Village People-oprichter Henri Belolo overleden: hoe de man op het lumineuze idee kwam in homobars en discoclubs

De oprichter en de tekstschrijver van de discogroep Village People, Henri Belolo, is overleden. De Fransman en een klinkende naam onder muziekproducers werd 82 jaar. Belolo schreef mee aan de wereldbekende hits "YMCA" en "In the navy". Hij richtte ook het platenlabel Scorpio Music op met bekende artiesten als Haddaway en Gala.

Belolo wordt in 1936 in Casablanca (Marokko) geboren en trekt in de jaren 60 en 70 naar de Franse hoofdstad Parijs om als dj en manager aan de slag te gaan. In 1976 richt hij zijn eigen platenlabel op, genaamd Scorpio Music, waarmee hij disco-lp's uitbrengt. Het succes komt er pas wanneer Belolo naar de Verenigde Staten verhuist en daar de handen in elkaar slaat met een andere Franse collega, Jacques Morali. Samen starten ze met de discoband The Ritchie Family. 

Denk jij wat ik denk?!

Collega/vriend Morali tegen Belolo

Belolo en Morali bezoeken discoclubs en homobars in New York... en het is daar waar het idee groeit van de latere succesgroep Village People. Belolo ziet zo in een homobar een man in indianenoutfit op de toog dansen, links van hem staat dan ook nog toevallig een man in cowboypak. "Type Marlboro-(macho)man, met een hoed en snor", legt Belolo uit in een interview. Zijn vriend Morali is bij de pinken en vraagt hem daarop: "Denk jij wat ik denk?!". 

Belolo benadrukt achteraf altijd dat hij straight (hetero) is en Morali gay (homo), maar de muziek in die bepaalde bars en clubs "erg goed klinkt" en hem dus fascineert. Het is ook Morali die "iets wilde doen" voor de homogemeenschap. En het concept van Village People ontstaat.

Zestig kandidaten doen auditie

Voor de groep wordt gekozen voor zes zangers in stereotype machokledij: een politieagent, cowboy, militair, biker, bouwvakker en een indiaan. De vacature die Belolo en Morali lanceren in een blad is vrij duidelijk: "Gezocht: macho's. Ze moeten kunnen dansen én een snor hebben." Zestig mannen dienen zich aan. Onder hen trouwens ook de "indiaan" Felipe die Belolo en Morali op het idee voor de groep had gebracht. 

De grootste hit wordt "YMCA" in 1978, waarbij de vier letters tijdens het dansen vlotjes met de armen worden uitgebeeld. Wereldwijd gaat de single tien miljoen keer over de toonbanken. In 1979 krijgt de groep een felbegeerde Grammy Award.  

"In the navy" ligt moeilijk

In 1979 slaagt Village People het succes van "YMCA" nog eens over te doen met "In the navy". Belolo werkt daarvoor samen met het Amerikaanse leger, want de videoclip maakt oorspronkelijk deel uit van een reclamecampagne om soldaten te rekruteren. De marine geeft uitzonderlijk de toestemming om de clip op te nemen op een van zijn schepen.

"En het Pentagon keurde de liedjestekst goed", aldus Belolo in onderstaande getuigenis. Conservatieve critici hekelen echter het feit dat een "controversiële" groep reclame zou maken voor het leger. Uiteindelijk gaat de campagne niet door. Maar het nummer wordt wél een heuse meezinger en prijkt op de derde plaats in de Amerikaanse top 100 van 1979. 

Drukt stempel op de jaren 90

Morali trekt in de jaren 80 terug naar Frankrijk waar hij in 1991 sterft aan de gevolgen van aids. Belolo volgt hem terug naar huis en blijft intussen passioneel bezig met muziek. Naast het discogenre draagt hij bij tot de populariteit van hiphop én house.

Onder zijn label Scorpio Music worden in de jaren 90 onder meer "What is love" (Haddaway), "Freed from desire" (Gala), "Blue da ba dee" (Eiffel 65) en "I will survive" (de versie van de Hermes House Band) uitgebracht. 

Voor zijn muzikale verdiensten kreeg Belolo twee jaar geleden nog de hoogste Franse onderscheiding, het Légion d'Honneur. De huidige leden van de Village People loven hem en noemen hem "een pionier die een oeuvre nalaat dat zal voortleven". 

Herbekijk hieronder de reportage uit “Het Journaal”:

Video player inladen...