Klimaatverandering bedreigt de toekomst van Europese landbouw

Landbouw en veeteelt zullen in de toekomst minder opbrengen en zullen in sommige delen van Zuid-Europa zelfs onmogelijk worden. Dat schrijft het Europees Milieuagentschap (EEA) in een nieuw rapport over de gevolgen van de klimaatverandering voor de Europese landbouw. 

De klimaatverandering heeft twee gezichten, zo waarschuwt EEA. In noordelijke delen van Europa wordt het warmer en wordt het klimaat geschikter om bepaalde gewassen te telen (denk aan wijndruiven in België, red.).  Maar tegelijk zijn er ook meer extreme weersverschijnselen als overstromingen, hittegolven en droogte. Die doen de gunstige effecten van de klimaatverandering teniet. 

EEA wijst erop dat oogsten in Europa als gevolg van de klimaatverandering nu al minder opbrengen en dat de kosten voor landbouwers almaar stijgen. Dat is vooral het geval in Zuid-Europa, waar de oogst van tarwe, mais en suikerbiet tegen het midden van de eeuw met de helft zal dalen. (Lees ook het artikel over een VN-rapport dat een gelijkaardige voorspelling doet) 

Omdat ze minder opbrengen, zullen de landbouwgronden in Zuid-Europa in waarde afnemen. In sommige delen zullen ze tegen het einde van de eeuw 80 procent van hun waarde verloren hebben, voorspelt EEA. Wat ertoe zal leiden dat boeren hun grond opgeven en dat die onbewerkt zal blijven. 

Voor de voedselzekerheid in Europa zou dat problemen kunnen opleveren. Al denkt EEA dat het niet zover zal komen. Wel zullen de prijzen van voedingsproducten de volgende decennia stijgen. Dat komt omdat de vraag naar voedsel wereldwijd toeneemt en er meer voedsel geproduceerd zal moeten worden op minder land.   

Slachtoffer maar ook schuldige

De landbouw en de veeteelt hebben weliswaar te lijden onder de klimaatverandering, maar ze dragen er wel zelf toe bij.  In Europa zijn ze verantwoordelijk voor 10 procent van de uitstoot van alle broeikasgassen. Bij landbouw en (vooral) veeteelt komen vooral methaan, ammoniak en ook fijnstof vrij. 

Het landbouwbeleid in Europa zal zich dan ook moeten toespitsen op het verder beperken van broeikasgassen, aldus EEA. Want hoewel de uitstoot in de landbouwsector sinds 1990 daalt, is ze nog altijd te hoog. Volgens Europa moet de uitstoot in de landbouw tegen 2030 met 30 procent dalen ten opzichte van 2005.  Maar die doelstelling is nog lang niet in zicht. 

Om de landbouw minder te doen uitstoten en te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zijn concrete maatregelen nodig. EEA denkt onder meer aan het beperken van mestgebruik, het verbeteren van irrigatietechnieken (om water te besparen), het aanplanten van droogtebestendige gewassen (in het zuiden), en het stimuleren van agrobosbouw (een combinatie van land- en bosbouw die de bodem minder snel uitput, red.).

Europa heeft volgens EEA met zijn Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een instrument in handen om de landbouwsector op het juiste spoor te zetten. Maar om landbouwers in alle lidstaten ervan te overtuigen het spoor te volgen, zullen ze door hun regeringen beter gesteund moeten worden, met informatie en financiële middelen. Aldus EEA.