Zijn God, Jahweh en Allah nog de beste leermeesters?

Is het onderwijs dat gestoeld is op de Bijbel, de Thora of de Koran nog van deze tijd? "De grens tussen opvoeding op kosten van de staat of indoctrinatie op kosten van de staat is soms flinterdun", stelt Jurgen Slembrouck. 

opinie
Jurgen Slembrouck
Vrijzinnige Dienst, Universiteit Antwerpen.

In zijn analyse Steekt CD&V haar trouwste kiezers een mes in de rug? gebruikt Mark Van de Voorde de regeringsonderhandelingen over onderwijs als instrument om zich een beeld te vormen van het levensbeschouwelijke profiel van de CD&V. Die wordt gebuisd omdat ze zich onvoldoende zou verzetten tegen de plannen van Open VLD en N-VA om het aantal uren godsdienstles te halveren. 

De vraag is of zijn strenge oordeel terecht is. Hij lijkt zich onvoldoende rekenschap te geven van hoe fundamenteel de samenleving de voorbije 50 jaar door secularisering en migratie veranderd is. Zijn visie getuigt van godsdienstig ressentiment en mist daardoor verklarende kracht. Maar vooral ontneemt die visie kinderen de waardigheid die ze als mensen verdienen. Als afvallige en als product van het katholiek onderwijs weet ik waarover ik spreek.

In de 19e eeuw is de vrijheid van onderwijs door katholieken grondwettelijk verankerd (art.24) om die kinderziel te laten geloven in het bestaan van God.

De focus van Van de Voorde op onderwijs is anderzijds wel terecht, onderwijs is vanouds een thema dat een sterke levensbeschouwelijke en ideologische lading heeft. De school is immers bij uitstek de plaats waar leerlingen gesocialiseerd worden en vertrouwd worden gemaakt met de fundamentele waarden die ze nodig hebben om te functioneren in de samenleving. 

Vrije scholen

Welke waarden een fundamenteel karakter hebben is in een open samenleving voorwerp van debat en van strijd. In België is er meer dan één schoolstrijd uitgevochten met als inzet “de schone ziel van ’t kind”. In de 19e eeuw is de vrijheid van onderwijs door katholieken grondwettelijk verankerd (art.24) om die kinderziel te laten geloven in het bestaan van God.

Het religieuze karakter van dergelijke scholen is echter niet altijd makkelijk te verzoenen met de wetenschappelijke consensus en met de universele rechten van de mens.

Vandaag maken ook andere godsdiensten er gebruik van om hun pedagogisch project te enten op hun geloof in het bestaan van Jahweh of Allah. Indien zij de normen van de Vlaamse overheid halen, komen die zogenaamde “vrije” scholen in aanmerking voor erkenning en subsidiëring. Zij mogen dan officiële diploma’s uitreiken en krijgen geld van de belastingbetaler om hun werking te organiseren. 

Het religieuze karakter van dergelijke scholen is echter niet altijd makkelijk te verzoenen met de wetenschappelijke consensus en met de universele rechten van de mens. De grens tussen opvoeding op kosten van de staat of indoctrinatie op kosten van de staat is soms flinterdun zoals bleek uit de getuigenis van een Joodse afvallige in “Nachtwacht”

Die flinterdunne grens was ook recent de reden waarom het islamitische Selam College in Genk te horen kreeg dat het geen erkenning zou krijgen. Na advies van de staatsveiligheid en de onderwijsinspectie oordeelde de Vlaamse overheid dat de school de rechten van de mens en het kind niet voldoende zou respecteren.

Staatscholen

Het pedagogische project van de katholieke school staat uiteraard in het teken van de katholieke heilsleer. In de 19e eeuw was dat voor seculieren de aanleiding om staatsscholen op te richten zodat ze er zich van konden verzekeren dat jongeren in contact kwamen met wetenschappelijke kennis zonder dat die door een religieuze filter was gegaan. Betrouwbare kennis als basis voor menselijke zedelijkheid. Het refrein van het lied van de officiële school herinnert daaraan: “d'officiële school is ons een symbool van waarheidsdrang en zucht naar het schoon en het goed”. Dat was uiteraard niet naar de zin van de katholieke kerk die godsdienstonderwijs via haar politieke tentakels ook in de officiële school verplicht kon maken.

De officiële school is de plaats bij uitstek waar we als Vlaamse gemeenschap jongeren vertrouwd kunnen maken met de uitgangs­punten van de liberale rechtsstaat.

Toch streeft ook vandaag de officiële school nog steeds naar actief burgerschap door kennis. De beroering die in Nederland en ook in eigen land is ontstaan naar aanleiding van een reportage over de invloed van Koranscholen, illustreert hoe waardevol en actueel dat streven blijft. De officiële school is de plaats bij uitstek waar we als Vlaamse gemeenschap zonder religieuze dogma’s vorm kunnen geven aan het onderwijs en waar we jongeren vertrouwd kunnen maken met de uitgangspunten van de liberale rechtsstaat. In zijn boek Over identiteit verwoordt Bart De Wever het als volgt: “Die school is immers niet het verlengstuk van de woonkamer thuis, maar de voorkamer van de res publica. Geen enkele godsdienstige of ideologische overtuiging mag er in de weg staan van de kennisoverdracht aan kinderen geschoeid op de leest van de moderne, verlichte samenleving.” 

Koranscholen

De voorbije 50 jaar is die moderne samenleving door secularisering en migratie op een fundamentele wijze veranderd. Het streven naar betrouwbare, wetenschappelijke kennis heeft de bovennatuurlijke waarheidspretenties van godsdiensten ontmaskerd als mythes. Zelfs diegenen die zich christenen noemen, geloven niet langer in de centrale dogma’s van de katholieke kerk. Ze vieren Kerst en Pasen met hetzelfde gebrek aan devotie waarmee ze Nieuwjaar en Halloween vieren. Kerken lopen leeg en worden omgebouwd tot hotel of supermarkt. 

Anderzijds telt onze samenleving door migratie steeds meer zogenaamde andersgelovigen, waarvan moslims de grootste minderheidsgroep vormen. Zowel uit Nederlands onderzoek "De religieuze beleving van moslims in Nederland" als uit onderzoek in opdracht van de Vlaamse overheid "Samenleven in diversiteit" blijkt dat moslims alsmaar religieuzer worden.

Prof. Mark Elchardus toonde aan dat 40 procent van de Nederlandse moslims hun geloof op een fundamentalistische manier belijdt en daardoor negatiever staan tegenover niet-moslims en zich minder met de Nederlandse samenleving identificeren. Sinds gisteren is erg plausibel geworden dat Koranscholen daar mee verantwoordelijk voor zijn. Ook in Vlaanderen merken leerkrachten de toenemende invloed van Koranscholen en maken zich er terecht zorgen over.

Die evolutie doet opnieuw vragen rijzen over de noodzaak maar ook het gevaar van de onderwijsvrijheid. 

Die evolutie doet opnieuw vragen rijzen over de noodzaak maar ook het gevaar van de onderwijsvrijheid. Hoe groot is nog het maatschappelijke draagvlak voor onderwijs dat gestoeld is op de Bijbel, de Thora of de Koran? Is een dergelijk onderwijs nog van deze tijd of is het net als Van de Voordes analyse verworden tot een anachronisme?

Zou het niet veel beter zijn dat er opnieuw naar een pluralistisch eenheidsnet wordt gestreefd waar kinderen de waardigheid krijgen die ze als mensen verdienen? Waar ze gestimuleerd worden om kritisch te denken zodat ze wanneer ze de school verlaten zelfstandig in staat zijn om de merites en gebreken van religies naar waarde te schatten? Waar ze elkaar als medeburgers leren respecteren en waar ze gestimuleerd worden om in functie van hun talenten het beste uit zichzelf te halen?

Is dat niet waar alle onderwijsverstrekkers die belang hechten aan mensenrechten gemeenschappelijk naar zouden moeten streven? En mogen we dat, ongeacht of die voor CD&V opkomen, ook niet verwachten van verantwoordelijke politici?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.