Op reis met Vlaamse meesters: de dag dat het water twee meter hoog stond in Leuven

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De overstroming van Leuven in 1891" van Constantin Meunier of de dag dat de schilder van andermans ellende zelf in de narigheid zat.

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Leuven, stad aan de Dijle, heeft een lange geschiedenis van wateroverlast. De zwaarst bekende overstroming dateert van 1891. Op zondag 25 januari verraste het water de stad na plotse dooi en hevige regenval. De hele binnenstad rond de Dijle liep onder water. In bepaalde straten steeg het water boven de twee meter. Meer dan 2.300 huizen werden getroffen. Duizenden inwoners moesten met paard en kar ontzet worden door het Leuvense garnizoen, of met bootjes door de schippers van de Vaart. Als bij wonder zou er tijdens de ramp maar één dode zijn gevallen.

Schilder en beeldhouwer Constantin Meunier woonde op het ogenblik van de ramp in een van de getroffen straten, de Minderbroedersstraat. Ook zijn atelier, het oude anatomische theater dat hij van de stad gratis mocht gebruiken, stond onder water. De kunstenaar die zo vaak uitdrukking had gegeven aan het lijden van de gewone man, zat nu zelf tussen de narigheid.

Geschiedschrijver van de sociale kwestie

Brusselaar Meunier was in 1887 aan de slag gegaan in Leuven als schildersleraar in de Academie. Leuven was geen industriestad, maar toch beleefde Meunier er artistiek een bijzonder productieve periode. Hij had zijn faam opgebouwd als geschiedschrijver van de sociale kwestie aan het einde van de negentiende eeuw. Als beeldhouwer en als schilder introduceerde hij het iconische portret van de arbeiders uit  staalgiethallen en mijnschachten. Hij vatte zowel de heroïek als de ellende van de werkman.

Voor beeldhouwers als Meunier was Leuven het mekka. De stad had hele generaties beeldhouwers gekweekt voor de restauratie van het vijftiende-eeuwse stadhuis.  Na eeuwen werden in de loop van de negentiende eeuw de honderden grote en kleine nissen gevuld met beelden waar ze eeuwen daarvoor voor waren ontworpen. Het stadhuis kreeg eindelijk zijn grootsheid en had tegelijk voor een beeldhouwerstraditie gezorgd. Ondertussen is die laatste al weer ter ziele gegaan.

De dood van Georges en Karl Meunier

"De overstroming van Leuven in 1891" was een atypisch schilderij van Meunier en artistiek geen hoogtepunt. Het was dan ook een opdracht. Een beetje met tegenzin schilderde hij de rampzalige overstroming op vraag van de Leuvense burgemeester Vanderkelen. Het was een wederdienst voor het gebruik van het historische atelier. Het duurde nog verschillende jaren voor Meunier het voltooide schilderij schonk aan Leuven, na eerst talrijke voorstudies en schetsen gemaakt te hebben. Hij was intussen alweer naar Brussel verhuisd.

De late oplevering had zonder twijfel te maken met de tragische dood van zijn zonen. In 1894 stierven Georges en Karl Meunier in enkele maanden tijd. Georges overleed aan de gele koorts op een koopvaardijschip. Karl bezweek na een lange ziekte aan een longontstekening. Sommigen zijn blijven beweren dat zijn gezondheid werd getekend door de leefomstandigheden in de jaren na de overstroming.

Constantin Meunier maakte van "De overstroming van Leuven in 1891" een dramatisch tafereel. De kolkende Dijle heeft een deel van de stad ingenomen en de hemel is loodzwaar. Links tracht een familie haastig uit een woning te ontkomen, rechts roeit een gezin voor zijn leven om te ontsnappen aan de gezwollen Dijle. In de verte ligt het hoger gedeelte van de stad. Er is één duidelijk herkenningspunt: de befaamde facade van de Sint-Michielskerk. De Leuvense barokkerk is gebouwd naar het model van "Il Gesu" in Rome. Giacomo Della Porta, leerling van Michelangelo, ontwierp de Romeinse voorgevel die op een immens altaar lijkt.

Waterbuffering

Meunier werkte met schetsen en rondde zijn schilderijen af in het atelier. Hij heeft gekozen voor een standpunt dat waarschijnlijk bij het huidige Redingenhof ligt. In Meuniers tijd was het nog een open tuinbouwveld aan de oevers van de Dijle. Vandaag verhindert de dichte bebouwing het zicht op het hoger gelegen stadsgedeelte van Leuven. Enkel vanuit de studentenflats en tussen de bomen laat zich de top van de Sint-Michielskerk nog zien.

De ernst van de overstroming van 1891 deed de Leuvenaars inzien dat het zo niet langer verder kon. Er werd een commissie opgericht voor beheersing van het rivierwater. Waterbuffering buiten de stad houdt intussen de Dijle al enkele decennia in toom. Toch blijft onheil bij een noodlottige samenloop van extreme weersomstandigheden niet uitgesloten.

"De overstroming van Leuven in 1891" van Constantin Meunier hangt in Museum M in Leuven