Marktkramers in Asse moeten Nederlands spreken (en wie dat niet doet, riskeert een sanctie)

De gemeente Asse vraagt aan de handelaars van de wekelijkse dinsdagmarkt om, in hun omgang met de klanten, eerst het Nederlands te gebruiken. Wie dat niet doet, kan gesanctioneerd worden.

De gemeenteraad van Asse keurde zopas een wijziging van het marktreglement goed. Daarin staat te lezen dat de marktkramers in hun schriftelijke communicatie voortaan alleen het Nederlands mogen gebruiken. Als het over mondeling communiceren gaat, wordt de marktkramers gevraagd om het Nederlands als eerste taal te gebruiken.

Het gebruik van het Nederlands gaat in Asse achteruit omdat het steeds meer nieuwe inwoners uit de hoofdstad krijgt. “Maar wij zijn en blijven een Nederlandstalige gemeente en daarom willen we het gebruik van onze taal sterk aanmoedigen”, zegt schepen Sigrid Goethals (N-VA), bevoegd voor Vlaams beleid.

Het taalgebruik van de marktkramers zal voortaan gecontroleerd worden door de gemeenschapswachten. “We gaan uiteraard eerst sensibiliseren”, luidt het. “Maar wie blijft weigeren om het Nederlands te gebruiken, kunnen we sanctioneren. We kunnen dan de vergunning van de marktkramer intrekken.”

Het is niet de eerste maatregel die het gemeentebestuur in Asse neemt om het Nederlands te beschermen. Eerder werd ook al een pin uitgedeeld aan de nieuwkomers die een cursus Nederlands volgden. Op die pin staat ‘Spreek NL met mij aub’. De pin moet er voor zorgen dat handelaars en inwoners niet zo maar overschakelen op een andere taal als ze in contact komen met nieuwkomers.