Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Waarom hebben zo veel landen het moeilijk om een nieuwe regering te vormen?

Israël, Spanje, Italië, België: de laatste jaren zien we steeds meer voorbeelden van moeizame regeringsformaties, ja zelfs van formaties die tot mislukken gedoemd zijn. Hoe komt dat toch en in hoeverre is het politieke landschap de laatste jaren veranderd?  Politicoloog Kristof Steyvers van de UGent probeert in "De wereld vandaag" op Radio 1 enige orde in de politieke wanorde te scheppen.

Waarom houden regeringen het niet vol of verlopen formaties moeilijk?

Kristof Steyvers ziet verschillende oorzaken. "In heel veel landen zie je dat het politieke landschap aan het versplinteren is. Steeds meer partijen slagen erin in het parlement te raken. Steeds meer partijen met steeds minder zetels: daardoor wordt het steeds moeilijker om tot meerderheden te komen." Het gevolg? "In veel landen zijn er geen echt dominante partijen meer. Er komen kleine, vaak radicale partijen die niet altijd geneigd zijn om gemakkelijk in een regering te stappen.

Maar er is meer aan de hand. "Het heeft ook te maken met het feit dat het voor veel traditionele middenpartijen moeilijk is om een heel sterke vertegenwoordiging te halen. Het politieke landschap is enorm sterk gepolariseerd: populistische partijen komen op, waardoor het voor die traditionele partijen heel moeilijk wordt om snel tot de orde van de dag over te gaan en een regering te vormen."

Gaan we de goede kant op?

"Hoe meer politieke partijen, hoe beter de verschillende stromingen vertegenwoordigd zijn. Hoe meer keuze de kiezer heeft, hoe duidelijker de partijen zich zullen moeten profileren om de kiezer te overtuigen. Als je stabiliteit of een makkelijke regeringsvorming tot doel hebt, valt dit te betreuren."

"Zelf ben ik voorstander van het feit dat veel verschillende stemmen aan bod komen, maar evenwicht wordt wel moeilijk als je een heel versplinterd politiek landschap hebt. Je ziet ook dat de onderhandelingsmacht van kleine politieke partijen toeneemt." Steyvers verwijst hier naar Israël, waar de partijen van Benjamin Netanyahu en Benny Gantz ongeveer even groot zijn geworden en een of twee kleinere partijen de rol van "kingmaker" kunnen gaan spelen.

Wat is er mis met het compromis?

In eigen land wordt het politieke compromis wel eens als zaligmakend geprezen, maar dat is geen garantie voor stabiliteit. "België is een voorbeeld van een land waar je redelijk vaak instabiliteit vindt, met meer dan 40 regeringen sinds de Tweede Wereldoorlog." Vroeger was het ook niet beter. "We hebben afwisselend turbulente en stabiele periodes gekend."

"Het is wel een feit dat je voor regeringsdeelname een tol betaalt en dat die tol ook groter wordt. Wie deelneemt, verliest."

Kan het beter?

Het kan in elk geval slecht uitdraaien. Denk maar aan Italië. "De vorige Italiaanse regering was heel bijzonder, met twee grote partijen die tegen het establishment waren. Het waren wel twee partijen die voor een heel ander maatschappijbeeld staan en succes hadden in verschillende delen van het land. Dat is geen eenvoudige situatie." Het gevolg hebben we onlangs gezien: de vicepremier van de Lega stuurde aan op vervroegde verkiezingen omdat hij daar voordeel uit hoopte te halen, maar belandde in de oppositie omdat er een andere coalitie werd gevormd.

Maar het kan ook beter. In Nederland bijvoorbeeld, waar de regering van Mark Rutte vier partijen telt: twee liberale partijen en twee christelijk geïnspireerde partijen. "Het was een kabinet van het midden, terwijl veel radicale partijen het goed hadden gedaan bij de verkiezingen. Dat kabinet is vrij langzaam op gang gekomen, maar het lijkt nu toch wel weer de wind in de zeilen te hebben. Dat heeft ook te maken met het feit dat het in Nederland economisch goed gaat en dat er begrotingsoverschotten worden geboekt. Dan wordt het natuurlijk wel makkelijker."