Archiefbeeld ter illustratie AP1994

Moeder- en kindersterfte in de wereld blijft dalen, "maar nog altijd hallucinant aantal"

Er sterven wereldwijd steeds minder vrouwen en kinderen tijdens en na de bevalling. Dat blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties. Toch blijven moeder- en kindersterfte wereldwijd een groot probleem, vooral in Sub-Saharaans Afrika.

De voorbije 20 jaar is het aantal sterfgevallen bij kinderen met bijna de helft gedaald, zo blijkt uit schattingen van de Verenigde Naties. Bij moeders is het aantal sterfgevallen met meer dan een derde gedaald. Goed nieuws dus, vrouwen en hun kinderen overleven vandaag meer dan ooit tevoren.

Wat betreft kindersterfte hebben landen in Oost- en Zuidoost-Azië de meeste vooruitgang geboekt. In minder dan 5 jaar is het aantal sterfgevallen bij kinderen er met 80 procent gedaald. Centraal- en Zuid-Azië kennen de grootste daling in het aantal gevallen van moedersterfte: een daling met 60 procent sinds 2000.

"Die aanzienlijke vooruitgang in een aantal landen is enerzijds te danken aan de politieke wil in die landen om de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg te verbeteren", zegt Philippe Henon van Unicef België, "maar ook vooral door te investeren in de vorming van gezondheidswerkers, het gratis ter beschikking stellen van medische verzorging voor zwangere vrouwen en kinderen, betere vaccinaties en de promotie van gezinsplanning."

1 sterfgeval om de 11 seconden

Ondanks deze positieve tendens blijven moeder- en kindersterfte wereldwijd een groot probleem. Jaarlijks sterven naar schatting nog altijd 2,8 miljoen zwangere vrouwen en pasgeborenen. Dat is 1 sterfgeval om de 11 seconden. "Een hallucinant cijfer", zegt Henon. Vrouwen en kinderen uit Sub-Saharaans Afrika lopen het hoogste risico om vroeg te sterven, maar ook in bepaalde landen in Azië is de moeder- en kindersterfte nog altijd vrij hoog.

"Die landen zijn meestal heel arme landen en dus is er een gebrek aan financiële middelen", zegt Henon. "Maar vaak gaat het ook over landen die in conflict zijn of die een humanitaire crisis hebben doorgemaakt, waardoor er eigenlijk heel zwakke gezondheidssystemen bestaan."

Unicef pleit er dan ook voor om meer financiële middelen ter beschikking te stellen, "in het algemeen om armoede te bestrijden, maar heel specifiek om in die betrokken landen een betere toegang tot gezondheidszorg te leveren voor iedereen". "Dat wil zeggen toegang tot geneesmiddelen maar ook en vooral tot goede vorming en opleiding van gezondheidswerkers. En er moet ook een politieke wil ontstaan in die landen om van gezondheidszorg een prioriteit te maken."