen (pas recent werden een 800-tal plannen teruggevonden). Maar hij bouwt het Paleis opnieuw op. Méér nog: hij verhoogt de koepel met 3,5 meter. 

Lees verder onder video: 

Video player inladen...
Een van de recent gevonden plannen van het Justitiepaleis - MA2

Eigenlijk komen er maar weinig lokalen ongeschonden uit de brand. Een van de uitzonderingen is het lokaal van de advocaten, met onder andere de rijen en rijen kastjes met toga’s. Dat lokaal wordt niet beschadigd tijdens de oorlog en is nog in zijn oorspronkelijke staat (en stijl). 

Lees verder onder video: 

Video player inladen...

Een voortdurend eerbetoon aan het verleden

Een wandeling door het Justitiepaleis (en dat kan en mag iedereen) is meteen ook een reis door het verleden. Want overal worden historische (rechts)figuren geëerd: met een beeld, met een naam van een zaal… 

Een voorbeeld: in de gang van de balie hangt een gedenkplaat van Marie Popelin, een boegbeeld van het feminisme. In 1888 behaalt ze als eerste vrouwelijke jurist haar rechtendiploma aan de Université Libre de Bruxelles. En zoals het hoort, vraagt ze vervolgens om ingeschreven te worden als advocaat. Maar ze stuit op een "njet" van de tuchtraad. Het beroep van advocaat is volgens de raad veel te lastig voor een vrouw en haar rol is aan de haard en niet in de rechtbank.

Pas in 1922 - dus na de dood van Popelin - kunnen vrouwen overigens advocaat worden en pas in 1946 ook magistraat.  

Plaque ter ere van Marie Popelin

En dan is er nog de zaal Louis Braffort, waar de tuchtraad samenkomt. Louis Braffort is stafhouder vanaf 1939, in volle oorlogstijd, en de hele oorlog lang zet hij zich in om de onafhankelijkheid van de advocatuur tegenover de Duitse bezetter te verdedigen. Zo verzet hij zich hevig tegen de anti-Jodenwetgeving die stelt dat Joden geen advocaat meer mogen zijn. Meteen ook de reden dat hij persona non grata wordt en terechtkomt op een lijst met "te elimineren personen". En zo geschiedde. Op 22 augustus 1944, enkele dagen voor de bevrijding van Brussel, bellen drie mannen aan zijn deur aan en voeren hem naar het hoofdkwartier van Rex (een Belgische, fascistische politieke beweging, red.). Twee dagen later wordt zijn lichaam gevonden in Wambeek. Doodgeschoten met vier nekschoten. 

Video player inladen...

Journalist Joris Vergeyle kreeg een rondleiding door het Justitiepaleis. Beluister hier de podcast die hij daarover maakte en lees daaronder verder:

Volg onze fotograaf op Instagram en Facebook