Vlaamse bedrijven willen dat scholen meer experimenteren

De Vlaamse Onderwijsraad en De Vlaamse Ondernemers slaan de handen in elkaar om het onderwijs klaar te stomen voor de toekomst. En neen, roepen beide initiatiefnemers luid, dit is niet het zoveelste project dat aan de scholen wordt opgedrongen. De ideeën en projecten komen van de scholen zelf.

“School of the Future” is de naam van het geesteskind van de Vlaamse Onderwijsraad en de Vlaamse Ondernemers (een partnerschap van 18 werkgeversorganisaties). De bedoeling is om projecten en ideeën die her en der in Vlaamse scholen uitgeprobeerd worden, breder bekend te maken zodat ook andere scholen ermee aan de slag kunnen.

Waarom “moeit” het bedrijfsleven zich daarmee ? “Een terechte vraag”, zegt Peter Demuynck van Agoria Vlaanderen, dat de technologiesector vertegenwoordigt in De Vlaamse Ondernemers: “Bedrijven zullen de scholen ondersteunen die met de projecten en ideeën aan de slag willen. Wij hebben ervaring opgedaan met een eerder project, “Factories of the Future”.”

“We hebben daarin nagegaan wat de grote transformaties zijn waarvoor onze bedrijven staan, hoever ze daarin gevorderd zijn en hoe we ze kunnen begeleiden. Met dezelfde methodologie willen we het onderwijs helpen bij de transformaties die er ook daar noodzakelijkerwijs aankomen. We zijn trouwens als bedrijven ook zelf gebaat bij afgestudeerden die levenslang willen leren, gemotiveerd zijn enz.”

Maar wat zijn nu die projecten en ideeën die onze scholen moeten klaarstomen voor de wereld van morgen (of van vandaag al) ? Twee voorbeelden: in Tessenderlo experimenteerde het THH-Instituut met duaal leren. In dat systeem gebeurt een groot deel van de opleiding in bedrijven. Het bleek een succes. Op een na waren alle leerlingen zeer tevreden. In Halle is er het Technisch Atheneum dat enkele jaren geleden een volledig digitale school werd, er zijn geen handboeken meer, alles verloopt via een digitaal platform.

Nog een project ? Nog meer papierwerk ?

Op basis van al die individuele projecten ontwikkelden de Vlaamse Onderwijsraad en De Vlaamse Ondernemers een pakket van zes “transformaties”: een ervan is leerlingen stimuleren om te ontdekken, te leren, te creëren; een tweede is een maximaal fijne werkomgeving voorzien voor leerkrachten zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen en openbloeien; daarnaast zijn er transformaties tot digitale en duurzame school. De scholen krijgen geen uitgewerkt traject voorgeschoteld, experimenteren is het ordewoord.

Maar is dit nu niet het zoveelste project dat over het Vlaamse onderwijs wordt uitgestort ? En is er al geen onderwijsvernieuwing aan de gang, met nieuwe eindtermen en dies meer ? Peter Demuynck van Agoria: “Dit is toch iets anders. Dit is echt wel een noodzakelijke stap: de wereld wordt complexer, er is de digitalisering, en competenties zullen een kortere houdbaarheidsdatum hebben.”

“Dus die vernieuwing moet er echt wel  komen om het maximale te halen uit de talenten van elke leerling en hen excellent voor te bereiden op leven en werken. Daarnaast blijven gelijke kansen belangrijk. Dat is allemaal noodzakelijk om ons onderwijs aan de top te houden.”

Maar de scholen en – vooral – de leraars mogen gerust zijn: er komt niet meer papierwerk en planlast op hen af. Het is net de bedoeling dat bedrijven hen begeleiden en dat een pool van specialisten hun werk uit handen neemt.

De Vlaamse Onderwijsraad en De Vlaamse Ondernemers hopen uiteraard dat zoveel mogelijk scholen meedoen met “School of the Future”. Ze zullen tevreden zijn als elke Vlaamse school één transformatie heeft doorlopen tegen 2024, het  einde van de volgende Vlaamse legislatuur. Voor dit schooljaar wordt gehoopt op 10 à 15 scholen die meedoen. Van de volgende Vlaamse regering wordt enige soepelheid verwacht als scholen aan het experimenteren slaan.

Meest gelezen