Victor en het vreemde leven der grote mensen

Louis van Dievel kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: onverwachte ontmoetingen op de luchthaven.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en was journalist bij VRT NWS

Ik zat maandagnamiddag op het kleine vliegtuig tussen Tenerife en mijn eindbestemming, het kleine eiland El Hierro. Mijn reis was tot dan voorspoedig verlopen. Al was ik er in de vroege ochtend niet gerust op geweest. Nog nooit had ik om kwart voor vier zoveel mensen bijeen gezien op de luchthaven van Zaventem. Het leek of het halve land met vakantie vertrok. Ik had mijn valies uitgewuifd en zelfs een soort schietgebedje gepreveld opdat ze niet zou achterblijven of verloren gaan. Om een beetje met mijn voeten te spelen rolde ze (mijn valies dus) dik drieduizend kilometer verder als allerlaatste van de bagageband.

(Lees verder onder de afbeelding)

Is zij uw vrouw?

Het jongetje in de rij voor mij was in het luchtruim tussen Tenerife en El Hierro een half uurtje rustig gebleven met zijn iPad. Tot hij de computerspelletjes beu werd en zijn aandacht op mij richtte. Het begon met verstoppertje spelen. U kent dat wel: over de rand van de vliegtuigstoel piepen en dan vlug het hoofd intrekken. Ik deed mee, uiteraard deed ik mee. Tot ook dat spel gespeeld was.

‘Ik ben Victor, zei het jongetje, hoe heet jij?’
Ik antwoordde naar waarheid dat ik Louis heette, Luis in het Spaans.
‘Ik ben vijf jaar, zei Victor, en jij?’
Ik antwoordde andermaal naar waarheid dat ik zesenzestig was. Dat bleek een moeilijk te bevatten getal voor een vijfjarige.
“Is dat oud?’
Ik moest toegeven dat ik niet meer van de jongsten was.
‘Mijn papa is ook oud, héél oud, verzekerde Victor, hij is al dertig. En mijn mama is ook héél oud!’
Zijn moeder die uiteraard naast Victor zat keek op van haar boek en fronste voor het eerst de wenkbrauwen.
‘Is zij daar uw vrouw?’ wilde Victor weten.
Hij wees naar het jonge meisje dat naast mij in een tijdschrift zat te bladeren. Ze proestte het uit.
Nee, haastte ik mij te zeggen.
“Laat die meneer toch met rust,’ kwam zijn moeder voor het eerst tussenbeide.
Maar Victor liet zich niet het zwijgen opleggen.
‘Heb je dan geen vrouw?’
Jawel, verzekerde ik hem, maar die is er nu niet bij. Ze komt overmorgen.
Er vormde zich een diepe plooi op het vijfjarige voorhoofd.
‘Dat is wel raar’, zei hij tenslotte.
Ik wilde opwerpen dat het misschien wat ongewoon was maar dat het wel in orde zou komen. Victor gaf me de kans niet.

Je kunt bij ons komen wonen

‘Je kunt bij ons komen wonen, dan ben je niet zo alleen.’
‘Victor!’ riep zijn moeder uit.
‘De meneer kan in de kamer slapen waar opa en oma slapen als ze bij ons zijn, ja toch?’ Hij keek zijn moeder een beetje meewarig aan. Dat ze daar niet aan gedacht had. De jongedame naast mij had intussen de slappe lach gekregen. En het halve vliegtuig was aan het meeluisteren.
‘Het is een vreemdeling’, hoorde ik fluisteren.
‘Hij spreekt wel goed Spaans,’ hoorde ik achter mij.
Mijn borst zwol een weinig op van trots.
Ondertussen was Victor aan het opsommen wat we allemaal zouden kunnen spelen als ik eenmaal bij hem en zijn papa en mama was ingetrokken.
‘Wil je spelen dat je mijn hond bent? wilde hij weten, want ik mag geen echte hond hebben. Ik ben nog te klein.’

Het vliegtuigje zette de landing in. De veiligheidsgordels moesten aan, waardoor onze conversatie tijdelijk stilviel. Zijn moeder fluisterde Victor allerlei dingen in het oor toen we naar het luchthavengebouwtje taxieden. Vermaningen, vermoedde ik. Victor zweeg wel een volle minuut.

Boing

‘Kijk, die meneer is even groot als het vliegtuig!’ riep hij uit toen we een voor een onze stoel verlieten en naar de vliegtuigtrap schuifelden.
Inderdaad kwam mijn hoofd net niet tot tegen het plafond. Naar Spaanse normen ben ik een hele grote mens. Ik ging, tot verrukking van Victor, heel even op mijn tenen staan.
Boing, zei ik.

Waarop Victor smeekte om dat nog eens te doen en alle andere passagiers opriep om vooral te kijken naar die gekke meneer.
'Respira, Victor!’ riep zijn mama uit, vergeet niet te ademen!
Aan de bagageband kwam ze zich verontschuldigen.
‘Hij kan niet zwijgen.’

Ondertussen gaf Victor – voor niemand in het bijzonder - commentaar op de passerende valiezen. Op de kleur, de grootte, de vorm. Er lag zowaar een fiets op de band! Hij ging ernaast lopen, tot een wat nurkse toerist die zonder woorden en zonder aandacht voor Victor van de band plukte.
Ik was al  helemaal vergeten.
En mijn valies rolde andermaal als allerlaatste van de band.

all rights reserved

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.