Video player inladen...

75 jaar geleden: de onverwacht snelle bevrijding van Brussel

De dagen en uren voor de bevrijding van de hoofdstad gingen gepaard met angst en hoop. De bevrijding zelf was een feest, maar intussen waren de bevrijders wel op hun hoede. 

Dit is een bijdrage van Chantal Kesteloot, wetenschappelijk medewerkster bij CEGESOMA/ARA en specialist van de geschiedenis van Brussel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vertaling en eindredactie: Tim Trachet. Meer over de bevrijding en Brussel tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt u hier.

3 september 1944, 18.50 uur. De straten van Brussel zijn leeg. Sinds de ochtend zendt de Londense radio de Brabançonne uit. De aftocht van de laatste Duitse soldaten verloopt volledig ongeorganiseerd. De kranten die in dienst staan van de bezetter zijn niet verschenen.

Het gerucht doet de ronde: de geallieerden staan voor de poorten van de stad, maar de Brusselaars weten er weinig meer van. Ze gehoorzamen de instructie die de radio en de verzetsbewegingen verspreiden: “Blijf thuis”. Het komt er vooral op aan de verplaatsingen van de bevrijders niet te hinderen. 

Een Belgisch gezin maakt zelf een Amerikaanse vlag in afwachting van de bevrijding. Foto Cegesoma

Tussen schrik en hoop

De laatste weken van de bezetting zijn gekenmerkt door schrik en hoop. De instelling van een Duits burgerlijk bestuur in juli 1944, met als opdracht het verzet zonder genade te liquideren, voedt de schrik. Op een goede maand tijd zijn niet minder dan 65 gijzelaars terechtgesteld.

Terzelfder tijd heeft het verzet aan stoutmoedigheid gewonnen en het aantal sabotagedaden en aanslagen doen toenemen. Er is hoop, omdat sinds de landing in Normandië de nederlaag van Duitsland onvermijdelijk lijkt. De bevrijding van Parijs op 25 augustus doet die verwachting enorm toenemen.

De collaborateurs zijn dan weer wanhopig en bereiden de vlucht voor. Omdat sommigen niet met lege handen willen vertrekken, vinden bloedige inbraken plaats bij verschillende juweliers van de hoofdstad. 

Het vertrek van de Duitse troepen uit Brussel verliep minder indrukwekkend dan hun  komst in 1940. Soms verplaatsten ze zich op fietsen of met paarden en karren (rechts). De vele gewonden van de voorbije gevechten in Frankrijk die in Brussel werden verzorgd, werden voor zover mogelijk ook geëvacueerd (links). Foto's Cegesoma.

Op 2 september verlaat een laatste trein met gedetineerden het Zuidstation. Aan boord zijn 1.500 gevangenen die de Duitsers meenemen nadat ze de gevangenissen hebben geledigd. Door het moedig optreden van Belgisch spoorwegpersoneel raakt het konvooi niet verder dan Mechelen en keert het de ochtend daarop terug naar Brussel.

De dag daarvoor zijn 200 gevangenen erin geslaagd te ontsnappen uit een andere trein die bij gebrek aan locomotief stilstond in het station van Schaarbeek. 

Brussel als doel

Tot verbazing van zijn troepen, die in Douai in Noord-Frankijk verblijven, kondigt de Britse luitenant-generaal Brian Horrocks hen de avond van 2 september het doel van de volgende dag aan: Brussel. De bliksemsnelle opmars wordt vergemakkelijkt door het optreden van de verschillende verzetsbewegingen op het terrein. 

Rond 19.45 uur rijdt een tank op de Anspachlaan, hartje Brussel. Het is een Cromwell, het zijn Britten! De tank wordt bestuurd door de jonge luitenant John Dent van de Welsh Guards. Het zijn de eerste bevrijdingstroepen die Brussel die avond van de 3e september bereiken. 

Luitenant-kolonel H.A. Smith van de 2nd Household Cavalry rijdt op een Staghound-pantserwagen door Brussel. © IWM (BU 482A)

De bevolking bezorgt hen een ongelooflijk onthaal. Sinds enkele dagen is ze voorbereid op de komst van de geallieerden en heeft ze in zeven haasten vlaggen en spandoeken vervaardigd. In een mum van tijd is de stad bevlagd. Ook de grootwarenhuizen zijn in feeststemming: zowel de Innovation als de Bon Marché hebben aangepaste vitrines ingericht. 

De aangepaste etalages van het bekende Brusselse grootwarenhuis Bon Marché toonden grote foto's van Churchill en Stalin. Foto Cegesoma

Toch zijn de bevrijders op oorlogsvoet. Ze vrezen een Duits tegenoffensief. De hoofdstad controleren is voor beide zijden van strategisch belang.  De hele nacht door wordt er in verscheidene wijken gevochten om de laatste verzetshaarden te liquideren en de belangrijke gebouwen te bezetten, waaronder de zetel van de Oberfeldkommandantur op het Troonplein, vlak bij het Koninklijk Paleis.

Rechtstreekse confrontaties blijven beperkt, hoewel sommige verzetsstrijders, die een eitje willen pellen met de bezetter, zich soms (te?) zeer stoutmoedig tonen.

Links: de Brigade Piron rijdt op de boulevard bij het Zuidstation (IWM BU 512) . Rechts in de buurt van de beurs beklimmen burgers een mobiel gepantserd kanon Sexton (IWM BU 507)

In het spoor van de Britse troepen verschijnen de Belgen! “Het is waanzinnig.” De menigte drumt samen langs de grote verkeersassen. Er ontstaat een enorme mensenmassa om de soldaten van de Belgian Independant Brigade Group toe te juichen. Zakdoeken worden gewuifd, handen uitgestoken.

Er heerst een bruisende stemming langs de stoet die zich begeeft naar de Grote Markt, een symbolische plek van een hoofdstad die eindelijk bevrijd is. 

De intocht van de Brigade Piron in Brussel.  Foto KLM

Ook de Brigade Piron heeft alles gegeven. De avond ervoor was ze nog ver van de hoofdstad. Maar haar aanwezigheid is evenzeer voor de Belgen als voor de geallieerden strategisch en symbolisch. Voor Brian Horrocks, die de operatie leidt, kan er geen sprake van zijn de hoofdstad te betreden zonder enkele Belgians. Als goede strateeg beveelt hij kolonel Piron en zijn brigade om zich zo snel mogelijk bij hem te vervoegen bij Arras om naar Brussel op te rukken.

De Belgen beginnen daarop aan een echte snelheidswedstrijd: hun eerste voertuig steekt de grens over bij Rongy op 3 september om 16.36 uur. Bij het vallen van de avond zijn ze in Edingen, waar de groepering de nacht doorbrengt en orders afwacht. In de ochtend van de 4de zijn ze in Brussel.

De Brigade Piron defileert op de Brusselse Kruidtuinlaan. Het grote gebouw aan de horizon is de toen nog niet voltooide basiliek van Koekelberg. Foto KLM

Op 4 september, vroeg in de morgen, neutraliseren Britten en partizanengroepen de laatste Duitse verzetshaarden in de stations, kazernes en kantoren. De laatste Duitsers worden gevangengenomen en begeleid naar voorlopige detentiecentra zoals de Daillykazerne in Schaarbeek of de Koninklijke Militaire School in de Renaissancelaan.

Diezelfde ochtend blijven de scholen dicht. Geen enkele bediende is gaan werken. De hele stad staat op straat om de bevrijding te vieren. Onder een schitterende zon zijn de pleinen en de symbolische plaatsen van de hoofdstad letterlijk volgelopen. De grote klok van de Sint-Goedele klinkt met volle kracht. 

Intussen brandt het Justitiepaleis

Sinds 1 september hebben Duitse soldaten zich teruggetrokken in het Justitiepaleis. Op 3 september zit alles in een stroomversnelling. Springladingen worden in het gebouw geplaatst. Er zijn explosies te horen. De koepel stort in. De brandweerlui zijn snel ter plaatse; verscheidene van hen raken gewond. De legende wil dat ze de archieven hebben gered die de Duitsers wilden vernietigen. In feite zijn het niet alleen documenten die uit het paleis werden gehaald. Ook kisten wijn en likeur werden meegenomen…

In het collectief geheugen is deze brandstichting een hoogtepunt in de bevrijding van Brussel en heeft ze, voor zover dat nog kon, de haat jegens de bezetter nog opgevoerd. Op 4 september stijgt nog altijd rook op uit het gebouw. 

Links: het brandende Jusititiepaleis met zijn ingestorte koepel. Rechts : de inhoud van de kelders wordt "geëvacueerd". Foto's Cegesoma..

De terugkeer van de Brusselse burgemeester…

In de ochtend van 3 september 1944 weet Joseph Vandemeulebroek, de burgemeester van Brussel, in alle stilte naar de hoofdstad terug te keren. Naar het voorbeeld van zijn voorganger Adolphe Max in november 1918 is hij aanwezig vanaf het prille begin van de Bevrijding.

In de nacht van 3 op 4 september installeren lokale verzetsgroepen hem opnieuw op het stadhuis. Hij ontvangt de Britse troepen die in de hoofdstad aankomen. Vanaf de eerste dag laat hij een proclamatie uithangen waarin hij de Brusselse bevolking vraagt haar vertrouwen jegens het stadsbestuur en de bevelen van de politie, de rijkswacht en de organisaties van “patriotten” op te volgen. Hij beëindigt zijn oproep met een hulde aan de geallieerden – Engeland, de Verenigde Staten, Rusland – en aan het vrije en onafhankelijke België. 

Burgemeester Vandemeulebroek (rechts vooraan) voor de ingang van het Brusselse stadhuis toen hij op 7 september de Britse veldmaarschalk Montgomery (links vooraan)  en kolonel Piron (achter Montgomery) ontving.  Foto KLM

Vanaf 5 september verschijnen sommige kranten opnieuw. Het einde van vier jaar Duitse censuur. Maar de oorlogstoestand, en daarmee een zekere controle op de pers, zal pas eindigen in september 1945.

Zeer snel worden ceremonies gehouden ter ere van de geallieerden, de Brigade Piron en het Verzet. Dat gebeurt in het bijzonder op drie plaatsen: de Onbekende Soldaat, de Nationale Schietbaan en de Grote Markt. 

Burgers overschilderen het Duitse opschrift ('Auch für Wehrmacht') van een verkeersbord op het Rogierplein.  Het gebouw op de achtergrond bevond zich op de plek waar nu het Sheratonhotel staat.

… en van de regering

Op 8 september 1944, iets voor 15 uur, landen vier vliegtuigen op de militaire luchthaven van Evere. Aan boord zijn de leden van de Belgische regering en hun kabinetschefs, net als de voorzitters van Kamer en Senaat uit 1940. Een Britse militaire vrachtwagen, een bestelwagen van de Post en enkele personenwagens leiden hen in alle discretie naar de Wetstraat. In Evere is er niemand om hen te ontvangen.

In de Wetstraat daarentegen verzamelen zich de Brusselaars, zodra het nieuws bekend raakt, voor de traditionele residentie van de eerste minister. Maar er heerst lang niet hetzelfde enthousiasme waarmee enkele dagen eerder de geallieerde legers en de Brigade Piron werd verwelkomd. Het is evenmin het enthousiasme dat generaal de Gaulle opriep toen hij bij de bevrijding van Parijs op de Champs-Élysées paradeerde. De Belgische regering komt nog wel als legitiem over, maar daarom niet als populair. 

De regering-Pierlot voor een van de Dakota’s (DC-3) die hen uit Londen terugbracht.  V.l.n.r : minister De Schrijver (Binnenlandse Zaken), onderstaatssecretaris Hoste (Onderwijs), minister Spaak (Buitenlandse Zaken), premier Pierlot, minister Gutt (Financiën), baron Cartier de Marchienne (Belgisch ambassadeur in Londen), minister Delfosse (Justitie), minister Balthasar (Openbare Werken en Verkeer), onderstaatssecretaris Richard  (Ravitaillering). en minister De Vleeschauwer (Koloniën) Foto Cegesoma.

Voor de regering is deze snelle terugkeer essentieel om elk machtsvacuüm te vermijden en te tonen dat ze de continuïteit en de legaliteit wil voortzetten.

De regering brengt meteen hulde aan de geallieerden en het verzet, hoewel men weet hoezeer de betrekkingen tussen de regering van Londen en sommige verzetsbewegingen waren: de ene wantrouwde de anderen en de anderen konden het niet vinden met de controlerende houding waaraan ze onderworpen waren en onderworpen blijven. De eerste minister roept er ook toe op dat de instellingen snel opnieuw normaal zouden functioneren.

Behalve de positie van het verzet staat de regering nog voor gigantische uitdagingen: de sanering van de financiën – de befaamde Gutt-maatregelen - , het probleem van de ravitaillering en de repressie van de collaboratie. Een andere grote uitdaging komt onmiddellijk ter tafel: moet er door de afwezigheid van de koning niet meteen een regent worden benoemd? 

Minister Spaak vertrekt in een Amerikaanse legerwagen van het vliegtuig van Evere. Foto Cegesoma

Bekijk het verslag uit "Het Journaal" hier: 

Video player inladen...