Rudopithecus bewoog zich vermoedelijk door de bomen zoals apen dat nu doen. Uit zijn pelvis blijkt echter dat hij vermoedelijk rechtop kon staan zoals mensen. John Siddick

Zeldzaam 10 miljoen jaar oud fossiel van aap biedt nieuw zicht op evolutie van de mens

Een 10 miljoen jaar oud fossiel van een aapachtige uit Hongarije biedt mogelijk nieuwe inzichten in de evolutie van de mens. Van het fossiel van Rudapithecus hungaricus is namelijk een deel van het pelvis of het bekken bewaard. Het bekken behoort tot de beenderen die onderzoekers het meeste informatie kunnen leveren, maar het blijft zelden bewaard. Uit een analyse van het pelvis blijkt dat de menselijke tweevoetigheid wel eens verder zou kunnen teruggaan in onze voorouderlijke lijn dan tot nu gedacht. 

Het fossiel werd gevonden door professor anthropologie David Begun van de University of Toronto, in de buurt van het oude mijnstadje Rudabánya in Hongarije. Toen bleek dat ook een deel van het bekken bewaard was gebleven, nodigde hij doctor Carol Ward van de Universiteit van Missouri uit om samen met hem het fossiel te bestuderen.

Ward is een specialist in de evolutie van apen en vroege hominini - de mensachtigen - en haar labo werkt aan de ontwikkeling van nieuwe 3D analyses van beschadigde specimens en onregelmatige oppervlaktes. Ze is de belangrijkste auteur van de studie over Rudapithecus.

Begun had eerder de beenderen van de ledematen, kaken en tanden van Rudapithecus bestudeerd en dat had aangetoond dat de fossiele aapachtige verwant was aan de moderne Afrikaanse apen en de mens, een verrassing aangezien hij gevonden is in Europa. Maar de informatie over zijn houding en manier van voortbewegen was beperkt, en dus is de ontdekking van het heupbeen, een deel van het bekken, belangrijk.

"Rudapithecus was behoorlijk aapachtig en bewoog zich waarschijnlijk door de takken zoals apen dat nu nog doen - met zijn lichaam rechtop, en klimmend met zijn armen", zei Ward in een persmededeling van de University of Missouri. "Hij zou echter verschild hebben van de moderne mensapen omdat hij een meer flexibele onderrug zou gehad hebben. Dat zou betekenen dat als Rudapithecus afdaalde naar de grond, hij in staat zou kunnen geweest zijn om rechtop te staan, meer zoals mensen dat doen. Deze aanwijzingen ondersteunen het idee dat in plaats van te vragen waarom mensen rechtop zijn gaan staan van hun handen en voeten, we misschien in de eerste plaats zouden moeten vragen waarom onze voorouders nooit neergevallen zijn op hun handen en voeten." 

Een deel van het bekken van Rudapithecus dat gevonden is in Hongarije. Carol Ward

Een lange pelvis en een korte onderrug

Moderne Afrikaanse apen hebben een lange pelvis en een korte onderrug omdat het zulke grote dieren zijn, en dat is een reden waarom ze meestal op handen en voeten lopen op de grond. Mensen hebben langere, flexibelere onderruggen, wat hen toelaat rechtop te staan en efficiënt te wandelen op twee benen, een typerend kenmerk van de menselijke evolutie. 

Ward zei dat als mensen afstammen van een voorouder met een lichaamsbouw zoals de Afrikaanse apen, er aanzienlijk veranderingen zouden nodig geweest zijn om de onderrug te verlengen en het bekken in te korten. Als mensen geëvolueerd zijn van een voorouder die meer op Rudapithecus leek, zou de overgang veel eenvoudiger geweest zijn. 

Het fossiele heupbeen dat nu gevonden is, heeft niet het lange darmbeen dat kenmerkend is voor chimpansees, gorilla's en orang-oetans. De verlenging van het onderste deel van het darmbeen lijkt onafhankelijk gebeurd te zijn in de drie afstammingslijnen van de bestaande Afrikaanse mensapen, zo zeggen de onderzoekers. En dat ondersteunt de hypothese dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van Pan (de chimpansee) en Homo (de mens) niet op de bestaande mensapen geleken zou kunnen hebben wat lengte van het bekken en bouw van de onderrug betreft. En dat zou betekenen dat ons bipedalisme - onze tweevoetigheid - verder teruggaat dan gedacht werd. 

"We waren in staat om vast te stellen dat Rudapithecus een meer flexibel torso zou gehad hebben dan de huidige Afrikaanse mensapen omdat hij veel kleiner was - slechts zo groot als een middelgrote hond", zei Ward. "Dat is belangrijk omdat onze bevindingen het idee ondersteunen dat ingegeven wordt door andere aanwijzingen, dat de voorouders van de mens wel eens niet gebouwd zouden kunnen geweest zijn als moderne Afrikaanse mensapen."

Het heupbeen van Rudapithecus op het skelet van een siamang (een grote gibbon) in het midden, vergeleken met het skelet van een makaak links, en een orang-oetan rechts. University of Missouri

3D

Omdat het fossiel niet volledig was, gebruikte het team nieuwe 3d modeleringstechnieken om de vorm op een digitale manier te vervolledigen, en vervolgens vergeleken de onderzoekers hun modellen met moderne dieren. 

Ward vormde daarvoor een team met Ashley Hammond, die afgestudeerd is aan de University of Missouri en nu assistent conservator Biologische Antropologie is aan het American Museum of Natural History, en met J. Michael Plavcan, een professor antropologie aan de University of Arkansas.

Ward zei dat hun volgende stap zal zijn om ook een 3D analyse uit te voeren van andere gefossiliseerde lichaamsdelen van Rudapithecus om een completer beeld te krijgen van hoe hij zich voortbewoog. Dat kan dan meer inzichten bieden over de voorouders van de Afrikaanse mensapen en de mens.

De studie van Carol Ward en haar team is gepubliceerd in het Journal of Human Evolution. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of Missouri.

Professor Pathologie en Anatomische Wetenschappen Carol Ward en haar team gebruikten nieuwe 3D technieken om de vorm van het fossiel te vervolledigen, en dan hun modellen te vergelijken met moderne dieren. University of Missouri