De booming business van de voedselbanken en hun verdelers: een tragikomedie

De Belgische voedselbanken hebben de voorbije zes maanden opnieuw een recordaantal mensen in armoede geholpen. Zo luidt de boodschap van de Belgische Federatie van Voedselbanken afgelopen vrijdag op deze nieuwssite en in het Journaal. Ook volgens de Franstalige buren van de RTBF vrezen de Belgische voedselbanken voor het terugschroeven van het overheidsbudget. Met deze bijdrage willen wij een stem geven aan de mensen in moeilijkheden zelf.    

opinie
Frederick De Gryse
Frederick De Gryse is algemeen directeur van Vincent de Paul Belgium (in Vlaanderen gekend als de St. Vincentiusvereniging), een discrete maar invloedrijke vereniging van vrijwilligers op het vlak van armoedebestrijding.

Want het zijn zij die niet de durf of de skills hebben om te getuigen in de media. Het werd wel eens tijd, na al het gegoochel met abstracte statistieken boven hun hoofden heen.  Het is ook een gelegenheid om stil te staan bij de duizenden vrijwilligers in voedselbedeling die zich dagelijks belangeloos inzetten voor een beter leven voor iedereen. Noem het voor mijn part positive social impact in een warme en inclusieve samenleving.   

Een janusgezicht

Het mantra jobs jobs jobs als remedie tegen armoede is in lopende zaken volledig weggedeemsterd.  Toekomstige coalitiepartners in bonte kleurencombinaties lopen zich stilaan warm voor straffe uitspraken, vooralsnog orakelend in startnota’s. Intussen is het booming business voor de voedselbanken en de sociale organisaties. Helaas belooft de start van het nieuwe schooljaar ook al geen beterschap, wel integendeel. 

Bij gebrek aan visie stelt de overheid zich bovendien erg dubbelzinnig op als het gaat om voedselhulp. Meer nog: liefdadigheid en vrijwilligerswerk wordt een structurele financieringsbron voor de overheid. Dat dreigt armoedebestrijding als kernopdracht willekeurig en onvoorspelbaar te maken. Maar daarover straks meer. 

Honger

De dagelijkse realiteit brengt ons een ander verhaal dan de statistieken over tewerkstelling, sociale woningen of onbetaalde schoolfacturen. Veel erger: mensen lijden gewoon honger. Het volstaat de wachtrijen te zien bij elk willekeurig verdeelpunt van voedselbedeling.  

Maar hoe zit dat precies met die voedselbanken? De Belgische Federatie van Voedselbanken is in feite een logistiek platform tussen enerzijds de Belgische grootdistributie en het Europese programma voor voedselhulp en anderzijds de sociale organisaties.  Die organisaties zijn dan ook de grootste afnemers en de verdelers van de voedselbanken. Zij staan uiteindelijk het dichtst bij die mensen in armoede. Ze denken niet in cijfers, maar in gezichten en namen. 

Meestal gaat het dan nog om vrijwilligers. Tot hun grote verontwaardiging zien ze elke dag opnieuw meer mensen opdagen die niet eens kunnen voorzien in levensmiddelen als basisbehoefte. Naast een toenemende groep éénoudergezinnen, jongeren en nieuw samengestelde gezinnen, zien ze ook een anonieme groep van oudere alleenstaanden aankloppen die in de media onder de radar blijft.

Om het voedsel tot bij die mensen in armoede te mogen brengen, betalen die vrijwilligersorganisaties mee de factuur van de werkingskosten van de voedselbanken. De wereld een klein beetje op zijn kop dus: betalen om als vrijwilliger mensen te mogen helpen. Meestal dan nog met voedseloverschotten die anders onverbiddelijk vernietigd worden. Een kille kostenafweging van de grootdistributie. 

Een anachronisme uit oorlogstijden

Beleidsmakers kijken neer op bedeling van voedselpakketten als remedie tegen armoede. Te veel symptoombestrijding en te weinig oorzaakbestrijding is het argument. Ergens terecht. Maar als de oorzaak niet bestreden wordt, hebben de mensen intussen honger. Waarom blijft een discrete organisatie als Vincent de Paul Belgium anders jaar op jaar de grootste afnemer van de voedselbanken en het Europese programma voor voedselhulp? 

Een voedselpakket is inderdaad een anachronisme uit oorlogstijden, maar het blijft een deuropener naar het menselijk verhaal daarachter.

En de overheid, die stond erbij en keek ernaar? Tja. Om geen werk te moeten maken van een efficiënte oorzaakbestrijding gedoogt de overheid nu net symptoombestrijding door voedselhulp via het Europese programma mee te steunen.

Dat systeem werkt met aanbestedingen voor producenten van houdbare levensmiddelen. Het wordt gesubsidieerd door een bijdrage van de lidstaten. Meer nog: de jaarlijks toegezegde hoeveelheden levensmiddelen en leveringstermijnen lopen wegens administratieve problemen soms uit tot het volgende kalenderjaar. Het hoeft niet te verbazen dat vrijwilligers deze praktijken soms aanvoelen als manipulatie van jaarbudgetten die zijn toegewezen aan de meest kwetsbare doelgroep.

Plaatselijke vrijwilligerscentra moeten daarom intussen eigen centen aanspreken om extra voeding tegen marktprijs aan te kopen. Dat gebeurt meestal wanneer het dagverse aanbod van de voedselbanken ontoereikend of onvoldoende gevarieerd is. Bovendien blijft er voor hen geen tijd en budget over voor het betere ondersteuningswerk. 

Beleidsmakers kijken neer op bedeling van voedselpakketten als remedie tegen armoede

De toekomst belooft weinig beterschap: de enveloppe van het Europese programma voor voedselhulp wordt momenteel heronderhandeld voor de komende jaren. Progressieve krachten pleiten bovendien voor een andere aanpak, die minder logistieke organisatie vergt dan het bestaande systeem. Het is koffiedik kijken wat de houding van België is en of het zich zal tevredenstellen met een minimumbijdrage aan het fonds of niet.

Voedselhulp verdient een geïntegreerde aanpak en een verworven plaats als onderbouw binnen armoedebeleid. Het is helaas een allegaartje geworden van quota en overschotten uit Europa, België, grootdistributie, landbouw en verwerkende nijverheid.

De privatisering van het armoedebeleid

Wat is er onderliggend aan de hand? Vrijwilligers in armoedebestrijding zijn in feite de ervaringsdeskundigen van het terrein. Geen beleidsmakers in een vergaderzaal met broodjes en sapjes. Ze stellen dagelijks schrijnende toestanden vast waarvoor er in een welvarend land als België blijkbaar geen alternatief voorhanden is dan hun vrije wil en inzet. 

Vrijwilligers zijn ook het maatschappelijke kapitaal van een organisatie. De druk op die mensen is nochtans groot door een toestroom aan hulpbehoeftigen, door complexiteit in regelgeving en door nood aan vers bloed in de meeste organisaties.

Armoedebestrijding is dus voor een groot deel gefundeerd op de willekeur van vrijwilligers en hun geldschieters

Meer nog: vrijwilligers zetten giften van sympathisanten om in maatschappelijke dienstverlening. De werkingsmiddelen van hun organisaties komen steeds meer onder druk te staan. De non-profit moet daarom meer en meer de marketing en communicatietrucs van de profit gaan overnemen. Grote kleppers en ngo’s zetten de toon. Een pervers effect waarbij grote budgetten naar de reclamejongens gaan en niet naar de kwetsbare doelgroep.  

Structureel verzorgen vrijwilligers en sympathisanten op vandaag dus in wezen overheidstaken. Meer nog: structureel passen zij centen bij, waar de overheid in gebreke blijft. Vrijwilligers zijn vandaag een structurele financieringsbron voor de overheid.

Nogmaals: armoedebestrijding is dus voor een groot deel gefundeerd op de willekeur van vrijwilligers en hun geldschieters. Een privatisering in de marge van de maatschappij. Daarom wordt armoedebestrijding op termijn onvoorspelbaar en precair. 

Een sociale ecologie?

De ecologische transitie zal integraal zijn, of niet zijn. Mensen in armoede worden verondersteld op zich al een kleine ecologische voetafdruk te hebben: beperkte mobiliteit, weinig of geen verwarming en elektriciteit.

Vandaag wijst de praktijk helaas nog vaak op dilemma’s tussen kostprijs en positieve impact. De sociale stem in het klimaatdebat blijft wringen en beperkt zich tot thema’s als de energiefactuur en betaalbare sociale woningen. De weg naar duurzame voeding en gezondheidspreventie bij die doelgroep ligt evenwel volledig open. Food for thought!

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.