Plofkraken of flopkraken: waarom blijven dieven toeslaan als ze "nooit buit" kunnen maken?

Ochtendstond heeft goud in de mond. Dat moeten de plofkrakers die vanmorgen vroeg toesloegen in Pelt, in Limburg, wellicht gedacht hebben. Helaas blijkt niets minder waar: de vier daders gingen er snel vandoor, volgens de bank zónder buit. En het is niet de eerste keer dat we dat te horen krijgen. Heel wat plofkraken lijken dus uit te draaien op flopkraken. Of toch niet? 

In januari in Kinrooi, in februari in Bree, in maart in Dilsen-Stokkem. Drie maanden op rij plegen daders een plofkraak, maar drie maal op rij vluchten ze schijnbaar weg zonder geld. In Retie en Gruitrode lijken de daders meer geluk te hebben: de buit is verzilverd, maar de biljetten zijn wellicht besmeurd geraakt met inkt. Onbruikbaar dus. Als het wel lukt, is de som behoorlijk riant: bij de plofkraak begin vorige zomer in Kinrooi konden dieven 400.000 euro buit maken. 

De materiële schade daarentegen is altijd aanzienlijk: rookschade, ramen die aan diggelen liggen of uitgeblazen gevels. De schade is te wijten aan de methodes die de bendes gebruiken. Zij laten gas ontploffen of werken met explosieven die ze vaak ook zelf kunnen maken. Een heuse onderneming dus voor vaak een magere buit. Of lijkt dat alleen maar zo?

Antireclame voor plofkraken

"Ik spreek me niet uit over dit concrete geval, maar als ik kijk naar een aantal Nederlandse verhalen en strafzaken van de voorbije jaren, dan blijkt toch wel dat men geregeld een grote, bruikbare buit kan maken," zegt Nederlands criminoloog en hoogleraar Cyrille Fijnaut die de materie al jaren op de voet volgt. "Men wil natuurlijk antireclame maken voor plofkraken, zodat het onaantrekkelijk en zinloos lijkt. Maar geloof mij: bendes gaan niet zoveel persoonlijke risico's nemen, als er geen kans op succes is."

De boodschap mag duidelijk zijn: hier zijn geen amateurs aan het werk. "Dit is professionele projectmisdaad: men kiest een project uit, men bereidt zich voor, men zoekt de geschikte mensen en daar gaat ie," aldus Fijnaut. "Het gaat om een heel groot netwerk van lieden die erbij betrokken zijn: de eerste verschaft explosieven, de tweede huurt safehouses, de derde sluit gasflessen aan,... In Nederland schat men dat het gaat om 200 à 400 man."

Bendes gaan niet zoveel persoonlijke risico's nemen, als er geen kans op succes is

Cyrille Fijnaut, criminoloog en hoogleraar

En de laatste jaren verplaatst het fenomeen zich dus naar ons land. "Een belangrijk deel van de plofkraken in jullie land wordt door de Nederlanders gepleegd, maar wellicht zijn er ook Belgische connecties," zegt Fijnaut. Hij klaagt overigens al jaren de te zwakke opsporing aan, zowel in ons land als in Nederland en Duitsland. "Er is een grote groep die veel te veel vrij spel heeft. De opsporing spoort niet met de ernst van dit soort misdaad. En men investeert ook onvoldoende in de grensoverschrijdende samenwerking."