Video player inladen...

U betaalt elk jaar 300 euro "aan elektriciteit" voor kosten die niets te maken hebben met elektriciteit

Zo'n 300 euro of ruim 32 procent van de jaarlijkse netto­elektriciteitsfactuur. Zoveel betaalt een gemiddeld Vlaams gezin aan de zogenoemde openbare­dienst­verplichtingen (ODV). Daar zitten onder meer de kosten van onze straatverlichting bij, de installatie van publieke laadpalen of budgetmeters, maar vooral de kosten van groene stroom. Dat berekende de Vlaamse energieregulator VREG in een nieuwe studie, waarin hij de ondoorzichtigheid van het systeem aan de kaak stelt én de eenzijdige afwenteling van de kosten op de stroomfactuur.

De totale kost van de ODV bedraagt 1,4 miljard euro per jaar. De grote slokop is de ondersteuning van de hernieuwbare energie. Van die 1,4 miljard euro gaat jaarlijks 1,3 miljard naar subsidies voor groene energie, zo berekende de VREG. 

De afwenteling op de stroomfactuur is eenzijdig volgens de VREG. Bijna alle openbare­dienst­verplichtingen worden verrekend via de elektriciteitsfactuur en bijna niets via de gasfactuur. Via de gasfactuur betalen we met zijn allen maar 9 miljoen euro per jaar.

Vlag die vele ladingen dekt

ODV: het is een vlag die vele ladingen dekt. Technische verzorging van onze energienetten, bijvoorbeeld, zoals een tussenkomst bij nieuwe gas- of elektriciteitsaansluitingen, of de kosten voor de installatie van publieke laadpalen voor elektrische auto’s. Maar ook sociale tussenkomsten zoals de budgetmeters die het energieverbruik beperkt van mensen die hun facturen niet meer kunnen betalen, of de gegarandeerde energievoorziening voor mensen van wie de elektriciteits- of gasleverancier failliet gaat.

En sinds een paar tientallen jaren de ondersteuning van onze energieomslag: subsidies om woningen energiezuiniger te maken en vooral de ondersteuning van de hernieuwbare energie. Het gaat dan om de groenestroomcertificaten ter ondersteuning van windmolens en zonnepanelen, bijvoorbeeld. Maar ook voor de zogenaamde warmte-krachtcertificaten die groene warmtebronnen moeten ondersteunen.

Marie-Sol Sebrechts Gillain

Een moeilijke berekening

Het is al langer duidelijk dat die ondersteuning een grote druk op onze elektriciteitsfactuur zet. Maar hoe groot die druk precies is, dat is al heel wat minder duidelijk. De subsidies voor de groene energie zitten namelijk heel ingewikkeld verborgen in onze stroomfactuur, onder maar liefst drie verschillende rubrieken, waarin bovendien ook nog andere kosten worden aangerekend.

Een deel zit in de energieheffing van de Vlaamse overheid, een ander deel zit verborgen in onze bijdrage voor het onderhoud van de elektriciteitsnetten (waarbij dan de vraag is: hoeveel van die bijdrage gaat naar dat onderhoud en hoeveel naar de ondersteuning van onze zonnepanelen en windmolens) en het laatste deel zit verstopt in een kleine soms letterlijk onzichtbare rubriek (omdat hij op sommige facturen gewoon niet staat vermeld) van onze stroomleveranciers “bijdrage groene stroom en wkk”.

De Vlaamse overheid heeft onze stroomleveranciers namelijk verplicht een deel van de subsidiebewijzen van de groene energie (de groene­stroom­certificaten) op te kopen. Dat betekent natuurlijk meer kosten voor de stroomleveranciers. Kosten die ze van de overheid mogen doorrekenen aan de klant. De meesten zetten die kosten apart op de factuur onder de post “bijdrage groene stroom en wkk”, sommigen doen dat niet en verrekenen dit gewoon in hun globale stroomprijs. Het maakt de verwarring alleen maar groter en de berekening quasi onmogelijk.

Een nest met vele jongen

Zo is onze stroomfactuur een verduiveld ingewikkeld nest geworden waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt. Het is de verdienste van de VREG dat hij het nest heeft ontward én de jongen heeft gevonden. Dat waren er dus zeer veel én zeer dikke: jaarlijks blijkt maar liefst 1,3 miljard netto via de drie posten van de Vlaamse stroomfactuur naar de hernieuwbare energie te vloeien.

Vooral het grote aandeel van de “bijdrage groene stroom en wkk” valt daarbij op: dat is maar liefst 600 miljoen. Daarnaast komt er 600 miljoen via de distributienettarieven van de netbeheerders. Die krijgen uit het Energiefonds en de algemene begroting van de Vlaamse regering nog eens een kleine 200 miljoen om de subsidies voor de groene stroom mee te helpen betalen. En dat Energiefonds wordt gestijfd via , jawel, de Vlaamse energieheffing op onze stroomfactuur.

Een onevenwichtige financiering

In zijn studie legt de VREG duidelijk de vinger op het ondoorzichtige van het systeem. Voor de transparantie zou het veel beter zijn dat we duidelijk weten hoeveel geld we nu geven aan de ondersteuning van de hernieuwbare energie, hoeveel aan de straatlampen, hoeveel aan de budgetmeters of het onderhoud van de netten. De VREG kondigt aan dat hij jaarlijks de oefening zal maken en de cijfers op zijn website zal zetten. Het zal alvast de doorzichtigheid van onze factuur ten goede komen.

Marie-Sol Sebrechts Gillain

Maar de VREG legt de vinger op nog een teer punt. Uit het rapport van de VREG blijkt namelijk overduidelijk dat de last van de ODV (en dus vooral de ondersteuning van de hernieuwbare energie) wel heel erg onevenwichtig is verdeeld over onze energiefacturen.

Die bedraagt dus 1,4 miljard euro of 1400 miljoen euro in totaal. Daarvan wordt 9 (negen!) miljoen opgehaald via onze gasfactuur en maar liefst 1391 (duizend driehonderd eenennegentig) via onze stroomfactuur. De lasten liggen gewoon op de verkeerde energiedrager, concludeert de VREG. Het vervuilende, fossiele en klimaatonvriendelijke aardgas wordt amper belast, terwijl elektriciteit, dé energiebron van de toekomst die je bovendien echt groen en klimaatneutraal kan maken, bijna de totale last van onze ODV torst.

De VREG spreekt van “een verkeerd signaal”. Een heroriëntering dringt zich op, aldus de VREG. De regulator hoopt dat het rapport de beleidsmakers kan inspireren.

Naar een Vlaamse taxshift van 1,4 miljard?

Die beleidsmakers, onze politici, hebben in de aanloop naar de verkiezingen bijna allemaal erkend dat onze stroomfacturen veel te hoog zijn geworden. De oneigenlijke kosten moesten eruit en gefinancierd worden via “algemene middelen”, stelden sommigen.

Ze hadden het daarbij onder meer over de straatlantaarns en de subsidies voor hernieuwbare energie. Maar ze repten met geen woord over de omvang van die “oneigenlijke kosten”. Welnu: die is volgens de VREG dus 1,4 miljard, waarvan 1,3 miljard voor groene energie.

Als de Vlaamse overheid dat allemaal uit onze stroomfactuur wil halen, dan zal ze dus voor 1,4 miljard nieuwe inkomsten moeten zoeken. Kort door de bocht: om onze stroomfactuur te verlagen en uit te zuiveren én het systeem in evenwicht te houden moet de Vlaamse regering 1,4 miljard nieuwe belastingen opleggen. Een taxshift van onze stroomfactuur naar de Vlaamse schatkist, eigenlijk.  

Volgens sommigen zou een verrekening via algemene middelen ook sociaal rechtvaardiger zijn. In principe betalen de sterkste schouders meer belastingen dan de zwakste. Maar een nieuwe belasting van 1,4 miljard, dat wordt een heel harde noot om te kraken én heel moeilijk te verkopen aan de publieke opinie.

Michael Bodmann

Een ander alternatief is een taxshift naar een andere energievorm: de lasten van de stroomfactuur verschuiven naar de gasfactuur of naar andere fossiele brandstoffen (stookolie, benzine, diesel), een CO2-taks dus.  

Het idee wint meer en meer veld. Het is alleszins transparanter, maar het is een belasting natuurlijk, en nogal wat politieke partijen hebben een viscerale afkeer van het woord ‘belastingen’. Een shift van ruim een miljard euro op Vlaams niveau is natuurlijk erg radicaal. Misschien is er een tussenoplossing mogelijk, een deel verschuiven naar de fossiele brandstoffen en een deel laten waar het is.

Wat met de federale taxshift?

Er moet trouwens worden opgemerkt dat met de 1,4 miljard euro het verhaal nog niet ten einde is, want de VREG is de Vlaamse energieregulator. Hij spreekt zich dus alleen uit over de Vlaamse ODV op onze energiefactuur. Maar er liggen ook nog federale, Belgische, lasten op de Vlaamse stroomfacturen. De bijdragen voor de ondersteuning van de windmolen­parken op zee, bijvoorbeeld. Voor alle Belgen samen bedraagt die op kruissnelheid (en dat is normaal gezien vanaf volgend jaar in 2020) zowat 500 miljoen euro per jaar. Vlaanderen draagt daarvan het grootste deel, makkelijk een paar honderd miljoenen.

Als de federale regering haar duit in het zakje wil doen, kan ze ook die 500 miljoen weghalen van onze stroomfactuur en vanuit algemene middelen financieren. Lees: de offshore betalen met een belastingverhoging van 500 miljoen. Het is erg onwaarschijnlijk dat de federale regering met de huidige budgettaire toestand nog eens extra 500 miljoen belastingen wil besteden aan de ondersteuning van haar windmolenparken.

Jelle Jansegers

En wat met de btw?

Een verschuiving van de ODV naar de algemene belastingen ligt nog moeilijk om een andere reden. De Vlaamse en federale overheden hebben namelijk beslist het overgrote deel van die dienstverpichtingen te betalen via posten op onze stroomfacturen waarop ook nog eens btw kan worden geheven. De stroomleveranciers moeten ons 21% btw aanrekenen voor de elektriciteit én de bijdrage voor groene stroom en wkk die ze ons leveren. De distributienet­beheerders moeten 21% btw aanrekenen voor de tarieven die we betalen voor de bijdragen aan hun netten. En ook de hoogspanningsbeheerder Elia, die de subsidies voor de windmolenparken op zee int via de tarieven voor het transport van de stroom, is btw-plichtig: 21% erbij dus.

Die btw op de groenestroomsubsidies is goed voor honderden miljoenen euro’s extra inkomsten voor onze federale overheid. Honderden miljoenen die gezinnen extra moeten betalen voor de ondersteuning van groene energie die niet naar groene energie gaat. Die honderden miljoen zouden onmiddellijk verdwijnen als de hernieuwbare energie direct vanuit belastingen zou worden gefinancierd: het is namelijk verboden belastingen op belastingen te heffen. Een taxshift van onze stroomfactuur naar de schatkisten van onze overheden zou dus voor gezinnen enorme voordelen opleveren: rechtvaardiger herverdeeld en 21% goedkoper dan nu (omdat de btw wegvalt).

Maar voor de overheden betekent dit honderden miljoenen minder inkomsten omdat de btw wegvalt en miljarden extra uitgaven omdat de hernieuwbare energie vanuit eigen algemene middelen moet worden gefinancierd. Zo’n fundamentele taxshift lijkt dan ook nog niet voor morgen. En voor overmorgen wellicht ook niet.

Aanvulling: in een eerste versie van dit artikel spraken we over 250 euro. Dat was het bedrag zonder btw. Bij de 300 euro is de btw wel meegerekend. 

Bekijk het verslag uit "Het Journaal" hier: 

Video player inladen...