De vijf boeken die het leven van "griepcommissaris" Marc Van Ranst hebben veranderd

Sinds zijn aanstelling tot griepcommissaris tien jaar geleden is viroloog Marc Van Ranst wellicht al in menige quizvraag opgedoken. Dat hij allergisch is voor xenofobie en racisme, weet elke twitteraar. Maar wie had gedacht dat Marc Van Ranst ook een "pathologisch" verzamelaar van boeken is? Een gesprek over jongensdromen, een lab in de kelder en de Nobelprijs op jonge leeftijd. 

De laatste jaren leest professor Marc Van Ranst (°1965) veel minder dan vroeger. Na ons interview op zijn kantoor op de campus Gasthuisberg van het UZ Leuven, merkt hij op: "Tiens, het meest recente boek dat ik heb gekozen dateert uit de jaren tachtig, ik ben toch wel wat blijven steken, vind ik nu zelf. Daar ga ik wat aan doen."

Ooit was hij een kettinglezer, tegenwoordig herleest hij veel, of neemt hij stukken van boeken door. Vooral van oude exemplaren - eerste drukken van  Felix Timmermans, van Hugo Claus, of oude boeken over microbiologie. "Ik ben echt een pathologische verzamelaar, ik koop ook boeken gewoon omdat ze mooi zijn."

Ik ben een pathologische verzamelaar

Hoeveel heeft hij er intussen? Van Ranst heeft ze nog niet geteld - "10.000... minstens. Ik stockeer ze niet langer thuis, ze staan allemaal in een appartementje dat ik heb ingericht omdat het dicht bij het werk ligt. Zo'n drie keer per week ga ik daar lezen en genieten van de geur van oude boeken." 

1. "De straalvogel" - Jef Nys

Marc Van Ranst bladert door een kapotgelezen strip ("misschien wel honderd keer") - op de cover een zelfgemaakt houten vliegtuigje. "De Straalvogel" van Jef Nys kreeg ik toen ik nog niet kon lezen. Ik begreep het verhaal aanvankelijk door naar de plaatjes te kijken. Ik denk wel dat ik dankzij dat album heb léren lezen en de smaak te pakken heb gekregen. Lezen was voor mij de wereld die openging."

"Ik vond het fantastisch hoe dat kleine Jommeke een vliegtuig in mekaar kon timmeren! Dat wou ik ook: uitvinder zijn en knutselen. Tijdens de zomervakanties bij mijn grootouders, waar planken en nagels en hamers in overvloed te vinden waren, heb ik toen net als Jommeke iets ineengestoken dat op een vliegtuig leek. Ik was er vast van overtuigd dat het ding ook zou kunnen vliegen als ik maar ergens een motortje zou vinden."

Ik was er vast van overtuigd dat mijn zelfgemaakte vliegtuigje zou vliegen als ik ergens een motor vond

""De straalvogel" was mijn eerste Jommekesboek en ik ben de reeks blijven lezen tot nummer 50 ongeveer. Suske en Wiske en Nero las ik ook graag. Als volwassene kijk je anders naar die strips, dan zie je hoe Willy Vandersteen en Marc Sleen aan volksverheffing deden."

"In "De klankentapper" bijvoorbeeld hoort Wiske de term polio en ze vraagt Suske om uitleg. Die heeft het dan over poliomyelitis en anterior acuta en de vernietiging van zenuwcellen door een virus. Waarop professor Barabas een ijzeren long begint te maken. Zulke striptekeningen laat ik in mijn colleges virologie graag aan mijn studenten zien om wetenschappelijke begrippen te illustreren."

2. "Robert Koch, de wereld van het kleine" - Karel Houtman

Als Marc Van Ranst dit jeugdboek over de Duitse microbioloog Robert Koch niet had gelezen toen hij dertien was, waren er zeker veel dingen in zijn leven anders gelopen. Dan was hij nu wellicht geen diensthoofd laboratoriumgeneeskunde. 

"De wereld van het kleine" is een educatief werkje uit 1959 over een van de grondleggers van de moderne bacteriologie, de Duitser Robert Koch. Gebogen over zijn microscoop in zijn lab ontdekte hij in de negentiende eeuw het bestaan van de tuberkelbacil. Hij kon ook als eerste de veroorzakers van cholera en antrax identificeren. In 1905 kreeg hij de Nobelprijs voor Geneeskunde.

Lees verder onder de foto

Robert Koch (boven) en Marc Van Ranst, allebei in hun privélaboratorium

"Uit de bibliotheek nam ik alle mogelijke scheikundeboeken mee naar huis. Ik ging ermee aan de slag in mijn persoonlijke laboratorium in de kelder. Met mijn spaargeld kocht ik een microscoop. Vanaf toen heb ik me echt geen moment meer verveeld. Mijn ouders lieten me begaan, als ik iets bijleerde was het allemaal goed voor hen.  Ik heb veel geluk gehad dat er nooit iets mis is gelopen, want ik heb bijvoorbeeld wel buskruit gemaakt."

Ik heb veel geluk gehad dat er nooit iets is ontploft, want ik experimenteerde wel met buskruit

"Dat ik me tijdens mijn studies geneeskunde gespecialiseerd heb in microbiologie en virologie komt echt door dat boekje over Robert Koch. Ik deelde zijn nieuwsgierigheid en had dezelfde drang om te zoeken naar nieuwe dingen. Het was ook interessant om te lezen hoe je groeit als wetenschapper, dat het bereikte resultaat er niet zomaar komt maar dat je een goede basis moet hebben en dat je maar dingen kan ontdekken als je een heel proces doorloopt."

3. "Pallieter" - Felix Timmermans

Timmermans schreef "Pallieter" tijdens de Eerste Wereldoorlog - een donkere, moeilijke periode. "Hij wilde een positief boek schrijven", zegt Van Ranst, die het als 16-jarige las. "De figuur Pallieter vertegenwoordigt een flinke dosis levenslust die de mensen toen goed konden gebruiken."

Ik wou dat ik dezelfde levenslust had als Pallieter; met een volle buik in het gras gaan liggen en naar de wolken kijken

"Ook ik was gefascineerd door zijn personage, ik wou zelf zijn zoals Pallieter - met een volle buik in de zon in het gras gaan liggen en naar de wolken kijken. Die jongen verstond de kunst van het nietsdoen, genieten van het leven. Ik had een warm en positief gevoel bij dat boek, het staat heel dicht bij "De Witte van Zichem", ook een van mijn lievelingsboeken."

Lees verder onder de trailer van de speelfilm "Pallieter":

"Het tweede deel van het boek is grimmiger en is me pas later gaan aanspreken. Pallieter was een van de eerste groenen. Hij waarschuwde voor de gevolgen van de industriële revolutie, de vervuilende fabrieken. Als Pallieter met een vliegtuigje boven zijn geliefde Netevallei in Lier zweeft, roept hij uit: 'Het is hier naar de knoppen aan het gaan!' Timmermans schreef dat toen nog maar weinig mensen zich om het milieu bekommerden."

4. "De dubbele helix" - James Watson

Dit werk uit 1968, waarin de moleculair bioloog James Watson beschrijft hoe hij met zijn team de structuur van DNA - een dubbele helix - heeft blootgelegd, heeft volgens Van Ranst niet alleen het leven van hemzelf, maar dat van iedereen veranderd. "We wisten eindelijk hoe onze erfelijkheid in mekaar zit. Als we over twee-, driehonderd jaar terugkijken naar deze wetenschappelijke ontdekking, zullen we die als een absolute mijlpaal beschouwen, die elke tak van de biologie compleet veranderd en gemoderniseerd heeft."

Van Ranst ontdekte het boek "The double helix" op het einde van de humaniora, ook in de lessen biologie was hij al gefascineerd door de dubbele-helixstructuur. "In de klas stond een model van DNA - zo mooi, ik was er compleet weg van! Hoe die scheikundige structuur zo goed in mekaar steekt en alles perfect kan verklaren! En de biologieleraar kon het dan ook nog eens heel boeiend en wervend uitleggen. Toen heb ik definitief gekozen voor microbiologie en geneeskunde."

Op school stond er een model van een dubbele helix in de biologieklas - zo mooi!

De ontdekking van de dubbele helix is het werk van drie mannen en een vrouw, Rosalind Franklin. In 1962 kregen Watson, Crick en Wilkins de Nobelprijs voor Geneeskunde, Franklin kreeg niets. "Intellectueel oneerlijk", vindt Marc Van Ranst, "een fout van het Nobelcomité."

"Als we met de ogen van nu kijken naar het onderzoek van Watson en zijn team, kunnen we alleen maar zeggen dat Rosalind Franklin een even grote bijdrage heeft geleverd aan de ontdekking van de DNA-structuur. Maar zij cijferde zich altijd weg als de vrouw die koffie zette, en dat werd heel normaal gevonden."

De Nobelprijs krijg je beter niet voor je zeventigste

Intussen is de held van Marc Van Ranst van zijn voetstuk gevallen: "Op het einde van zijn carrière verkondigde Watson op geregelde tijdstippen bizarre opvattingen. Hij geloofde in de superioriteit van het blanke ras en was ervan overtuigd dat blanken intelligenter zijn dan zwarten door een verschil in de genen." Op zijn oude dag - de Amerikaan James Watson is 91 jaar - heeft hij al verschillende eretekens terug moeten geven. Het Cold Spring Harbor Laboratory in New York, waar Watson altijd heeft gewerkt, heeft vijf jaar geleden alle banden met de Nobelprijswinnaar verbroken.

"Ik praat nooit over Watson zonder dat te vermelden, het was een echte desillusie voor mij, ook al is zijn wetenschappelijke onderzoek er niet minder belangrijk door. Voor mij toont het aan dat je een Nobelprijs niet voor je zeventigste mag krijgen. James Watson was in 1962 halfweg de dertig. Ik ben van mening dat een Nobelprijs niet karakterbevorderend is."

5. "De ondraaglijke lichtheid van het bestaan" - Milan Kundera

We zijn aanbeland bij het vijfde en laatste boek: een bestseller van de Tsjechische schrijver Milan Kundera die enkele jaren na de publicatie in de jaren tachtig al werd verfilmd, met Juliette Binoche. De vier personages zoeken hun weg in de liefde, de seksualiteit en het communisme. 

"De ondraaglijke lichtheid van het bestaan" heeft voor Van Ranst het pad geëffend naar de hele Tsjechische literatuur - hij leest ook bijzonder graag het werk van bijvoorbeeld Ivan Klima, alles in Engelse vertaling. 

Van Ranst heeft het nu opvallend vaak over vrouwen. "Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik in Finland een Tsjechische ontmoet. Door haar heb ik kennisgemaakt met de Tsjechische cultuur, ik ben vaak in het land geweest en heb vastgesteld dat de Tsjechische volksaard veel gelijkenissen vertoont met de Vlaamse. Ik spreek de taal een heel klein beetje en geef nu al 25 jaar les in Praag."

Relaties met vrouwen die dit boek slecht vonden, zijn nooit gelukt

Wat hem in dit boek zo erg aanspreekt? "De lichtheid, de humor van Kundera, de seksuele vrijheid, het magisch-realisme ook. Ik kan de waarde ervan zo uitdrukken: relaties met vrouwen die dit boek totaal slecht vonden, hebben nooit gewerkt. Omgekeerd gaat dat ook op  - hield een vrouw er wél van, dan hadden we een goede relatie."

Ten slotte: voor iemand die besmet is met het boekenvirus én die alles van Kundera verzamelt, moet het hard zijn om alleen een ongesigneerde versie  te hebben van "The Unbearable Lightness of Being". Professor Van Ranst hoopt dan ook vurig dat er op een mooie dag een exemplaar met een persoonlijke handtekening op hem ligt te wachten in het postkantoor.

Zin in meer boekentips? Ga dan naar de website langzullenwelezen.be. Neus rond in de boekenkast van andere lezers en ontdek wat zij van gelezen boeken vinden. Maak ook zelf een virtuele boekenkast aan en geef bij elk boek je ongezouten mening en score.