Antwerpen en Limburg hinken achterop wat aantal werkenden betreft

De provincies Antwerpen en Limburg hinken achterop voor wat de zogenoemde werkzaamheidsgraad betreft. West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant zijn dan weer koploper. Dat blijkt uit de laatste Eurostat-cijfers over het werkende deel van de bevolking.

De N-VA heeft in haar zogenoemde startnota de ambitie uitgesproken om de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen op te trekken naar 80 procent. Vorig jaar bedroeg die nog 74,6 procent (voor 20- tot 64-jarigen). 

De cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat die vandaag in de krant Het Laatste Nieuws staan, tonen dat enkel West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant dicht bij het streefcijfer van 80 procent zitten, met een werkzaamheidsgraad van respectievelijk 79,6 procent en 79,5 procent in 2018. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat hier gekeken wordt naar de 25- tot 64-jarigen, om het grote aantal studenten weg te filteren.

Het percentage werklozen (mensen die actief een job zoeken, red.) ligt er erg laag, respectievelijk op 1,7 procent en 2,5 procent. In Oost-Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad 78,6 procent, maar deze provincie heeft wel het laagste aantal werklozen (1,6 procent).

Het zijn vooral de provincies Antwerpen (75,5 procent) en Limburg (74,5 procent) waar er nog werk aan de winkel is. Die laatste provincie doet het slechter dan het EU-gemiddelde van 75,1 procent en ook slechter dan de Waalse provincies Waals-Brabant (75,1 procent) en Luxemburg (74,8 procent). In Limburg ligt de werkloosheid met 2,4 procent wel lager dan in Antwerpen (2,7 procent).

Hoe kan je dan de werkzaamheidsgraad opkrikken? Volgens Stijn Baert, professor Arbeidseconomie aan de universiteit van Gent, moet de politiek proberen om de zogenoemde inactieven - de werklozen die niet op zoek zijn naar een job - aan het werk te krijgen. 

In Limburg zijn er maar liefst 23,1 procent inactieven. Daarmee is de provincie niet alleen de hekkensluiter in Vlaanderen, ze doet het ook slechter dan twee Waalse provincies: Waals-Brabant en Luxemburg. Waals-Brabant zit met 20,1 procent inactieven pal op het gemiddelde van de 28 EU-lidstaten.

Als we over de taalgrens kijken zien we dat vooral de provincies Namen (70,4 procent werkzaamheidsgraad) Luik (66,2 procent) en vooral Henegouwen (63,4 procent) het slecht doen. Bovendien is in geen enkele Waalse provincie het percentage werklozen lager dan in om het even welke Vlaamse provincie, en dit beeld is al tien jaar onveranderd gebleven, merkt de professor op. Het aantal inactieven piekt in Henegouwen op 30,6 procent, in Luik ligt hun aantal op 28,7 procent.

De regionale verschillen zijn volgens professor Baert het gevolg van een een aantal factoren: verschillende samenstelling van de bevolking, onder meer naar opleidingsniveau en migratieachtergrond. Ook verschillen op gemeentelijk niveau rond het activeren van leefloners, kan een verklaring zijn.

Volgens Baert tonen deze cijfers dat werken te weinig loont, zowel in Vlaanderen, Wallonië en België in zijn geheel. “Bij de toekomstige formatiegesprekken zal hier echt aan gewerkt moeten worden. Niet zozeer het percentage werklozen dat geactiveerd moet worden, maar de grote groep inactieven die we momenteel niet naar de arbeidsmarkt verleid krijgen. Daar zit volgens mij de grote uitdaging als we de 80 procent werkzaamheidsgraad willen halen”, besluit de professor.