Na het drama met Bjorg Lambrecht: welke maatregelen nemen wielerwedstrijden tegen valpartijen?

Gisteren overleed de jonge wielrenner Bjorg Lambrecht na een val in de Ronde van Polen. Voor de organisatie was het ongeval moeilijk te vermijden, maar in het verleden gingen al veel renners – overal ter wereld – tegen de grond in gevaarlijke bochten of afdalingen. Welke maatregelen nemen wielerwedstrijden om valpartijen en hun impact tot een minimum te herleiden?

In eerste instantie wordt er door de internationale wielerunie UCI en de nationale wielerbonden ingezet op het vermijden van valpartijen. Het reglement van de Belgische wielerbond stipuleert bijvoorbeeld dat elke hindernis die op voorhand gekend is en een abnormaal risico voor de renners vormt, op voldoende afstand gesignaleerd moet worden. Als een wedstrijd enkel op plaatselijke omlopen wordt gereden, moeten alle gevaarlijke punten en hindernissen bovendien door vaste signaalgevers beveiligd worden.

Daarnaast legt het reglement ook motards en volgwagens restricties op, want ook die hebben al vaak ongevallen veroorzaakt in wielerwedstrijden, vaak omdat ze te dicht bij de renners rijden. In Parijs-Roubaix van dit jaar knalde Lambrechts ploeggenoot Tiesj Benoot nog tegen een wagen van het Nederlandse Jumbo-Visma toen die plots remde. Toch zijn valpartijen soms niet te vermijden: in een snel rijdend en opeengepakt peloton is een kleine misser van één renner voldoende om een gigantische groep onderuit te halen.

Om de schade van valpartijen zelf te verminderen, kunnen hindernissen en gevaarlijke passages beveiligd worden. Vroeger werden daar vaak stroblokken omhuld met plastic voor gebruikt, maar nu zijn ook stootkussens in opmars. Dat zijn herbruikbare kussens in kunststof die aan obstakels gehangen worden, en die de impact van een klap absorberen en vertragen. Het Belgische bedrijf Boplan, uit Moorsele, maakt zulke stootkussens, en levert die sinds kort ook aan wielerwedstrijden. Zo voorzagen ze in maart van dit jaar op de E3 BinckBank Classic in Harelbeke maar liefst 227 bomen in de laatste drie kilometer van een stootkussen, naast 65 gevaarlijke punten doorheen het parcours.

Stootkussens kosten veel, maar nooit zoveel als een mensenleven

Voorlopig is die voorjaarskoers wel uniek in haar doorgedreven beveiliging. “Stootkussens kosten veel, maar ze zijn veiliger dan stroblokken, en efficiënt. Ze kosten ook nooit zoveel als een mensenleven”, vertelt Jacques Coussens van de E3 BinckBank Classic. “Volgend jaar gebruiken we ze opnieuw, en breiden we nog uit.”

Op het vlak van niet-preventieve beveiliging worden wedstrijdorganisaties door de reglementen wel meer vrijgelaten in hun keuzes, ze zijn dus niet verplicht om in stootkussens te investeren. “Op termijn willen we meer wielerwedstrijden bereiken, ook in het buitenland”, zegt Maxime De Cordier, manager van Boplan. “Naast de E3 hebben we ook stootkussens geleverd aan de Para-cycling Road World Cup in Oostende in mei, maar verder nog niet.”

Voor het ongeval van gisteren haalden veiligheidsmaatregelen echter weinig uit. Bjorg Lambrecht kwam ten val op een recht en vlak stuk weg, dat niet als risicovol bekendstond. Hij belandde in een gracht met een betonnen duiker, die hoe dan ook moeilijk te beveiligen was. “Stootkussens in wielerwedstrijden zijn ontworpen voor het centrum van steden, om aan obstakels zoals paaltjes of verkeersborden te bevestigen”, aldus De Cordier. “Voor betonnen duikers zijn ze niet gemaakt.”