Reuzenbereklauw

Aandeel uitheemse plantensoorten in Vlaanderen verdubbeld sinds jaren 70

Het aandeel uitheemse plantensoorten in Vlaanderen is sinds de jaren 70 verdubbeld van ongeveer 5 procent naar 10 procent. Dat betekent dat 1 op de 10 planten in Vlaanderen uitheems is. Toegenomen internationaal transport wordt als dé oorzaak van de toename gezien, maar die toename is volgens het Instituut Natuur- en Bosonderzoek niet volledig zonder risico’s.

Er komen steeds meer uitheemse plantensoorten voor in Vlaanderen. Het Instituut Natuur- en Bosonderzoek (INBO) onderzoekt hoeveel uitheemse plantensoorten er in Vlaanderen zijn per vierkante kilometer ten opzichte van het totale aantal soorten. Uit de cijfergegevens blijkt dat het aandeel uitheemse soorten sinds 1970 stelselmatig toeneemt, van ongeveer 5 procent in de jaren 70 naar circa 10 procent in 2018. Het INBO zelf spreekt van een "significante toename" en verwacht ook dat het aandeel uitheemse soorten zal blijven stijgen.

Gevaar voor inheemse fauna en mensen

Die evolutie is niet zonder risico's voor de inheemse fauna en flora. “Normaal gezien zou je denken dat het de inheemse biodiversiteit verhoogt”, zegt Wouter Van Landuyt van het INBO, “maar het kan er ook een gevaar voor zijn. Hoewel de introductie van uitheemse soorten in sommige gevallen kansen met zich meebrengt en de lokale soortendiversiteit verhoogt, kunnen andere soorten invasief worden en het ecologisch functioneren van een ecosysteem aantasten.”

Gevaren voor de inheemse planten, maar er zijn ook gevaren voor de mens blijkbaar. Wouter Van Landuyt haalt twee voorbeelden aan, zoals de reuzenberenklauw: “Wie in aanraking komt met het sap ervan en in de zon loopt, kan verbranden.”

De alsemambrosia is een ander probleemgeval: “Het pollen is zeer allergeen en verlengt het hooikoortsseizoen tot eind oktober”, verduidelijkt Van Landuyt. In Frankrijk kunnen ze er al over meepraten. “In de Rhônevallei zijn landbouwers na het oogsten verplicht om hun velden nog 2 à 3 keer te maaien om de groei van de alsemambrosia te verhinderen."

Alsemambrosia

Invoer door toegenomen mobiliteit

Als hoofdoorzaak verwijst het INBO naar de toegenomen mobiliteit van mensen en goederen. Door het vlottere internationale transport worden steeds meer soorten planten, bewust of onbewust, in- en uitgevoerd. Daardoor komen die uitheemse planten het vaakst voor op plaatsen waar veel mensen samen zijn of op plaatsen waar goederen aankomen, zoals havens en langs spoorwegen.

“Ze komen ook via tuincentra binnen”, zegt Van Landuyt, “bijvoorbeeld via grote kuipplanten zoals olijfbomen. In die kuipen zitten er dikwijls restanten van die uitheemse soorten en zo geraken ze ook tot bij ons.”

Als ze hier eenmaal zijn, zijn de voorwaarden gunstig om te overleven.  “Ze komen in een milieu terecht waar ze vaak geen natuurlijke vijanden hebben en ongelimiteerd kunnen uitbreiden”, zegt Van Landuyt, “maar ook minder strenge vrieswinters en een algemeen warmer klimaat zijn een zegen voor de planten.”

Japanse duizendknoop heb je liever niet in je tuin

Er is veel kans dat u zo’n uitheemse plant al eens bent tegengekomen en wellicht ging het dan om hoge fijnstraal of Japanse duizendknoop. Die eerste veroorzaakt doorgaans iets minder problemen, de laatste des te meer.

“Die Japanse duizendknop kan wel 2 meter hoog worden”, zegt Van Landuyt, “en is moeilijk te bestrijden. Ik kreeg al telefoons van mensen bij wie de plant vanaf een naburig spoorterrein hun tuin was binnengedrongen en door de terrasvloer naar boven kwam.”

Hoge fijnstraal