Video player inladen...

Reuzenstopcontact op zee brengt stroom 4 windmolenparken aan land

Koning Filip heeft vandaag een bezoek gebracht aan het gloednieuwe stopcontact op zee van hoogspanningsnetbeheerder Elia. De vier laatste offshore windmolenparken voor onze Oostkust zullen aan het stopcontact aansluiten. Vandaar gaat hun stroom over drie grote onderzeese hoogspanningslijnen naar de kust. Dat spaart 40 kilometer stroomkabels uit. Bovendien zijn de lijnen zo krachtig dat er zelfs eentje mag uitvallen. De andere kunnen zo'n verlies probleemloos overnemen.

Het werd hoe langer hoe duidelijker: als elk windmolenpark dat in de Belgische wateren zal worden gebouwd, eigenhandig zijn hoogspanningslijnen naar de kust trekt, krijgen we een wirwar van kabels op de Noordzeebodem.

Bovendien kost het ingraven en aanleggen van die kabels handenvol geld, en erg efficiënt is het ook niet. Vandaar dat al kort na de bouw van onze eerste windmolenparken het plan rees om een soort superstopcontact op zee te bouwen, eigenlijk een reuzengrote verdeeldoos, waarop elk windmolenpark zijn "stekker" kon aansluiten. Vanuit dat stopcontact (de sector spreekt meestal over een MOG -modular offshore grid)  kon dan de gebundelde stroom van de verschillende parken naar land worden gevoerd. Dat zou gebeuren via supergrote onderzeese hoogspanningslijnen, die veel meer stroom kunnen transporteren dan de aparte kabels van de parken zelf.

Goed plan, maar de parken konden niet wachten

Maar zo'n stopcontact bouw je niet van de ene op de andere dag.  Vraag was dan ook wie het project op zich zou nemen, en wie de kosten zou dragen. Uiteindelijk nam hoogspanningsnetbeheerder Elia de taak op zich. Elia realiseerde het MOG op een recordtijd van amper drie jaar.  Maar daar waren wel jaren van discussies over financiering en vergunningstrajecten aan vooraf gegaan.

De bouwers van de windmolenparken bleven intussen niet stil zitten. Toen het stopcontact dit voorjaar uiteindelijk op zee werd gesleept, waren er al zes van de negen voorziene parken gebouwd.

Eéntje daarvan, Rentel, kon nog worden gekoppeld aan het stopcontact. De drie laatste, die in de loop van dit en volgend jaar zullen worden gebouwd, zullen wel aan het stopcontact worden aangesloten.

Winst: bedrijfszekerheid, 40 kilometer kabel en een opening naar de toekomst

En het MOG mag best gezien worden: een technisch huzarenstukje van 2.000 ton, dat meer dan 40 meter boven de waterlijn uittorent, tsjokvol elektronische componenten.  Op het MOG is normaal niemand aanwezig: de controle en aansturing gebeurt volledig vanuit het controlecentrum van Elia in Schaarbeek. Het MOG is het enige in zijn soort in de Europese wateren. Vierhonderd miljoen euro zou het kosten, maar het bespaart de vier parken alvast 40 kilometer kabel, en het zorgt ook voor meer bedrijfszekerheid.

(Lees verder onder de foto)

Stopcontact op zee, met de vier te koppelen windenmolenparken (in het lichtblauw)

De stroom van de vier parken wordt gebundeld over drie superdikke onderzeese hoogspanningskabels van 28 centimeter doorsnee die maar liefst 110 kilogram per meter wegen. Dat zijn de grootste stroomkabels die ooit in de Noordzee zijn gelegd.  Ze kunnen dan ook een pak stroom aan: als één van de drie kabels het zou begeven, volstaan de andere twee ruimschoots om alle stroom van de vier aangesloten parken naar de Belgische kust te blijven transporteren.

De stroomkabels zijn 28 centimeter dik en wegen 110 kilogram per meter: het zijn de grootste die ooit in de Noordzee zijn gelegd

Het MOG is ook ontworpen om nieuwe ontwikkelingen op de Noordzee op te vangen. Want naast de vier gekoppelde windmolenparken kunnen er nog drie bij.  Dat kunnen nieuwe Belgische parken zijn, maar eventueel ook buitenlandse. De vlakbij gelegen Nederlandse parken van Borssele zouden bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van het stopcontact als ze hun stroom niet via Nederlandse leidingen zouden kunnen kwijtraken. 

Zo kan er ook op de Noordzee een totaal nieuw internationaal hoogspanningsnetwerk onstaan dat de Europese landen kan voorzien van hernieuwbare energie, ook wanneer er in hun deeltje van de Noordzee wat minder wind is.

Voor de nieuwe windmolenparken aan onze Westkust komt het MOG echter niet in aanmerking. Ook daar zullen hoogstwaarschijnlijk nieuwe stopcontacten worden gebouwd om vandaaruit gebundeld de stroom van de parken naar de Westhoek te voeren. Het eerste MOG bewijst alvast dat het kan. Minder kabels, minder kosten en meer efficiëntie: ons klimaat en onze stroomfactuur kunnen er alleen maar wel bij varen.

Bekijk hier de reportage uit "Het journaal":

Video player inladen...