Op reis met Vlaamse meesters: Op dit Brusselse plein ging de geschiedenis sneller dan haar schaduw

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Het Rogierplein in Brussel" van Frantz Charlet  of hoe verkeer in de stad eens zijn charme had

Mocht het impressionisme vandaag uitgevonden zijn, de kans was nul dat een schilder als Frantz Charlet bij het Rogierplein in Brussel ging post vatten. Het plein ligt nu op het hectische verkeersknooppunt tussen de binnenstad en de kantoorwijk rond het Noordstation. Toch is het Rogierplein een open geschiedenisboek van ruim 175 jaar. Nergens in Brussel is beter de inderhaaste ontwikkeling van mobiliteit, architectuur en stadsuitbreiding te zien.

Op het Rogierplein verzamelden duizenden Duitse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog om de bezetting te vieren. In de jaren 80 verenigden anti-rakettenbetogers er zich, in de jaren 90 was het de Witte Mars. Voor talrijke andere manifestaties werden er de ordewoorden afgekondigd. Maar het Rogierplein is vooral het toneel van reizigersverkeer: de paardentram, het terminusstation, de eerste geëlektrificeerde tram, de prille gemotoriseerde bussen, de ondergrondse treinverbinding en de metro. Om vooral de Kleine Ring niet te vergeten, de stadssnelweg die vanaf de jaren 50 het autoverkeer moest leiden.

Een "gare intérieure"

Het Rogierplein is aangelegd rond het voormalige Noordstation, een terminusstation dat enkele honderden meters dichter bij de stadskern lag dan het huidige stationcomplex. In 1835 vertrok in Brussel de eerste trein vanuit Groendreef. Het kleine station was snel verzadigd en de vraag groeide naar een "gare intérieure". In 1841 startte de bouw van een monumentaal stationsgebouw dat pas twintig jaar later helemaal voltooid was. Intussen was de eerste internationale treinverbinding vanuit het nieuwe station tot stand gebracht.

Het Rogierplein, genoemd naar de liberale Brusselse minister Charles Rogier, was voortaan een bruisende stationsbuurt met brasserieën, cafés en hotels. Aanvankelijk bleef het bij twee bouwlagen. In de jaren dertig ging het naar tien bouwlagen en na de Tweede Wereldoorlog zat er geen rem meer op hoogbouw. Illustere hotels luisterden naar namen als Hotel des Boulevards, Hotel Siru of Grand Hotel Cosmopolite. Hollywoodacteurs, koninklijke families en beroemde tenoren logeerden er in luxueuze suites. Buiten doken de eerste reusachtige reclamepanelen op. 

De Martini-toren in de "golden sixties"

In 1955 werd het Noordstation definitief gesloopt. Een nieuw station was nodig om de ondergrondse noord-zuidverbinding te realiseren. Tot dan waren Brussel-Noord en Brussel-Zuid eindstations. In de plaats van het Noordstation kwam de beeldbepalende Martini-toren, zo genoemd vanwege de grote neonreclame op het gebouw. De toren werd voltooid in Expojaar 1958 en gebouwd op de site van het afgebroken Noordstation. Architect Jacques Cuisinier hanteerde de utopische concepten van Le Corbusier. Werken en wonen moesten samen kunnen gaan. Helemaal bovenaan lonkte het vermaak met de Martini-club. Celebrity's uit de "golden sixties" kwamen er jarenlang over de vloer. De eens zo trendy toren had maar 36 levensjaren op de teller toen hij in 2004 werd geveld. Hij maakte plaats voor de nog hogere nieuwe Rogiertoren.

Hoofdrol voor de paardentram

"Het Rogierplein in Brussel" zoals Frantz Charlet het schilderde heeft geen datum, maar situeert zich waarschijnlijk rond 1900. Charlet was een volbloed impressionist. Hij ging kieskeurig op zoek naar de esthetica van een landschap. Het Rogierplein van zijn tijd moet hem erg bekoord hebben. Zijn schetsmatige impressie laat het betegelde plein met kiosken en bomen baden in het zonlicht. Paard en koets staan als taxi's avant la lettre te wachten op passagiers. Op de achtergrond ligt het Noordstation, links het Hotel St Jean met een wapperende Belgische vlag.

De hoofdrol gaf Charlet aan de voorbijrijdende paardentram. Hij kadreerde de paarden deels weg, een handige truc om beweging uit te drukken. De eerste paardentram reed in 1869 door Brussel. Charlet schilderde de open tram zoals die in sporen werd voortgetrokken over de ringlanen. In een stad als Brussel met hoogteverschillen waren paardentrams niet voor de hand liggend. Ook de paardenmest zorgde voor overlast. Ruim 40 jaar hielden de trams het vol voor ze moesten wijken voor geëlektrificeerde lijnen. Hoeft het gezegd, de paardentram was er niet voor de gewone man. Vooral de burgerij kon er gebruik van maken. De passagiers die Charlet schilderden pendelden duidelijk niet naar hun werk. 

Hoogbouw, voertuigen en eindeloze werken

Het Rogierplein lijkt nu in niets meer op het plein van Charlet. Stadplanners proberen er al decennia het beste van te maken. Maar het oord blijft overheerst worden door hoogbouw, een ononderbroken stroom van voertuigen en eindeloze werken. Sinds 2015 wordt het zicht bepaald door een UFO-achtige luifel die de bushaltes en de metro-ingang bedekt. Het blijft een plein van mensen die komen en ook snel weer gaan.

Twee relicten uit het verleden houden stand. Het Hotel Albert I en het Palace Hotel  -of tenminste hun gevels- staan nog recht en zijn in handen van internationale hotelketens. Van het gesloopte station blijft niets meer over, of bijna niets. De vier machtige gevelbeelden decoreren nog steeds het Warandepark van...Diest.

"Het Rogierplein in Brussel" van Frantz Charlet hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Gent