Pescara del Tronto, juli 2019, foto Bert De Vroey

Drie jaar na de verwoestende aardbeving in Italië is er van heropbouw nog nauwelijks sprake

Drie jaar geleden werd een groot deel van Centraal-Italië dooreengeschud door een zware aardbeving. Die kostte aan bijna 300 mensen het leven en verwoestte meerdere dorpjes en gehuchten. VRT NWS-journalist Bert De Vroey bracht toen verslag uit van de ramp. Deze zomer stelde hij vast dat het puin nog lang niet geruimd is. 

We hadden het niet echt gepland, maar naarmate we dichterbij kwamen, herkenden we namen en plaatsen. De route van Puglia naar het noorden van Umbrië voerde ons deze zomer onwillekeurig door het rampgebied van 24 augustus 2016. Toen kostte een aardbeving het leven aan bijna 300 mensen.

Ook op dat moment waren we in Umbrië met vakantie geweest. We waren in het holst van de nacht door de beving wakker geschud. Een paar uur later stonden we bij een huis waar een man, gelukkig levend, nog onder het puin geklemd zat en door hulpverleners werd bevrijd.

De volgende drie dagen trokken we voor het VRT-journaal naar de zwaarst getroffen stadjes en dorpen. Vooral de aanblik van Pescara del Tronto had ons geraakt: dat dorpje was volledig van de kaart geveegd. 

Don Umberto

In 2016, twee dagen na de beving, was Pescara del Tronto voor het publiek en voor de meeste journalisten afgesloten. Het was aan de slechte coördinatie van de politie- en hulpdiensten te wijten dat we door enkele agenten toch werden meegeloodst tot op de plek van waar de verwoesting het best zichtbaar was: een wat hoger gelegen weg, met uitzicht op de heuvelrug waartegen de huizen hadden aangeleund. 

Daar stond een bejaarde priester verbijsterd naar de ravage te kijken. Don Umberto had hier als jonge pastoor vijftien jaar lang gewerkt, hij herinnerde zich nog de bewoners. Van de 52 slachtoffers die hier door de aardbeving te betreuren waren, kende hij een aantal mensen persoonlijk. Terwijl we met hem praatten, liepen er nog reddingsploegen door het puin. 

Ik vroeg Don Umberto of hij dacht dat dit dorp ooit nog zou worden heropgebouwd. "Dat weet ik niet", zei hij. "Maar het is wel een historisch dorp. Het doet pijn vanbinnen, ik heb heel veel geweend."

Video player inladen...

Onverwacht en pijnlijk weerzien

Dit jaar liep het heel anders. Het verkeer werd niet van bij Pescara del Tronto weggehouden, maar juist omgeleid langs exact dezelfde plek waar we Don Umberto hadden ontmoet. Zonder dat wij het hadden gezocht of voorzien, stuurden routeplanner en wegenwerken ons naar hetzelfde punt van verwoesting. 

We herkenden het meteen. Stopten. Stapten uit. En zwegen. We zwegen simultaan.

Drie jaar na de beving lag het puin nog steeds over de heuvels uitgespreid - onverschillig en brutaal. Er stonden weliswaar minder huizen en muren recht dan toen; die waren  - al dan niet vanzelf -   verder ingestort. Meubels en auto's die in 2016 nog uit de stenen te voorschijn kwamen, waren weggeruimd.

Maar de aanblik van het geheel was pijnlijk fatalistisch. Alsof er nog niets gebeurd was, niets heropgebouwd en nauwelijks iets opgeruimd. En alsof men bovendien al had beslist om van de hele heropbouw af te zien, om het voortbestaan van het dorpje op te geven.  

Pescara del Tronto, juli 2019, foto Bert De Vroey

Ontmoedigende cijfers

Weer thuis ga ik wat graven in de Italiaanse pers. Ook daar leidt elke verjaardag van de beving tot een stand van zaken, een inventaris van de vorderingen in herstel en heropbouw. Maar de momentopnames van het éne na het andere jaar verschillen nauwelijks. De heropbouw van de getroffen dorpen blijkt tergend traag te gaan. 

De cijfers ogen ontmoedigend. In totaal liepen zeker 62 dorpjes en steden bij de aardbeving grote schade op. 239 scholen waren naderhand verwoest of niet meer veilig. Van die scholen zijn er slechts drie weer helemaal hersteld en vrijgegeven. In 18 andere is met de werkzaamheden begonnen. De rest van de schoolgebouwen wacht nog. 

Voor de woningen is de stilstand nog groter. 76.000 huizen en gebouwen werden geregistreerd als vernield of zwaar beschadigd. Toch is er voor minder dan 8.200 een dossier ingediend voor herstel en heropbouw, en daarvan kregen nog geen 2.500 groen licht. Honderden mensen uit de getroffen regio wonen nog steeds in houten noodopvanghuizen. 

Van het puin zou in totaal nog 30 procent liggen te wachten op de opruimdiensten. Op sommige plaatsen zou er zelfs nog minder zijn weggehaald. Als we overschouwen wat er in Pescara nog op de heuvels ligt, dan lijkt dat hier wel het geval te zijn. 

Pescara del Tronto, juli 2019, foto Bert De Vroey

Oorzaken

Dat de heropbouw zo traag gaat of nauwelijks op gang komt, heeft niet te maken met geldgebrek. Er is in principe 22 miljard euro opzijgezet voor de reconstructie, maar daarvan is nog maar een fractie uitgegeven. Het zou ook geen gebrek aan globale aanpak mogen zijn. De Italiaanse regering stelde na de aardbeving een speciale commissaris aan die de heropbouw met alle lokale en regionale autoriteiten moest coördineren. Maar het is veelzeggend dat die functie intussen al door drie verschillende mensen is ingevuld, en geen van de drie is er in geslaagd om er vaart in te krijgen. 

Eén van de verklaringen ligt in het feit dat veel getroffen huizen tweede woningen waren: vakantieverblijven voor stedelingen, al dan niet met wortels in de streek. Veel eigenaars zien er tegen op om een aanvraag op te stellen voor financiële ondersteuning, ook al omdat ze niet geloven dat het bedrag dat de overheid hen ter beschikking zal stellen, zal volstaan. Daarbij komt dat niemand graag op zijn eentje in een hersteld huis gaat wonen dat tussen een hoop verlaten ruïnes staat. Anders gezegd: de bewoners kijken naar elkaar en wachten op elkaar. 

Overigens is het in Italië altijd al bijzonder complex om verbouwingen te doen aan landhuizen of woningen in dorpjes met een historisch karakter. Voor elke muur die je uitbreekt of elk stukje terras dat je aanbouwt heb je toelatingen nodig van stedenbouwkundige ambtenaren. Die regels gelden  - ironisch genoeg -  ook tijdens de heropbouw. Alsof het beter zou zijn dat historische huizen in puin blijven liggen, dan dat ze worden heropgebouwd met hier of daar een stedenbouwkundige of historische afwijking. In sommige gevallen wordt een aanvraagdossier voor heropbouw zelfs doorkruist en bemoeilijkt door de vaststelling dat er in het verleden al bouwovertredingen waren begaan. Dat er hier en daar gemeentelijke archieven, inclusief die van de diensten voor bouwtoezicht, nog onder puin begraven liggen... , dat helpt ook al niet. 

Kortom, de belangrijkste verklaring voor de trage wederopbouw is de roemruchte Italiaanse bureaucratie. Alles moet volgens ingewikkelde en soms zelfs tegenstrijdige procedures verlopen. Meerdere overheidsdepartementen en -niveaus (van gemeenten over provincies en regio's tot de Italiaanse staat) zijn betrokken. Ambtenaren hebben te weinig speelruimte om zelf beslissingen te mogen nemen of toelatingen uit te schrijven. Zelfs het puin van private woningen mag niet door dezelfde bedrijven worden opgehaald als het puin van publieke gebouwen.

Doodsteek voor de dorpen?

Drie jaar na de aardbeving lijkt een triest vermoeden steeds meer gerechtvaardigd. Meerdere getroffen gehuchtjes en dorpjes in de afgelegen berggebieden die op 24 augustus 2016 werden dooreengeschud, zullen niet meer herrijzen. De ontvolking in die dorpen was al decennia aan de gang. Cynisch genoeg was het juist in augustus dat er telkens meer volk verbleef: kleinkinderen uit de stad die een weekje of twee bij de grootouders doorbrachten. Veel van die kinderen kwamen om bij de beving. 

Het stadje Amatrice zal wellicht nog worden heropgebouwd. Het is net te groot en te bekend geworden om het definitief leeg te laten bloeden. Een dorp als Pescara del Tronto, waarover priester Don Umberto stond te treuren, lijkt weinig kans te maken op een tweede leven. En ook kleinere gehuchtjes in de bergen zullen zo goed als zeker in puin blijven liggen, als littekens in het Italiaanse landschap.