American Factory: de prijs van de wereldeconomie

Elke dag zit het wereldnieuws vol met handelsoorlogen en de pijn van de globalisering. Nog amper 8,5 procent van de Amerikanen werkt in de fabriek. Vijftig jaar geleden was dat nog meer dan een kwart. Elke dag lezen we verhalen over de overlevingsstrijd van de gewone werkmens in Amerika en elders. Maar hoe is dat eigenlijk in het echt? De bekroonde documentairefilm American Factory (2019) leert ons veel. Het is een unieke 360 graden-inkijk in de geglobaliseerde wereld zoals hij echt is. Amerikacorrespondent Björn Soenens keek en bespreekt.

Alles wringt

American Factory is een prachtige documentaire over hoe alles wringt in de wereld van nu. Wat gebeurt er nadat een Chinese miljardair een gesloten GM-fabriek in Dayton, Ohio, heeft overgenomen? Dat is het uitgangspunt van de film. Drie jaar is er gefilmd door de zestigers Steve Bognar en Julia Reichert.

Meer dan 1.200 uur filmmateriaal verzamelden ze. Bekroond op het Sundance Filmfestival. Later verdeeld via streamingbedrijf Netflix via het productiebedrijf van Michelle en Barack Obama, Higher Ground.

Het begint allemaal met de sluiting van de GM-autofabriek in Dayton, Ohio, tijdens de grote recessie van 2008. 2.400 mensen verloren hun werk net voor Kerstmis, op 23 december.

Er werden vooral kleine pick-uptrucks van het merk Chevrolet gemaakt. Groot verdriet. Grote ellende voor veel families. De fabriek bestond al meer dan 50 jaar en zorgde voor een fijn middenklassenleven voor duizenden arbeidersfamilies. 

De documentairemakers bij Michelle en Barack Obama, die de docu opnamen in hun productiefonds Higher Ground.

Jaren later kwamen de Chinezen naar het zuiden van Ohio, gelokt door aantrekkelijke subsidies van de industriestaat. De Chinezen brachten hoop en grote verwachtingen na jaren van somberheid. Ze openden een nieuwe fabriek die autoruiten zou fabriceren voor Honda, Toyota, Volkswagen, GM, Ford en Chrysler.

Fuyao Glass Industry Group is ongeveer de grootste fabriek ter wereld in zijn soort, met 10.000 werknemers wereldwijd. De vreugde is dominant in het begin van de documentaire. Het lijkt wel op harmonie in een geglobaliseerde wereld. De eigenaar is een Chinese miljardair, Cao Dewang: “The most important thing is not how much money we earn. What’s important are America’s views toward China and the Chinese.”

De vreugde slaat vrij snel om in wanklanken. Van begin af aan horen nieuwe werknemers dat er bij de investering van een half miljard van de Chinezen voor een vakbond geen plaats is in het bedrijf. Niet alles verloopt op wieltjes in de beginperiode van Fuyao.

Er is slechte communicatie tussen Chinezen en Amerikaanse werknemers, er gebeuren wat ongelukken, en de veiligheid laat te wensen over. 200 Chinezen zijn eigenlijk de baas in de fabriek. Ze hebben soms moeite met de Amerikaanse mentaliteit: “They’re pretty slow and they have fat fingers.” Cultuurschok.

Chinezen leiden Amerikaanse arbeiders op bij Fuyao in Ohio

De documentaire schetst nooit een zwart-wit-wereld en dat maakt ze zo goed. Er is veel ruimte voor nuance en compassie. Alle perspectieven worden belicht zonder dat een oordeel wordt geveld.

Als een vlieg op de muur kijk je mee over vele schouders, die van de arbeider, van de Chinese manager thuis, tot en met de absolute grote baas. De kijker krijgt genoeg informatie om zelf een oordeel te kunnen vellen. Elke documentairemaker droomt van zo’n volledige toegang tot alle spelers. Access. 

De documentairemakers van "American Factory" kregen onbeperkte toegang

Een duik in de armoede

De roep om een vakbond loopt als een rode draad door de 110 minuten lange documentaire. Je ziet een manager bij het werven van personeel meedelen dat er een middagpauze is van een half uur, maar dat die onbetaald is.

Voor de goede orde: nog amper één op de tien Amerikaanse fabrieks­arbeiders is aangesloten bij een vakbond. Sommige arbeiders werken twee uur per dag in temperaturen van bijna 80 graden. Het is eentonig, afstotend werk. Waarom doen ze het? Er moet eten op tafel komen in het gezin.

De getuigenissen zeggen genoeg. Shawnea werkte vroeger bij GM. “Bij GM verdiende ik 29 dollar en een klets per uur. Bij Fuyao krijg ik 12 dollar en 84 cent", zegt ze.

Als haar kinderen vroeger een nieuw paar sportschoenen wilden, dan kocht ze die gewoon. Dat trekt Shawnea nu niet langer. Maar: voor de statistieken is ze niet werkloos. Maar de statistiek vertelt dus niet het hele verhaal en is minder rozig dan je zou denken. 

You never give up on the American dream. To me, that would be un-American…
Amerikaanse arbeider bij Fuyao

De middenklasse sterft in Amerika. Iemand zegt: “You never give up on the American dream. To me, that would be un-American…” Eén van de werkneemsters in de film kan zich evenwel geen flat veroorloven met haar lage loon. Ze leeft in de kelder van haar zus. Werken in de fabriek is ook een beetje een duik in de armoede geworden in de VS.

De baas van de fabriek is dus een miljardair, een van de allerrijkste Chinezen. Hij is 73 en hield als kind heel erg van de ongerepte natuur in China. "We waren arm en gelukkig", vertrouwt hij de camera toe.

Cao werd rijk met het bouwen van fabrieken. Hij vraagt zich nostalgisch en weemoedig af of hij daarmee de samenleving misschien niet slechter en vuiler heeft gemaakt. Alles is nuance in deze documentaire. Er zijn niet alleen engelen of duivels.

In 2016 ging de nieuwe autoruitenfabriek officieel open. Toen Sherrod Brown, de Democratische senator voor Ohio, op de openingsceremonie de hoop uitsprak dat Fuyao zou samenwerken met de vakbond UAW (United Auto Workers), was het Chinees-Amerikaanse management woedend achter de schermen.

Voor de camera zegt iemand: “Who the fuck does he think he is? It’s out of place. Totally out of place. Fuck him!” Brown mag nooit nog de fabriek binnen. "Er komt hier absoluut geen vakbond", zegt de eigenaar. "Als er een vakbond komt, dan sluit ik de fabriek." Je vraagt je soms af wat de Chinezen in godsnaam bedoelen met communisme.

Amerikaanse arbeiders bij Fuyao. Bij GM verdienden ze vroeger meer dan het dubbele

"Amerikanen zijn lui"

Het moederbedrijf van Fuyao ligt in Fuqing, in de zuidoostelijke Chinese provincie Fujian. Een delegatie Amerikaanse werknemers ziet daar met eigen ogen hoe razendsnel en efficiënt de Chinese arbeiders hetzelfde product maken, bijna met een militaire kadaverdiscipline. 

Een Chinese manager tegen zijn Amerikaanse collega: "Acht dagen vrij per maand in de VS? Elk weekend niet werken? En maar 8 uur per dag? In China is het anders: één of twee dagen vrij per maand. 12 uur per dag werken." Cultuurschok.

Chinezen beschouwen de Amerikanen als lui en met veel te veel praatjes. Positief vinden ze dan weer dat je als Amerikaan ongestraft grappen kan maken over de president.

De Chinezen hebben wél een vakbond in het bedrijf, maar die stelt niets voor. Hij wordt geleid door de schoonbroer van de grote baas én prominent lid van het communistisch partijcomité. De Chinese vakbond is er pro forma. In China zijn de arbeiders vooral gehoorzaam en productief. Ze worden gedrild.

Het is een dictatuur met een kapitalistisch systeem. Het bedrijf is ook een propagandamachine, stellen de Amerikaanse bezoekers vast: riedels die af worden gedreund bij het begin van de werkshift, gezamenlijke turnoefeningen, slogans roepen, bedrijfsliedjes meezingen, singalongs op het nieuwjaarsfeest, teambuildingsoefeningen. Je kijkt je ogen uit. 

Amerikaanse managers maken kennis met de kadaverdiscipline van de Chinezen in China.

Soms schokken de personages in American Factory. Een Amerikaanse manager spreekt tegen een Chinese collega in China de hoop uit dat hij bij zijn arbeiders ook meer tucht kan afdwingen door hun mond met ducttape af te plakken. Zwijgen en harder werken. Het is vrij verbazingwekkend te zien hoe de man over zijn personeel denkt en spreekt voor de camera.

Terug in Amerika beslissen de Chinese bazen dat het personeel overtuigd moet worden van de onzin van een bedrijfsvakbond. Ze nemen een gespecialiseerde firma in de arm die zogezegde cursussen organiseert voor alle personeelsleden om ze te waarschuwen voor de gevaren van een vakbond.

Eén miljoen dollar krijgt de firma om het personeel bang te maken. De opdracht slaagt. Twee derde van de arbeiders stemt tegen de komst van de vakbond. Mensen die te hard campagne voerden voor, vliegen eruit. 

Amerikanen hebben veel liefde nodig

De Chinezen die in Amerika komen werken, zijn niet echt te benijden. Ze voelen zich eenzaam, niet goed begrepen, ze krijgen niet extra betaald, en missen hun land, partner of kinderen.

Mooi zijn wel de vriendschappen die je ziet ontstaan met de Amerikanen. Chinezen die uitgenodigd worden voor Thanksgiving en een keer een geweer mogen vasthouden na het verorberen van de kalkoen en de veenbessen. Tegelijk blijven de Chinezen de Amerikanen vreemde vogels vinden.

Ze zijn te veel verwend in hun jeugd, zegt een manager, zoals een ezel hebben ze graag dat je ze niet tegen de haren instrijkt. Ze hebben heel veel liefde nodig. Het zijn een beetje huilebalken. Tot diezelfde Chinese man hoort dat veel mensen - om rond te komen - nog een tweede of een derde baan aannemen na hun uren in de fabriek. 

Soms ontstaat er een mooie vriendschap tussen Amerikanen en Chinezen in de fabriek

Manohla Dargis schreef over American Factory in The New York Times terecht dat de film een kroniek is van én het kapitalisme, en propaganda, van een waardestrijd en van de toekomst van de arbeidsrechten.

Waar moet het met de wereld naartoe? Leven we eigenlijk om te werken, of werken we om te leven, vraag ik me vooral af.

Je ziet in American Factory de globalisering in de praktijk. Je hoort een Chinese ingenieur in de Amerikaanse glasfabriek heel trots zeggen tegen de grote baas dat hij oplossingen heeft om met minder personeel te werken. Dat hij binnenkort vier mensen door een robot zal kunnen vervangen. En nog eens, en nog eens.

Tegen 2030 zouden naar schatting 375 miljoen mensen in de hele wereld op een dramatische manier hun baan kunnen verliezen door automatisering. Dat is een reusachtig probleem, en er wordt haast nooit over gesproken. The biggest problem nobody talks about.

They treat people like shit
Amerikaanse arbeider in de Fuyao-fabriek in Dayton, Ohio

Blijkt ook dat Chinezen in de praktijk niet al te veel rekening houden met bestaande milieuregels in de VS. Ze dumpen lustig verf en chemicaliën rechtstreeks de riolering in. No rules. Zij runnen de fabriek, zij zijn de eigenaars.

Iemand merkt op: “They treat people like shit.” Na heel veel klachten van het personeel is het startersloon verhoogd naar 14 dollar bruto per uur. Dat is de prijs om de wereldeconomie aan de waggel te houden.

Als de wereld van American Factory een accuraat toekomstbeeld schetst van de globalisering, dan kunnen we beter met z’n allen heel erg ongerust worden.