Een van de zogenoemde Scytische pijlpunten die in de vernietigingslaag op de berg Zion gevonden zijn. Mt Zion Archaeological Expedition/Virginia Withers

Bewijs voor de Babylonische verovering van Jeruzalem gevonden op de berg Zion

Archeologen hebben op de berg Zion in Jeruzalem duidelijke bewijzen gevonden voor de verovering van de stad door de Babyloniërs in 587/586 v.C. De ontdekking bestaat uit een afzetting, een laag grond, waarin as zit, verbrand hout, pijlpunten die gebruikt werden door de Babylonische soldaten, potscherven en lampen. In de laag werd ook een erg zeldzaam gouden en zilveren juweel uit die periode gevonden, dat iemand mogelijk in de verwarring verloren heeft. 

De vondst werd gedaan tijdens opgravingen van het Mount Zion Archeological Project, dat al meer dan tien jaar op de berg opgravingen verricht en onder leiding staat van Shimon Gibson, professor geschiedenis aan de University of North Carolina Charlotte (UNC Charlotte), Rafi Lewis van het Ashkelon Academisch College en de Haifa Universiteit in Israël, en James Tabor, professor religieuze studies aan UNC Charlotte. 

Eerder dit jaar had het team al bewijzen gevonden voor de plundering van Jeruzalem tijdens de eerste kruistocht, maar de huidige vondst is de oudste en heeft misschien wel de grootste historische betekenis, aangezien de Babylonische verovering van Jeruzalem en de ballingschap die erop volgde, een zeer belangrijk keerpunt in de Joodse geschiedenis is. 

Het team denkt dat het de afzettingslaag kan dateren in de periode van de verovering, door de unieke mengeling van voorwerpen en materialen die gevonden zijn: potscherven en lampen van de bewoners, zij aan zij met bewijzen voor de Babylonische belegering: verbrand hout en as, en een aantal bronzen en ijzeren pijlpunten van het zogenoemde Scytische type, die typisch zijn voor die periode.  

Een student die als vrijwilliger werkt bij de opgraving, met een lamp uit de periode van de Babylonische verovering van Jeruzalem. Mt Zion Archaeological Expedition/James Tabor

Alternatieve verklaringen elimineren

Vanwege de ligging van de site kunnen verschillende alternatieve verklaringen voor de aanwezigheid van de artefacten geëlimineerd worden, zo zeggen de onderzoekers.

"We weten waar de lijn van de oude versterkingen liep", zei professor Gibson in een persbericht van UNC Charlotte, "dus we weten dat we ons in de stad bevinden. We weten dat dit niet een of andere stortplaats is, maar de zuidwestelijke wijk van de stad uit de IJzertijd. In de achtste eeuw v.C. strekte het stedelijk gebied zich uit van het gebied aan de zogenaamde "stad van David" in het zuidoosten tot aan de Westelijke Heuvel waar wij opgravingen verrichten." De Westelijke Heuvel in Jeruzalem is een andere naam voor de berg Zion. 

De assen in de afzetting zijn op zich evenmin een sluitend bewijs voor de Babylonische aanval, maar gezien in de context van de andere gevonden materialen krijgen ze wel meer gewicht. 

"Voor archeologen kan een aslaag een aantal verschillende dingen betekenen", zei Gibson. "Het zouden asresten kunnen zijn die uit ovens gehaald zijn, of het zou kunnen gaan om het plaatselijk verbranden van afval. In dit geval echter wijst de combinatie van een aslaag vol met artefacten, vermengd met pijlpunten en een erg bijzonder juweel op een zekere vorm van verwoesting en vernietiging. Niemand laat gouden juwelen achter, en niemand heeft pijlpunten in zijn huishoudelijk afval."

"De pijlpunten staan bekend als "Scytische pijlpunten" en ze zijn ook gevonden op andere archeologische conflictsites uit de 7e en de 6e eeuw v.C. Ze zijn ook bekend van vindplaatsen buiten Israël. De pijlpunten waren behoorlijk algemeen in deze periode, en het is geweten dat ze gebruikt werden door Babylonische krijgers. Alles samen genomen wijst dit bewijs op de historische verovering van de stad door de Babyloniërs, aangezien de enige omvangrijke vernieling die we in Jeruzalem kennen voor deze periode, de verovering van 587/586 v.C. is." 

De voorwerpen uit aardewerk helpen ook om de vondst te dateren. De gevonden lampen, zo merkte Gibson op, zijn de typische, aan één kant samengeknepen lampen met een hoge voet uit dit tijdvak. 

"Het is het soort van warboel die je zou verwachten te vinden in een verwoest huishouden na een inval of een gevecht", zei Gibson. "Huishoudelijke voorwerpen, lampen, stukken van potten die gebroken zijn toen ze omvergeworpen werden... pijlpunten en een juweel dat verloren kan zijn en vervolgens in de vernieling bedolven is geraakt."

Het juweel dat gevonden is in de laag die nu opgegraven is. Mt Zion Archaeological Expedition/Rafi Lewis

Zeldzaam juweel

Het onverwachte en zeldzame juweel dat gevonden is in de laag, is blijkbaar een oorbel of de versiering van een kwastje aan kledij. Het bestaat uit een gouden bovendeel in de vorm van een bel, met daaronder een zilveren stuk in de vorm van een tros druiven. 

Gibson merkt op dat de ontdekking van het juweel "een unieke vondst is, en een duidelijke aanwijzing voor de rijkdom van de bewoners van de stad rond de tijd van de belegering." 

De enige andere ontdekking van een juweel in Jeruzalem uit deze periode werd al jaren geleden gedaan, in 1979, in een graftombe uit de IJzertijd in Ketef Hinnom, buiten de eigenlijke stad. 

Een omvangrijk gebouw dat blijkbaar ook uit de IJzertijd stamt, is nog niet opgegraven, en dat zal nog wel even zo blijven.

"Men zou kunnen vragen waarom we het hele gebouw nog niet opgegraven hebben", zei Gibson. "De reden daarvoor is dat we de site langzaam uit elkaar halen, niveau na niveau en tijdvak na tijdvak, en dat op het einde van het laatste opgravingsseizoen er nog twee meter van huishoudelijke structuren uit de latere Byzantijnse en Romeinse periode opgegraven moeten worden, die boven het niveau van de IJzertijd liggen. We denken dat we in seizoen 2020 er aan toe zullen komen."

Zicht op de berg Zion vanuit Abu Tor. Eman/Wikimedia Commons/Public domain

Barbaars

Het is algemeen aanvaard dat de verovering van de stad door de Nieuw-Babylonische koning Nebukadnezar II een erg barbaarse aangelegenheid was, en heel wat mensenlevens kostte. De stad werd verwoest, huizen werden in brand gestoken en de zogenaamde Tempel van Salomo , de eerste tempel, werd geplunderd en ontmanteld.

De plaatselijke heerser van het koninkrijk Judea, koning Zedekiah probeerde de stad met zijn gevolg te ontvluchten, maar hij werd gevangen genomen en naar Babylon gebracht. Ook een aantal andere inwoners van Jeruzalem werden in ballingschap naar Babylon gevoerd, een keerpunt in de Joodse geschiedenis.

Elk jaar herdenken gelovige Joden de vernieling van de tempel in Jeruzalem, eerst door de Babyloniërs in 587/586 v.C., en opnieuw in 70 n.C. door de Romeinse legioenen onder leiding van Titus. Dit jaar valt die herdenking op 11 augustus, vandaag dus. 

De onderzoekers zeggen dat wat deze ontdekking uitzonderlijk opwindend maakt, het feit is dat ze bewijs levert voor een cruciale historische gebeurtenis. "Het is erg opwindend om de materiële handtekening te kunnen opgraven van om het even welke historische gebeurtenis, maar het is dat nog meer als het gaat om een belangrijke historische gebeurtenis als het Babylonisch beleg van Jeruzalem", zei Rafi Lewis. 

Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of North Carolina Charlotte.