OESO-onderwijsexpert: "Een Belgische leraar verdient goed, maar laat hem meer uren lesgeven"

Ons land investeert veel in onderwijs, maar de geldpot is niet zo goed verdeeld, blijkt uit het jaarlijkse OESO-rapport dat het onderwijs vergelijkt in 35 geïndustrialiseerde landen. We besteden het gros van ons onderwijsbudget aan personeelskosten.

Zo'n 90 procent van al het geld dat naar onderwijs gaat, wordt uitgegeven  aan personeelskosten. Dat is het meeste van alle OESO-landen, de vereniging van geïndustrialiseerde landen. "Een scheve verhouding, die historisch zo is gegroeid", zegt onderwijsexpert Dirk Van Damme. "Maar daardoor blijft nog weinig geld over voor schoolgebouwen, innovatie, leermiddelen en technologie, waar ons onderwijs toch ook behoefte aan heeft."

Verdient de leraar te veel?

Grote boosdoener zijn de erg hoge loonkosten, ook in ons Vlaamse onderwijs. Die kosten worden opgebouwd uit vier elementen, legt Van Damme uit. 

Ten eerste is er de hoogte van het salaris van een leraar zelf, legt Van Damme uit: "Onze Vlaamse leraren worden zeker in het begin van hun loopbaan behoorlijk goed betaald, in vergelijking met andere landen (zie grafiek). Maar door de vlakke loopbaan, met weinig variatie in de opdrachten en de verloning, is het salaris van een leraar op het einde van zijn carrière bij ons nauwelijks hoger dan het OESO-gemiddelde." 

Moeten leerkrachten dan minder verdienen? Daar ziet Van Damme geen oplossing: "Mensen met een vergelijkbare opleiding verdienen in andere sectoren meer dan in het onderwijs. Als je dus de job van leraar ook financieel wil herwaarderen, dan moet je werken op de drie andere elementen die mee de loonkosten per leerling bepalen", zegt Van Damme. 

Grotere klassen doen de kosten dalen

En dan gaat het bijvoorbeeld over de klasgrootte. Van Damme: "Belgische klassen zijn kleiner dan het OESO-gemiddelde en dat maakt het duurder. Als je dus grotere klassen maakt, kun je de salariskosten wat drukken."

Hetzelfde met het aantal uren dat leerkrachten nu lesgeven. Dat zijn er minder dan in sommige andere OESO-landen. "Laat leerkrachten wat meer uren lesgeven en de salariskosten gaan ook omlaag", aldus de OESO-onderwijsexpert. 

Maak de klassen groter en laat leerkrachten meer uren les geven. Zo druk je de kosten van een leraar per leerling

Dirk Van Damme, OESO-onderwijsexpert

En er is nog een laatste factor waar je mee kunt spelen. Nu krijgen onze Vlaamse leerlingen vele uren les, meer dan in veel andere OESO-landen. En dus heb je ook veel leraren nodig om al die lessen te geven. "Als de leerlingen minder uren les moeten volgen, heb je ook minder leraren nodig, en dalen de salariskosten per leerling", aldus Van Damme. "Dit zijn de keuzes die een nieuwe Vlaamse regering kan maken."

We betalen veel leraren

Hoe kan dat, te kleine klassen? Onze leraren kreunen onder de werkdruk. "Dat is inderdaad moeilijk uit te leggen", zegt Van Damme, "Want een statistisch gemiddelde staat soms ver af van de werkelijkheid waarin leraren werken. Maar het blijft een feit, we betalen veel leraren, voor het aantal leerlingen dat we hebben."

"Maar leerkrachten ervaren dat niet zo omdat veel van die betaalde leerkrachten niet voor de klas staan. Zo zitten sommige leerkrachten in een verlofstelsel of ze zijn gedetacheerd naar een andere dienst. En door de vrije schoolkeuze zijn er scholen met studierichtingen waar erg weinig leerlingen zitten. Al die dingen samen trekken het gemiddelde kunstmatig naar beneden."

hdw

Hoeveel leerlingen per klas?

"Wat nu een ideale klasgrootte is, daar is op dit moment internationaal onder wetenschappers veel discussie over", zegt Van Damme. "Maar bij de OESO stellen we toch vast dat kleine klassen niet per definitie leiden tot betere leerprestaties."

"De ideale grootte van een klas hangt af van het niveau en de studierichting. Maar we zien toch dat de meest succesvolle onderwijssystemen veel grote klassen hebben. Maar het zijn ook vaak de ouders die vragen dat hun kinderen in kleine klassen zouden zitten."

Tot slot nog een opvallend cijfer: ons land telt het hoogste aantal leraren onder de bevolking. Bij de Belgen tussen 25 en 34 jaar zelfs 3,9 procent (zie grafiek). Geen enkel OESO-land heeft er meer. "Dit is een vrij unieke situatie", zegt Van Damme. "Het is de eerste keer dat we dit zo meten en uitdrukken. En ook voor mij is het een verrassing."