Rapport "Congo, vergeten": 1.900 slachtoffers van geweld in twee jaar tijd

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft opgelijst wat haar medewerkers in Oost-Congo in twee jaar tijd hebben vastgesteld in hun veiligheidsbarometer. Met ruim 8 doden door geweld per 100.000 inwoners is de dodentol hoger dan in Jemen. Maar geen haan die ernaar kraait, zegt HRW.  

"6 oktober 2017.  Soldaten verkrachten zes vrouwen aan een checkpoint in Bangwe. Andere soldaten die de situatie komen inspecteren, stelen geld, gsm's en andere spullen." Balans: zes slachtoffers. 

"17 juli 2019. Onbekende gewapende mannen die op 28 juni een jongen van vier jaar oud hadden ontvoerd uit het dorpje Kitsombiro in de regio Beni, steken hun gijzelaar dood. Balans: één dode. 

"4 augustus 2019. Onbekende mannen vallen het konvooi aan van een provinciale afgevaardigde nabij Chamutumbwe in de buurt van Rutshuru . De politieagenten vechten terug en het leger komt de politie te hulp. Balans: één gewonde. " 

Het zijn maar enkele voorbeelden uit de veiligheidsbarometer van Human Rights Watch. Op twee jaar tijd heeft de Kivu Security Tracker in de provincies Noord- en Zuid-Kivu al 1.900 doden geteld bij 3.015 gewelddadige incidenten van alle aard: dood met geweld, massaverkrachting, ontvoering, repressie, gewapend treffen of plundering.  Bij al die gruwel vielen ook bijna 4.500 gewonden.  

De veiligheidsbarometer is uniek. In een regio waar weinig tot geen statistieken kunnen worden bijgehouden, trekken onderzoekers rond om via hun plaatselijke contacten alles te rapporteren. Daarmee gaan ze verder dan officiële instellingen, die zich alleen baseren op de overheid en dan de media, die te weinig schrijven over het conflict dat nu al een kwarteeuw aan de gang is. 

Steden worden onveiliger

Ondanks de aanwezigheid van de grootste vredesmacht ter wereld blijft het geweld zich verspreiden en is de situatie bijzonder ingewikkeld geworden.  Het aantal gewapende groepen is er op enkele jaren tijd bijna verdubbeld, tot 130 verschillende fracties.  Het geweld beperkt zich niet tot de dorpjes op het platteland. Stilaan zijn ook de belangrijke hoofdwegen een doelwit geworden van moordenaars en verkrachters en is het geweld ook de steden binnengeslopen. WIe kan, mijdt de grote verkeersassen of neemt het vliegtuig of de boot. 

Het gevaarlijkst is de streek rond de stad Beni, tegelijk een grote brandhaard van de ebola-epidemie.  Daar zijn de rebellen van ADF-NALU actief, een beweging van moslimextremisten uit buurland Oeganda. De slachtoffers van ebola stonden te kijken van de aandacht die de epidemie kreeg. Voor hen zijn de dagdagelijkse aanvallen van de rebellen een groter risico. 

Nog een te vermijden plaats is Rutshuru. Dat spant de kroon met 35 procent van het totale aantal ontvoeringen. Begin augustus nog - zie incident boven - ontsnapte onze landgenoot Ivan Godfroid er ternauwernood aan de dood. 

In het zuiden van de provincie Zuid-Kivu is het dan weer bijzonder gevaarlijk rond Fizi en Uvira. Daar is het een echt kluwen van etnische, en regionale spanningen waarvan de plaatselijke bevolking het grootste slachtoffer is. 

Wie vecht voor wat?

In een streek die zo rijk is aan natuurlijke grondstoffen, ligt het voor de hand dat die de inzet zijn van de gewapende strijd. Maar volgens Human Rights Watch is dat te kort door de bocht. 

Er is geen systematische samenhang tussen het geweld en de mijnstreken. Slechts 20 procent van de incidenten gebeurt binnen een straal van 20 kilometer van een mijn. 

Er wordt wel degelijk gevochten om het beheer van de wintsgevende mijnen van coltan of goud. Zowel rebellen als corrupte militairen maken zich schuldig aan de grondstoffenhandel en proberen ook de transportroutes te controlen. Maar de winsten - en het geld voor wapens - komen ook van de productie van houtskool, van losgeld en allerlei belastingen.  (lees voort onder foto)

Wie beschermt de bevolking?

Het Congolese leger (FARDC) heeft een slechte naam als medeplichtige in het conflict. Toch vraagt Human Rights Watch aandacht voor de moeilijke situatie van de soldaten die weinig soldij krijgen en in armzalige omstandigheden leven. De voorbije twee jaar zijn maar liefst 723 Congolese soldaten gesneuveld bij 346 clashes, vooral met de ADF-rebellen. 

Ook de VN-Vredesmacht Monusco heeft heel wat manschappen verloren.  Van de 73 Blauwhelmen die sinds het begin van de operaties in 1993 zijn omgekomen, is 38 procent  gesneuveld in de laatste vier jaar tijd. 

Nieuwe kans met Tshisekedi?

Human Rights Watch en de Congo Research Group hebben geen goed woord over voor de politieke en militaire spelers in dit conflict. Ze noemen de Congolese regering "wellicht de belangrijkste speler in het conflict". Ze zou niets hebben gedaan om het te beëindigen, integendeel, "ze heeft elite-netwerken in stand gehouden voor haar eigen belang, gewapende groepen gesteund en het lot van de bevolking genegeerd." 

Ook de donoren en de VN-Vredesmissie zijn er niet in geslaagd om een duurzame vrede tot stand te brengen. "Dat komt omdat de nodige veranderingen te riskant waren of politiek of financieel moeilijk."

De boodschap van het rapport "Congo, vergeten" is nog maar eens aan de internationale gemeenschap gericht. "Die moet de beloftes van de nieuwe president Tshisekedi aangrijpen om met het verleden te breken:  de verspreiding van de gewapende groepen stoppen, het leger eindelijk hervormen en een eind maken aan de straffeloosheid."  

AFP or licensors