VALENTYN VOLKOV

Aantal slachtoffers van internetfraude stijgt, maar daders pakken is onbegonnen werk

Uit onderzoek van VRTNWS blijkt dat fraude met digitale munten in de lift zit. Zo toonden we gisteren nog hoe criminelen foto's van BV's misbruiken. De Economische Inspectie krijgt maandelijks 235 meldingen van dit soort oplichting. Ook andere vormen van internetfraude komen vaker voor, terwijl daders buiten schot blijven. Denise werd opgelicht via Whatsapp: de daders plunderden voor duizenden euro's haar rekening.

Denise* voelt niet meteen argwaan, als ze in juli een Whatsapp-berichtje krijgt van een Nederlands nummer. Ze heeft dan al een tijdje een advertentie op 2ehands.be staan voor skilaarzen. 

Aan de foto is het nummer van een ouder koppel te zien. Ze vragen of Denise de laarzen kan opsturen naar Antwerpen. Als ze daarop ingaat, komt het volgende verzoek: of ze één cent wil overmaken via Pengo, een app waarmee mensen elkaar betalingsverzoeken kunnen sturen. Zogezegd om te verifiëren dat haar gegevens correct zijn en ze een betrouwbare verkoper is.

Denise: “Ik vond dat vreemd, dus ik ben het gaan opzoeken. Het bleek een betrouwbare app te zijn.” Ze krijgt een link toegestuurd via Whatsapp, die ze moet kopiëren op haar laptop.

Achteraf, zegt Denise, had ze op dat moment moeten weten dat het fout zat. “Ik had een jaar geleden een brief van mijn bank ontvangen, dat je nooit een link moet kopiëren omdat dat oplichting is. Maar dat heb ik dus wel gedaan.”

Hoe ze het gedaan hebben, weten we nog steeds niet. De bank kan het me ook niet vertellen.

Denise, slachtoffer internetfraude

De kopers sturen haar een bewijs dat ze betaald hebben, en Denise verstuurt de laarzen. Een dag later contacteren ze haar opnieuw. De link zou verkeerd zijn geweest, zeggen ze, ze hebben haar gegevens niet goed ontvangen. Of ze nogmaals een cent wil overmaken.

Denise heeft het druk, maar na wat aandringen van de kopers maakt ze opnieuw een cent over. Als ze enkele dagen later haar rekening controleert, ziet ze dat in de Mediamarkt in Antwerpen voor meer dan 2000 euro aan spullen is gekocht.

“Hoe ze het gedaan hebben, weten we nog steeds niet. De bank kan het me ook niet vertellen,” zegt ze. Het geld is ze vooralsnog kwijt.

Bekijk hieronder de reportage van ons volledige onderzoek: wat gebeurt er als je op een advertentie klikt en kijk hoe we de oplichters op het spoor komen:

Stijging ICT-criminaliteit

Denise is lang niet het enige slachtoffer van internetoplichting. Het aantal misdrijven in België neemt af, maar het aantal ICT-gerelateerde misdrijven stijgt juist, tonen cijfers van de Federale Politie.

Met name informaticabedrog, hacking en internetfraude komen veel voor. Hieronder vallen fenomenen als phishing en betaalkaartfraude.

Volgens Magali Feys, advocaat gespecialiseerd in ICT-recht, is cybercrime eenvoudig gesteld te verdelen in twee soorten. Een waarbij de technologie een doel op zich is, zoals bij hacking. Of juist een middel, bijvoorbeeld om mensen op te lichten. Dit gebeurde bij Denise.

Criminelen misbruiken hun kennis van onlinetechnologie om hun bedrog betrouwbaar te laten lijken en zodat zij als dader moeilijk te vatten blijven. 

De globalisering heeft daar ook aan bijgedragen, zegt Feys. “Het is zo eenvoudig om gebruik te maken van een server in India en IP-adressen uit Venezuela. Daar is echt niet veel kennis voor nodig.” Wie betrapt wordt, is binnen enkele seconden verdwenen.

Er is niet veel kennis nodig om een server uit India en IP-adressen uit Venezuela te gebruiken

Magali Feys, ICT-advocaat

Feys merkt op dat we het gewoon zijn geworden digitaal spullen te kopen en zaken te regelen. Met de digitalisering verplaatst de criminaliteit zich. “Ik merk het ook bij mezelf. Onlangs kocht ik een paar schoenen via Instagram en dacht: als dit een scam is, hebben ze nu mijn kredietkaartgegevens. En dat allemaal voor schoenen.”

“Het is immers heel moeilijk om te achterhalen of zo’n webshop echt is, zeker nu de meeste webshops geen keurmerk dragen. Ik gebruik daarom voor dergelijke aankopen een afzonderlijke kredietkaart die niet gelinkt is met mijn andere rekeningen, om mogelijke schade tot een minimum te beperken.”

Veel mensen doen geen aangifte

Als Denise aangifte gaat doen, blijkt ze die dag de derde te zijn die komt voor internetfraude. Bij de bank is ze zelfs al de vijfde. “En ik woon in een klein dorpje bij Gent,” zegt ze. “Als ze daar al zo veel meldingen binnenkrijgen, hoe zit dat dan wel niet in de rest van het land?”

Maar het aantal aangiftes van internetcriminaliteit valt tegen, aldus de cijfers van de Veiligheidsmonitor 2018. Uit dit grootschalig bevolkingsonderzoek kwam naar voren dat slechts 22 procent van de slachtoffers aangifte doet van oplichting op internet. Bij inbraak in een computer of smartphone is dat zelfs maar 14 procent.

Dit leidt tot een zogenoemd ‘dark number’: het aantal misdrijven waar de politie geen zicht op heeft, omdat niemand aangifte doet. De politie schat dat ongeveer 200.000 ICT-gerelateerde misdrijven niet zijn aangegeven in de periode 2017-2018, wat ICT-criminaliteit een van de meest voorkomende misdrijven maakt.

“Als je bent opgelicht voor een relatief klein bedrag, zul je niet zo snel aangifte doen,” zegt advocaat Feys. Bovendien speelt soms een bepaalde onwetendheid. “Hoe vaak gaat u echt met een loep door de afschrijvingen van uw kredietkaart?”

Afpersing komt ook voor, bijvoorbeeld bij gebruikers van pornowebsites. “Mensen worden gechanteerd, er wordt op de schaamte ingespeeld,” aldus Feys. Die schaamte is altijd aanwezig bij oplichting: mensen voelen zich dom omdat zij ‘erin getrapt’ zijn.

Hoogopgeleide is vaker slachtoffer

Wie geneigd is te denken dat vooral kwetsbare groepen gevoelig zijn voor online oplichting, heeft het mis. Dat toont de Veiligheidsmonitor.

De grootste groep slachtoffers van oplichting via internet in 2018 is tussen de 35 en 49 jaar oud; 65-plussers vormen de kleinste groep. Mensen die hoger onderwijs hebben genoten zijn twee keer zo vaak slachtoffer van online-oplichting als mensen die geen diploma hebben, of alleen een diploma van het lager (secundair) onderwijs.

Maar zelfs als het aantal aangiftes omhoog gaat, leidt dit nog niet automatisch tot gerechtigheid voor slachtoffers. Daders vinden en berechten is “heel moeilijk, laten we daar eerlijk in zijn", zegt Feys.

"Cybercrime is enorm globaal, ga daar maar eens een politiemacht op zetten. Bij diefstal van fysieke goederen kun je niet zomaar verdwijnen. Online-criminaliteit zit in het luchtledige."

Bovendien ontbreekt het de politie aan mankracht en relevante kennis. De Federale Computer Crime Unit (FCCU) van de politie is chronisch overbevraagd. “Online oplichtingen vergen veel capaciteit en energie om achteraan te gaan, met weinig resultaat,” zegt Walter Coenraets van de FCCU. 

Het opsporen van online oplichting vergt veel energie, met vaak weinig resultaat.
Walter Coenraets, Federale Computer Crime Unit

Daarom werkt de politie samen met internationale partners zoals Europol, om toch iets te kunnen doen. “Een individuele klacht kunnen wij misschien niet meteen oppakken", zegt Coenraets, “Maar als we alle puzzelstukjes samen leggen krijgt het soms toch genoeg momentum.”

Het aantal veroordelingen voor internetcriminaliteit blijft ook achter. Tussen 2011 en 2017 komen de veroordelingen per jaar voor bijvoorbeeld informaticabedrog nooit boven vier procent van het aantal misdrijven.

Volgens Edward Landtsheere, woordvoerder van FOD Justitie, heeft dit ook te maken met het feit dat rechters informatica-gerelateerde veroordelingen niet altijd zo categoriseren. Hij verwacht dat een groot aantal zaken hierdoor niet zichtbaar is in de cijfers.

Preventie door bewustwording

Het beste middel tegen oplichting blijft preventie. De consument – wij dus - dient kritischer te worden. Maar dat gaat niet vanzelf.

Feys: “Ik vind het heel belangrijk dat de overheid meer inzet op voorlichting. Een van mijn veiligheidsexperts was in 2008 in Dubai, waar toen al het ene na het andere informatiebord waarschuwde voor online scamming (online oplichting, red). Die bewustwording is hier nog niet.”

Ook slachtoffer Denise ziet nood aan meer voorlichting, met name vanuit haar bank. “Het is geen goede reclame voor ze, maar de bank moet dit oppakken en in omroep brengen.” Ze raadt andere slachtoffers aan aangifte te doen. “Ongeacht om welk bedrag het gaat. Als niemand het meldt, gaat er ook niets veranderen.”

*Denise is om privacy-redenen een gefingeerde naam. Haar echte naam is bekend bij de redactie.