Zuid-Italië loopt leeg: "Ik wil hier wel werken, maar hier is gewoon niks"

De afgelopen 15 jaar hebben 2 miljoen Zuid-Italianen hun geboortegrond verlaten op zoek naar werk en een toekomst. Al decennialang vertrekken Zuid-Italianen naar een beter leven in Noord-Italië, Noord-Europa of de Verenigde Staten, een volksverhuizing die ingezet werd na de eenwording van Italië in 1861 en haar hoogtepunt kende in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Toen waren het vooral ongeschoolde arbeiders die vertrokken, nu zijn het hoogopgeleide jongeren.

Villarosa is een treinstation in de "middle of nowhere". Vanaf het perron wordt de reiziger omringd door kale bergen, dorre landerijen en het geruis van de snelweg in de verte. Het is het hart van Sicilië, Palermo ligt zo'n 120 km naar het westen en Catania, Siciliës tweede grote stad, iets meer dan 100 km naar het oosten. Hier is niets, behalve muziek. Uit de luidsprekers klinkt nostalgische Siciliaanse muziek.

"Dit is het museum voor emigratie", zegt Primo David, stationschef in ruste. "Vanaf dit station vertrokken in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw zo'n 50.000 mensen, vooral naar Noord-Europa en Amerika. Veel van mijn dorpsgenoten kwamen terecht in de Belgische steenkoolmijnen." 

Het station van Villarosa, vertrekpunt voor velen naar het noorden of naar Amerika.

Al 25 jaar runt David het kleine museumpje over de grootste tragedie van zijn geboortegrond, de enorme leegloop. "De geschiedenis herhaalt zich, vroeger vertrokken mensen met de inmiddels beroemde "valigia di cartone", jongeren van nu gaan weg met een laptop onder hun arm." Het resultaat is hetzelfde: ontvolking en verarming van het grondgebied.

Hier is niets, behalve muziek

Het museum in Villarosa wordt jaarlijks door enkele duizenden mensen bezocht, velen zijn zelf ooit geëmigreerd, zoals Marco. Hij is 43, komt uit een dorp in de bergen bij Palermo en vertrok 15 jaar geleden naar Turijn. "Van mijn examenklas woont er nog één in mijn geboortedorp. Hij is schaapherder, net als zijn vader. Twintig jaar geleden had het dorp nog  9.000 inwoners, nu nog maar 2.000 en de gemiddelde leeftijd in het dorp ligt ver boven de 70."

Primo David, gepensioneerd stationschef, heeft duizenden mensen zien vertrekken.

Zuid-Italiaanse tragedie in een notendop

Deze zomer verscheen een rapport waarin die tragedie pijnlijk duidelijk wordt: de afgelopen 15 jaar hebben 2 miljoen Zuid-Italianen hun geboortegrond verlaten, slechts een deel daarvan kwam terug. Per saldo raakte het zuiden van Italië de afgelopen decennia 850.000 inwoners kwijt, twee keer de stad Antwerpen. Het zijn vooral hoogopgeleide jongeren die het zinkende schip verlaten. Na enkele jaren van stilstand zal de fragiele Zuid-Italiaanse economie in 2019 opnieuw krimpen. 

"Het is een dubbel verlies", zegt Giacomo d’Arrigo, hij was tot voor kort directeur van de overheidsinstantie die zich bezighoudt met de Erasmus-uitwisseling. "Enerzijds vanwege het geld dat geïnvesteerd is in het opleiden van deze jongeren en anderzijds in "human capital", deze jongeren zullen niet bijdragen aan het opbouwen van het zuiden."

Hét symbool voor de ontvolking op Sicilië is Villapriolo, een afgelegen gehucht dat onderdeel is van de gemeente Villarosa. Het dorp is in de laatste drie jaar de helft van de bevolking kwijtgeraakt. De stilte op straat is overweldigend, de treurnis in de enige kruidenierswinkel van het dorp meelijwekkend.

"We hebben bijna geen klandizie", vertelt eigenaar Salvatore sip. "We zijn maar met weinig." Zijn dochter is het op één na laatste kind dat in Villapriolo geboren werd, ze is acht. Ze bevolkt met nog vijf kinderen de plaatselijke lagere school, de crèche gaat dicht omdat het enige kind nu naar de lagere school gaat en openbaar vervoer rijdt er al jaren niet meer. Van de 1.000 inwoners zijn er nu nog 450, met name ouderen, over.

Eén van de jongeren die vertrokken, is Maddalena. Ze is 26, studeerde Internationale Marketing in Milaan en is net terug van een jaar in Australië. Voor de zomer is ze even in haar geboortedorp, maar ze kan niet wachten om Sicilië weer te verlaten. "Ik ga het hier best missen", zegt ze vanachter haar Gucci-zonnebril. "En ik zou hier ook wel willen werken, maar er is hier gewoon niks. Als ik iets van mijn leven wil maken, dan moet ik hier weg. In de zomer gaat het hier nog wel, maar in de winter is het hier leeg en troosteloos."

Enkele oude valiezen in het Museum voor Emigratie

"Niemand investeert in gebied zonder infrastructuur"

De leegloop van het zuiden van Italië is al decennia aan de gang, miljoenen zuiderlingen vertrokken in de jaren van de economische boom naar het rijke Noorden om daar in de fabrieken te werken. De Fiat-fabrieken in Turijn draaiden voor het overgrote deel op "terroni", zoals ze minachtend werden genoemd.

Nu zijn het de hippe start-ups en de bruisende economie in Milaan die hoogopgeleide zuiderlingen aanzetten de bijna 1.500 kilometer naar het Noorden te reizen. Behalve gebrek aan werk, noemen de emigranten vooral wantrouwen in de lokale politiek als reden voor hun keuze. "De gemeente hier is de eerste die je niet moet vertrouwen", beaamt Maddalena. "Baantjes worden verdeeld onder vrienden en familie." 

Ondanks de constante leegloop is Giacomo d'Arrigo positief over de kansen van het Zuiden. "We moeten dan wel investeren. Vooral in infrastructuur." Zuid-Italië is volgens D'Arrigo het enige onderontwikkelde gebied in de Europese Unie, op een paar delen van Oost-Europa na. Het ontbreekt aan goede wegen, spoorwegen en havens die de belangrijkste steden met elkaar en het Noorden verbinden. "Niemand investeert in een gebied zonder infrastructuur."

Voor Maddalena komt het te laat, zij gaat na de zomervakantie terug naar Milaan. "Daar krijg je de kans om te groeien, iets van je leven te maken. Hier is niets, ik heb het geprobeerd. Maar als er niets is, wat moet ik dan?"