AFP or licensors

Britten trekken zich vanaf 1 september terug uit meeste EU-vergaderingen

Het Verenigd Koninkrijk stuurt vanaf 1 september geen vertegenwoordiger meer naar de meeste EU-vergaderingen. Dat heeft de Britse regering aangekondigd. Alleen wanneer Londen zelf een nationaal belang heeft, denk aan zaken rond veiligheid, komen de Britten nog naar Brussel.

Britse ministers en ambtenaren die zich met Europese zaken bezighouden, zullen vanaf 1 september alleen nog aanwezig zijn op vergaderingen rond veiligheid, internationale relaties, financiën, of andere thema's waar het Verenigd Koninkrijk een nationaal belang bij heeft, kondigde de regering van premier Boris Johnson aan.

De Britten willen zich vanaf nu "focussen op de toekomstige relatie met de EU en andere partners in de wereld", klinkt het op het kabinet van brexit-minister Steve Barclay.

"Er gaat ongelooflijk veel tijd naar EU-vergaderingen, de aanwezigheid is zelfs nog maar het topje van de ijsberg. Onze bekwame ambtenaren spenderen ook vele uren aan de voorbereidingen", zegt Barclay.

"Van nu af aan gaan we alleen naar de vergaderingen die er echt toe doen, wat betekent dat we honderden uren zullen uitsparen. Dat geeft ministers en hun medewerkers de tijd om ons vertrek op 31 oktober voor te bereiden en de kansen die klaarliggen, te grijpen."

We zullen honderden uren uitsparen

Brexit-minister Steve Barclay

Premier Boris Johnson gaf vorige maand al aan dat het verstandig zou zijn om de ambtenaren die de EU-vergaderingen voorbereiden, daar weg te halen en in te schakelen in de voorbereidingen op de brexit.

Londen benadrukt dat het niet de bedoeling is om de werking van de Europese Unie te ondermijnen. Het Verenigd Koninkrijk heeft tot de brexit nog altijd stemrecht in de Raad van de EU, maar de stem "zal op een andere manier worden doorgegeven zodat de lopende zaken van de 27 EU-lidstaten niet in het gedrang komen", klinkt het.