Drie jaar na de dood van Jordy: "Er is meer bewustwording. Ouders zetten hun kind op 18 ook niet aan de deur"

Het is vandaag exact 3 jaar geleden dat Jordy Brouillard is overleden. De jongen van 19 stierf van de honger in een tentje aan de Blaarmeersen in Gent. Als kind had Jordy lang in de jeugdhulp verbleven, maar toen hij 18 was en dus meerderjarig was, wilde hij op eigen benen staan. Hij kon nog wel hulp krijgen, maar wilde dat niet. Jan Bots van het Antwerpse opvangcentrum Wingerdbloei zegt dat sinds de dood van Jordy de bewustwording bij jeugdbegeleiders veel groter is geworden. Zorg mag niet stoppen op 18.

Jan Bots ziet op die drie jaar tijd verandering, zeker als het om bewustwording gaat. "Het is een werk van lange adem en we zijn zeker niet aan de eindmeet", stelt Bots in "De ochtend" op Radio 1. Toch is hij voorzichtig positief. "Er zijn maatregelen genomen. Heel concreet: er is capaciteitsuitbreiding gekomen naar wat men noemt "kleine wooneenheden", dat zijn co-housingprojecten waarbij 3 à 4 jongeren (die instellingsmoe zijn) samenwonen onder begeleiding." 

Hulp stopt niet op 18 jaar

Maar nog belangrijker dan de maatregelen, vindt Bots, is de mentaliteitswijziging onder jeugdbegeleiders. "De dood van Jordy is een grote schok geweest onder jeugdbegeleiders. Zij zijn zich bewust geworden dat hulp niet stopt op 18 jaar. In het decreet staat de leeftijd tot 25 jaar. Ik denk dat er in de afgelopen jaren een groter bewustwording is gekomen dat het traject naar zelfstandigheid gekoppeld wordt aan het verblijf. 18 is een magische leeftijd, maar in de praktijk verandert er niets: een kind of jongere blijft hetzelfde als daarvoor. Kinderen die starten op 5-6 jaar in de hulpverlening, dat zijn ook nog uw kinderen als ze meerderjarig zijn. Ouders zetten hun kinderen op 18 jaar ook niet aan de deur."

Contact houden essentieel

Bots vindt dat het aan hulpverleners is om contact te houden. "Het belangrijkste binnen de hulpverlening is -en dat vergeet men soms- de relatie die men met die jongere opbouwt en die stopt niet op 18.  Als een kind je afwijst op die leeftijd, dan is het aan de jeugdhulp om aanklampend toch in contact te blijven, zelfs al wil die jongere dat niet. We zien in de praktijk dat jongeren dan op 19-20 jaar soms terug aan de deur staan. Je creëert een vangnet."

Bots vraagt ook om extra capaciteit. "Het feit dat jongeren langer in de hulpvoorziening blijven dat maakt dat de druk op de capaciteit sterk vergroot", legt hij uit. 

Beluister hier het volledige gesprek met Jan Bots in "De ochtend":