Malaria piekt in Burundi met dit jaar al 1.800 doden

Burundi, een van de armste landen in Afrika, kijkt aan tegen een bijzonder felle piek van malaria. Volgens OCHA, de humanitaire organisatie van de Verenigde Naties, zijn er sinds dit jaar al meer dan 5,7 miljoen mensen besmet van wie er 1.800 zijn overleden. Veel heeft te maken met de slechtere socio-economische situatie en het politieke isolement van Burundi de voorbije jaren. 

Malaria is nog altijd de meest dodelijke ziekte ter wereld. Meer dan 200 miljoen gevallen en een half miljoen doden per jaar meldde de Wereldgezondheidsorganisatie in haar jaarrapport van vorig jaar. 90 procent van de slachtoffers zijn Afrikanen. Ook Burundi, midden in Centraal-Afrika, wordt niet gespaard door de malariamug. Maar dit jaar zijn de cijfers alarmerend hoog, na de vorige epidemie van maar twee jaar geleden. Toen werden er 8 miljoen mensen ziek.

Volgens de Burundese dokters in de gezondheidscentra stromen de patiënten binnen. In de hoofdstad Bujumbura valt het nog redelijk mee, zegt dokter Emile van een groot ziekenhuis daar. Maar op het platteland moeten de patiënten soms met twee of drie in een bed. Vooral kinderen en baby's worden ernaartoe gebracht. Eén ziekenhuis in Giheta krijgt 40 tot 50 gevallen per dag over de vloer, zegt dokter Vital Hatungimana aan de nieuwssite Iwacu. 

Het ziekenhuis is overvol. Soms moeten we een bed laten delen door twee patiënten. Of we moeten mensen die nog niet genezen zijn, thuis verder laten uitzieken.
Dokter Vital Hatungimana, directeur ziekenhuis Sint-Jozef Giheta, Burundi

Epidemie?

Ook aan VRT NWS melden plaatselijke dokters dat de situatie ernstig is. Of er sprake is van een echte epidemie, willen ze ons niet bevestigen. Maar internationale organisaties dringen er al van in april bij de Burundese regering op aan om een epidemie uit te roepen. Dat zou meer aandacht en meer financiële middelen kunnen opleveren. Volgens de VN zijn 33 van de 46 medische districten eind mei al in dat stadium aanbeland. Vooral de centra in het noordoosten van het land zouden het moeilijk hebben. 

Geen pottenkijkers

Maar de Burundese regering kijkt tegen verkiezingen aan en zou liever geen pottenkijkers hebben. Burundi beleeft een politieke crisis sinds 2015, toen president Nkurunziza besliste om voor een derde ambtstermijn te gaan.  Die crisis heeft intussen al zeker 1.200 mensenlevens geëist, en minstens 400.000 mensen zijn op de vlucht gejaagd. Bij het Internationaal Strafhof loopt een onderzoek naar het overheidsgeweld. 

Veel organisaties zagen zich genoodzaakt hun hulp op te schorten. Begin dit jaar nog sloot de NGO-koepelorganisatie 11.11.11. haar kantoor in Bujumbura omdat het zich niet wilde onderwerpen aan de opgelegde etnische quota voor het personeel. De vertegenwoordiger was eind 2018 al aan de deur gezet. Ook de Belgische overheidssteun werd op een laag pitje gezet. 

Het Rode Kruis Vlaanderen werkt al jaren aan de basisgezondheidszorg in Burundi. Ook de preventie van malaria is daar een belangrijk onderdeel van. In 2010 ging het Rode Kruis nog meer dan een half miljoen muggennetten leveren. Een deel van het geld kwam toen van de actie Music for Life.

Nu laat de organisatie zich niet uit over eventuele politieke oorzaken voor de malariapiek. De organisatie stelt alleen vast dat de basisgezondheidszorg de laatste jaren kampt met financiële moeilijkheden en dat dat de huidige malaria-uitbraak erger heeft gemaakt. 

Door de verslechterde socio-economische situatie staat de basisgezondheidszorg veel zwakker. En die is net belangrijk om mensen op te sporen die malaria hebben. 

Trui Van Ackere, Rode Kruis Vlaanderen

Het Rode Kruis hoopt dat er meer hulp komt om het hoofd te bieden aan de malaria-uitbraak.