Video player inladen...

Acht jaar na de Jasmijnrevolutie: nieuwe verkiezingen stellen jonge democratie Tunesië op de proef

Vandaag trekken de Tunesiërs naar de stembus voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Ze doen dat voor de tweede keer sinds het verjagen van dictator Zine el-Abidine Ben Ali in 2011. Niet minder dan 26 kandidaten stellen zich verkiesbaar. Wie er ook wint, er belooft een nieuwe wind te waaien in Tunesië. Of die nieuwe wind ook voldoende zal veranderen voor de gewone Tunesiër, is minder duidelijk.

In 2011 kwam met de Arabische Lente een ware golf aan protest en demonstraties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika op gang. Tunesië stond niet alleen aan de bakermat van deze revoluties. Het land heeft, schijnbaar ook als enige in de regio, uit haar revolutie een werkende democratie kunnen vormgeven.

Het leger koos er uiteindelijk niet de kant van de dictator. Nieuwe Tunesische partijen kwamen overeen om samen het land te regeren en er zijn intussen al enkele democratische verkiezingen georganiseerd. Tunesië koos voor de consensus in plaats van naar de wapens te grijpen. Toch kampt Tunesië na haar Jasmijnrevolutie nog altijd met economische en sociale problemen die nog altijd uitdagingen vormen voor de jonge democratie.

(Lees verder onder de foto)

Archieffoto Protesten in 2011 AP2011

De opbouw van nieuwe democratische instellingen is niet op één dag gebeurd. Het is het resultaat van intense en soms moeizame politieke samenwerkingen. Tunesië kende de afgelopen 8 jaar maar liefst 6 verschillende eerste ministers. Het land staat bekend voor haar grote aantal politieke partijen. Ook de moorden op linkse politici Chokri Belaïd en Mohamed Brahmi in 2013 en de daaropvolgende politieke crisis wezen op een nog onrustig politiek klimaat.

De nieuwe grondwet werd in 2014 aangenomen. De bevoegdheden voor de uitvoerende macht werden daarbij verdeeld onder de president en de eerste minister. De macht van de president werd ingeperkt en hij kreeg alleen het gezag over Defensie, Veiligheid en Buitenlandse Zaken. Het is deze verdeling van bevoegdheden die nu mee ter discussie staat in de presidentsverkiezingen.

Verkiezingsthema's en uitdagingen

Wat zijn nu de grootste uitdagingen voor Tunesië? Professor Sami Zemni, politicoloog en hoogleraar aan de Universiteit Gent, zegt dat het land nog altijd worstelt met structurele economische problemen. De groeiende inflatie leidt tot prijsstijgingen. De werkloosheid van het Noord-Afrikaanse land is een groot probleem en ook de hoge staatschuld veroorzaakt beroering. Bovendien heerst er veel ongelijkheid tussen inwoners van de stad en het platteland wat op zijn beurt talrijke sociale problemen veroorzaakt.

De economie speelt een grote rol in de verkiezingen. Mensen weten al langer dat er weinig te zien is van het beloofde economische herstel

Professor Sami Zemni, politicoloog en hoogleraar aan de Universiteit Gent

In januari 2018 waren er nog grote demonstraties over heel Tunesië. Professor Zemni zegt dat veel inwoners van het land teleurgesteld zijn in de Tunesische politici, die er nog altijd niet in geslaagd zijn om de economische malaise aan te pakken.

Daarnaast speelt ook onveiligheid een rol in de verkiezingen. De terroristische aanslagen van 2015 in het Bardomuseum en in de badplaats Sousse zinderen nog na. De terreurdreiging lijkt ook vandaag nog niet helemaal van de baan. Gewapende groepen blijven actief in het grensgebied met Algerije. Ook terroristische aanvallen blijven nog altijd een reëel gevaar, zoals de aanslagen in de hoofdstad Tunis eerder dit jaar.

Veel kampen in het politieke landschap zijn behoorlijk versnipperd. Zo hebben nieuwe partijen zich losgeweekt van de seculiere regeringspartij Nidaa Tounès van de overleden president Bejd Caïd Essebsi. Nidaa Tounès heeft geen kandidaat om de oud-president op te volgen en lijkt geen significante rol meer te spelen bij deze verkiezingen. 

Strijd tussen opmerkelijke kandidaten

Het vertrouwen in de Tunesische regering lijkt sinds de revolutie van 2011 een dieptepunt te hebben bereikt. Het merkwaardige politieke klimaat laat toe dat er enkele opmerkelijke kandidaten op de voorgrond treden. Dit zijn de opvallendste 5 (van de 26) kandidaten:

Youssef Chahed is de huidige eerste minister van Tunesië. Hij bekleedt die functie al sinds 2016. Aan het begin van dit jaar heeft hij de partij Nidaa Tounès de rug toegekeerd en staat hij aan het hoofd van zijn eigen partij. Van al de kandidaten is hij in de Tunesische politiek het meest bekende gezicht, maar dat kan ook een nadeel zijn.

Chahed staat voor velen symbool voor de status quo. Hij is de belichaming van de regering van de voorbije jaren. Vele kiezers houden hem verantwoordelijk voor het falende economische beleid en voor de politieke wantoestanden. Het zou voor Chahed wel eens kunnen leiden tot een electorale afstraffing. 

Abdelkrim Zbidi is de voormalige minister van Defensie van Tunesië. Net zoals Chahed kan hij enige politieke ervaring voorleggen. Zijn overheidsverleden zal wellicht minder in zijn nadeel spelen dan bij Chahed omdat hij als onafhankelijke kandidaat opkomt. Hij krijgt ook steun van belangrijke andere partijen, niet in het minst van het Nidaa Tounès van oud-president Essebsi.

Zbidi heeft als campagnebelofte verkondigd dat hij de grondwettelijke bevoegdheden van de president en de eerste minister zal herzien. De vraag is natuurlijk of hij opnieuw meer bevoegdheden wil overhevelen naar het presidentiële ambt. Zbidi maakt alleszins zeer zeker kans om door te gaan naar een mogelijke tweede verkiezingsronde. 

Mediamagnaat en omstreden zakenman Nabil Karoui mag zich ook tot de topfavorieten rekenen voor de presidentsverkiezingen. Nabil Karoui staat aan het hoofd van het televisiebedrijf Nessma, dat hij heeft kunnen gebruiken om zijn eigen kandidatuur te promoten. Zijn deelname is op z'n minst controversieel te noemen. Hij is momenteel aangehouden en in verdenking gesteld voor belastingonderduiking en fraude. Als hij veroordeeld wordt, zou het kunnen dat hij een mogelijke verkiezingsoverwinning toch kwijtspeelt. 

Veel Tunesiërs zien in zijn aanhouding het bewijs dat de regering hem het zwijgen wil opleggen. Zo is Karoui op een korte tijd veranderd in een martelaar die het slachtoffer is geworden van de gevestigde politieke orde. Hij is voor velen de anti-establishment kandidaat bij uitstek. Maar hij spreekt hen niet alleen daarom aan. Hij gebruikt ook zijn imago als zakenman om grote beloftes rond werkgelegenheid te maken. Critici zijn dan weer niet overtuigd dat hij de vele uitdagingen in Tunesië tegemoet zal kunnen komen als hij wordt verkozen tot president. 

Dan is er ook nog Abdelfattah Mourou, oudgediende van de islamistische Ennahdha-beweging. De islamistische partij in Tunesië heeft de afgelopen jaren na de revolutie in 2011 vaak mee geregeerd in Tunesië. Toch is vicevoorzitter Abdelfattah Mourou de allereerste presidentskandidaat die de partij aanduidt en dat is verrassend. Het leek er namelijk lang op dat Ennahdha zich zou concentreren op de parlementsverkiezingen die op 6 oktober zullen plaatsvinden.

Met Abdelfattah Mourou zou Ennahdha zomaar een kandidaat-president in haar rangen kunnen hebben. Mourou lijkt enerzijds te kunnen rekenen op de trouwe kiezersbasis van de islamistische partij. Anderzijds heeft hij zich in het verleden vaak onafhankelijk opgesteld ten opzichte van zijn eigen partij. Dat laatste zou hem populairder kunnen maken bij kiezers die niet zeker zijn of ze zowel de positie van de Tunesische president als van het parlement in de handen van Ennahdha zouden willen zien.

Abir Moussi is één van de twee vrouwelijke kandidaten die zich verkiesbaar stelt. Mocht zij winnen, zou het om een Arabische primeur gaan. Zij zou de laatste tijd meer aanhang hebben gekregen. Maar ook zij is geen onbesproken figuur in deze verkiezingen.

Moussi is namelijk de voorzitster van de Vrije Destour partij, de heropgerichte partij van oud-president Ben Ali. Zij wordt door vele Tunesiërs nog altijd aanzien als de advocate die de ontbinding van de oude partij heeft proberen te verhinderen na de Jasmijnrevolutie van 2011. Het is nog maar de vraag of het merendeel van Tunesiërs wel zin heeft in een terugkeer naar het beleid van de overleden dictator. In elk geval zijn er in Tunesië zeker nog mensen die nostalgisch terugkijken naar het oude regime. Net als Zbidi pleit zij voor een herziening van de grondwettelijke splitsing van bevoegdheden. Op die manier wil zij opnieuw meer gezag toekennen aan het presidentsambt.

(Lees verder onder de foto)

Affiches van enkele presidentskandidaten Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Moderne verkiezingen met een lage opkomst

De overdracht van verkozen presidenten zou voor een jonge democratie als Tunesië een grote mijlpaal zijn. Het land bewijst daarmee dat het al ver is gekomen na de revolutie van 2011. Ook een ware primeur zijn de televisiedebatten tussen de kandidaten in Tunesië. Voor het eerst kon de Tunesische bevolking live op hun televisieschermen meevolgen hoe de kandidaten met elkaar in debat gingen. 

De dood van president Essebsi heeft ertoe geleid dat de eerste ronde van de presidentsverkiezingen werd vervroegd van 17 november naar 15 september. Normaal gezien zouden de presidentsverkiezingen na de parlementsverkiezingen van 6 oktober plaatsvinden, maar dat zal nu dus niet meer het geval zijn. 

Toch wordt er geen grote opkomst verwacht voor de presidentsverkiezingen. Dat komt niet alleen door het gebrek aan vertrouwen in de Tunesische politiek, maar ook doordat de burgers zich eerst moeten laten registreren voor ze mogen stemmen. Doordat de verkiezingen vervroegd zijn, hebben de Tunesiërs nu nog minder tijd gehad om dit te doen, zegt professor Zemni.

(Lees verder onder de foto)

Televisiedebat tussen presidentskandidaten AFP or licensors

Wat houdt de toekomst in voor Tunesië?

Het valt zeer moeilijk te voorspellen wat er allemaal op lange termijn zal gebeuren in Tunesië. De parlementsverkiezingen vinden al plaats op 6 oktober van dit jaar. Dat betekent dat we op korte termijn een nieuwe president, een nieuwe invulling van het parlement en wellicht een nieuwe eerste minister zullen zien in Tunesië.

Vervroegde presidentsverkiezingen kunnen zeer zeker een effect hebben op de parlementsverkiezingen

Sarah Yerkes, Expert Tunesië aan Carnegie Endowment for International Peace

Onderzoekster Sarah Yerkes van de Amerikaanse denktank Carnegie zegt dat de vervroegde presidentsverkiezingen wellicht een invloed zullen hebben op de aankomende parlementsverkiezingen. De resultaten van vandaag kunnen een basis vormen voor de parlementsverkiezingen van 6 oktober.

Aan de andere kant beweert Yerkes dat teleurgestelde kiezers zich ook kunnen verenigen. Bij een tegenvallend resultaat van de presidentsverkiezingen kunnen zij massaal voor een andere partij kiezen bij de parlementsverkiezingen. Omdat de verkiezingen elkaar zo kort opvolgen, zullen de partijen wellicht niet genoeg tijd hebben om zich te heroriënteren. Daarom hangt het resultaat van de parlementsverkiezingen meer dan ooit af van de kiezers zelf.

Maar de vraag blijft natuurlijk of deze wissel van de macht ook veel positieve veranderingen met zich mee zal brengen voor de gewone Tunesiër. Het vertrouwen in de politiek is laag en sputterende economie geraakt maar niet op gang. De ongelijkheid tussen Tunesiërs op het platteland en de stad blijft ook een groot sociaal probleem dat moet worden aangepakt.

De nieuwe president zal voor de uitdaging komen te staan om een nieuwe richting uit te stippelen die opnieuw voor economische en politieke hoop moet zorgen in het land. In elk geval beloven het interessante maanden te worden in Tunesië.

Video player inladen...