Een armband tegen stress en depressie? Binnenkort is het misschien heel normaal

Dragen we binnenkort allemaal een armband die stress en depressies opspoort? En zijn we wel klaar voor zo’n toekomst? Naar aanleiding van de tiendaagse van de geestelijke gezondheid onderzoekt VRT NWS drie dagen lang de digitale toekomst van de gezondheidszorg. Onze reporter test zelf nieuwe technologieën, van apps om fobieën aan te pakken tot online depressietests. Vandaag: wearables die ons stress-systeem in kaart brengen.

Wearables, apparaatjes die je op je lichaam draagt, zag je vijf jaar geleden zelden. Vandaag zijn ze heel normaal. Ze lijken meestal op een soort polshorloge en ze meten je stappen, je hartslag, je slaap en je stressniveau. Dat zou helpen om je levenskwaliteit te verbeteren. Betere slaap, minder stress, een actiever leven. Fantastisch, toch?

In theorie is het inderdaad fantastisch, maar toch heb ik al jaren een haat-liefderelatie met die wearables. Gemiddeld één keer per jaar laat ik mij verleiden en koop ik een nieuw toestel. Ik hoop dan dat het mij zal helpen om meer te bewegen of om efficiënter te lopen. Na een paar weken verdwijnt het toestel in een schuif. Daar liggen ondertussen een vijftal wearables stof te verzamelen. 

Wearables zijn populair, maar ze verdwijnen ook vaak ongebruikt in een schuif.

Waarom ik die wearables nooit lang draag? Ik merk, keer op keer, dat ze mij extra stress bezorgen. Ik begin mij tijdens het lopen nodeloos zorgen te maken over een hoge hartslag. Ik voel me schuldig omdat ik ’s avonds afklok op 9.900 stappen en niet op de magische 10.000. Of ik begin te piekeren over de metingen van mijn slaapkwaliteit. Als mijn horloge zegt dat ik te weinig REM-slaap heb, dan zou ik meteen een afspraak boeken in een slaaplabo.

Dus nee, doe mij maar een leven zónder wearables. Ik heb zo al genoeg stress. 

Een revolutie in de mentale gezondheidszorg?

Maar wat als wearables zouden helpen om stress te voorkomen? Of om beter met die stress om te gaan? Toegegeven, in dat geval liggen de kaarten anders. Dan zou ik misschien wél gewonnen zijn voor die wearables.

En juist dát is de inzet van enkele recente ontwikkelingen. 

Steeds meer wearables meten niet alleen je aantal stappen of je hartslag, maar ook allerlei stressparameters. Technologiebedrijf IMEC maakt vandaag bekend dat het in de toekomst nauwer zal samenwerken met het psychiatrisch centrum van de KU Leuven. Ze willen samen onderzoek doen naar "slimme draagbare technologie en algoritmes, om de psychische toestand van patiënten van op afstand op te volgen." 

IMEC zal daarvoor de komende vijf jaar een postdoctoraal mandaat en twee doctoraatsmandaten betalen. Dat komt bovenop de samenwerking die er nu al is. 

De tijd van de brave stappenteller is definitief voorbij

De tijd van de brave stappenteller lijkt definitief voorbij. De wearables van de toekomst zullen veel meer meten dan je fysieke activiteit. Ze zullen ook je mentale gezondheid in kaart brengen. De 'mentale stappenteller' staat voor de deur. 

Een horloge dat stress kan meten

Zijn we klaar voor die grote revolutie? Waar eindigt de wetenschap en begint de hype? En kan je écht je mentale gezondheid verbeteren met een toestel aan je pols? 

Nele De Witte onderzoekt aan de Thomas More-hogeschool of je wearables kan gebruiken om stress te meten.

Voor een antwoord op die vragen contacteer ik Nele De Witte, als wetenschapper verbonden aan de Thomas More-hogeschool. Ze onderzoekt of je wearables kan gebruiken voor de behandeling en preventie van stress en depressie.

De Witte gebruikt voor haar onderzoek een speciaal horloge, de Empatica E4. We hebben afgesproken dat ik dat horloge een paar dagen zal dragen, om zo mijn stresstoestand te meten. De gegevens zullen we na afloop samen bekijken.

De Witte haalt het horloge uit een kartonnen doosje. Dat is toch even slikken. Het ziet er zwaar en log uit, allesbehalve elegant. Het doet mij denken aan een enkelband voor gedetineerden, maar dan voor aan de pols. En daar moet ik dus de komende dagen mee rondlopen. Een mens zou er zowaar stress van krijgen.

De Empatica E4-armband wordt gebruikt om stress te meten.

“Het is zeker geen perfect toestel”, geeft De Witte meteen toe. “En ja, het ziet er niet mooi uit. Toch is het op dit moment een van de betere toestellen om stress te meten. Het meet onder andere hartslag, huidgeleiding en lichaamstemperatuur. Dat geeft ons een goed beeld van de stress die iemand ervaart."

Als ik stress ervaar, moet ik één keer op de knop drukken

Er is geen scherm, zoals bij een normaal horloge, alleen een drukknop en een lampje dat groen of rood kan knipperen. Als ik stress ervaar, dan moet ik één keer kort op de knop drukken. Ik krijg geen realtime-feedback over mijn fysieke parameters. De feedback is voor later.

“We zullen over drie dagen samen je gegevens bekijken”, zegt De Witte. “Het enige dat je tot dan moet doen, is op de knop drukken op stressmomenten."

Een druk op de knop

Op een knop drukken op stressmomenten klinkt eenvoudig, maar het blijkt toch best moeilijk. Ik heb een drukke week en vergeet regelmatig te drukken. Als je geconcentreerd bezig bent, dan wéét je soms niet dat je gestresseerd bent. Je beseft het pas een paar minuten later, als de rust weer is teruggekeerd. Of je vergeet het zelfs helemaal.

Er zijn ook twijfelmomenten. Op een bepaald moment ben ik te laat voor een belangrijke afspraak. Ik voel me wat gejaagd, maar niet overdreven. Is dit stress of niet? Druk ik op de knop of druk ik niet? Ik druk toch maar op de knop, gewoon om zeker te zijn.

Je mérkt soms niet dat je gestresseerd bent

Wanneer de gebruiker stress ervaart, moet hij kort op een knop drukken.

Die twijfels zijn op zich geen probleem. Het dragen van de Empatica zou juist helpen om stressmomenten te ontdekken die je níét spontaan opmerkt. Misschien ervaar je elke dag een korte stresspiek voor je naar het werk vertrekt. Of 's avonds, wanneer de kinderen naar bed moeten (maar niet willen).

Ook het omgekeerde kan gebeuren: misschien denk je dat je op bepaalde momenten stress ervaart, terwijl je lichaam toch een ander verhaal vertelt. Je moet dus altijd je persoonlijke ervaring naast de gegevens van de wearable leggen. Dan pas wordt het interessant.

Ook depressie kan je meten aan de pols

Ik ga op bezoek bij professor Stefan Claes, psychiater aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. Claes onderzoekt of wearables een rol kunnen spelen in de psychiatrie. Hij werkte daarvoor mee aan een groot onderzoek, dat vorig jaar gepubliceerd werd. Meer dan 1.000 mensen droegen voor dat onderzoek vijf dagen lang een wearable vol sensoren. 

Het onderzoek zorgde voor een gigantische massa gegevens. Daar werd nadien in gezocht naar interessante patronen.

Sommige bevindingen zijn eerder banaal. Mensen blijken bijvoorbeeld vaker stress te ervaren wanneer ze koffie drinken dan wanneer ze alcohol drinken. Vrij logisch, natuurlijk, want koffie drink je vooral 's ochtends, wanneer de meeste mensen meer stress ervaren. Alcohol drink je eerder 's avonds, wanneer je probeert te ontspannen.

Psychiater Stephan Claes onderzoekt of wearables een rol kunnen spelen in de psychiatrie.

Andere inzichten zijn dan weer erg relevant. “We zien bijvoorbeeld dat het stress-systeem van mensen met een depressie anders functioneert. Zo is hun hartslag gemiddeld hoger. Hun stress-systeem blijkt ook minder flexibel dan bij mensen zónder een depressie. Het is als het ware losgekoppeld van de dingen die gebeuren in hun leven.” 

Het stress-systeem van mensen met een depressie werkt minder flexibel

Af en toe een stresspiek is blijkbaar heel normaal. Het helpt ons om problemen aan te pakken. Zodra die problemen opgelost zijn, gaat de stress weer liggen en kunnen we weer ontspannen. Dat voortdurend schakelen tussen stress en ontspanning blijkt bij depressieve mensen grondig verstoord. 

“Met een wearable kunnen we zien of iemands stress-systeem ’s nachts voldoende tot rust komt”, zegt Claes. “Ook hier geldt hetzelfde: overdag wat meer stress is prima, maar ’s nachts moet je systeem weer tot rust komen. ’s Ochtends na het ontwaken heb je dan weer een korte stresspiek, om de dag op gang te trekken.”

Wearables kunnen ook problemen voorspellen

Claes onderzoekt ook of wearables kunnen voorspellen wanneer iemand in een depressie dreigt te hervallen. “Wearables hebben zeker potentieel voor het vroegtijdig opsporen van een depressie. En als je tekenen van een beginnende depressie zo kan detecteren, dan kan je ook preventief optreden. Er is dus potentieel voor detectie én voor preventie."

Elske Vrieze, een medewerkster van Claes, onderzoekt of wearables ook een rol kunnen spelen bij de behandeling van eetstoornissen. Mensen met boulimie, bijvoorbeeld, ervaren vaak stress net voor een eetbui.

“We onderzoeken of een wearable die stress tijdig kan registreren, dus vóór de eetbui", zegt Claes. "Zo kan je ingrijpen voor het fout loopt."

We onderzoeken of een wearable stress kan registeren nog vóór een eetbui

Claes waarschuwt wel voor overdreven enthousiasme. “Dit soort onderzoek staat nog in de kinderschoenen. Zo weten we nog niet op welke manier je het best feedback kunt geven aan de drager van de wearable. Je kan in real time informatie geven op een schermpje, maar dat is waarschijnlijk niet de beste optie. Je kan er ook voor kiezen enkel te waarschuwen op belangrijke momenten, bijvoorbeeld bij verhoogde stress. Of je kan enkel feedback geven in het bijzijn van een hulpverlener. We onderzoeken nog wat de beste optie is."

Net om die reden is Claes geen voorstander van de commerciële wearables waarmee je ook je stress kan meten. “Het ziet er vaak mooi uit, met knappe grafiekjes. Wetenschappelijk stelt het echter weinig voor en ook de gegevens zijn vaak twijfelachtig. Mensen gebruiken die gegevens dan een paar dagen, maar ontdekken snel dat ze er weinig aan hebben. En dan eindigt het toestel in een schuif."

Slimme toiletten en wearables om in te slikken

Claes werkt voor zijn onderzoek nauw samen met het technologiebedrijf IMEC. Ik spreek daarom af met Chris Van Hoof, vicevoorzitter onderzoek en ontwikkeling. We ontmoeten elkaar op de vijftiende verdieping van het nieuwe hoofdkwartier van IMEC, aan de rand van Leuven. 

het nieuwe hoofdkwartier van IMEC in Leuven

Van Hoof is een ‘early adopter’, die vurig gelooft in de kracht van draagbare technologieën. Hij draagt zelf twee wearables, één aan elke pols. 

Toch is Van Hoof de voorbije jaren wat voorzichtiger geworden. Hij ziet niet alleen het potentieel, maar ook de vele uitdagingen. “Technologisch is het soms vrij eenvoudig. De hardware is er nu al. Algoritmisch is het complexer. Je moet niet alleen meten, je moet de gegevens ook interpreteren. En dat is ingewikkeld.”

Je moet niet alleen meten, je moet de gegevens ook interpreteren.

Meten of iemand stress heeft, blijkt toch niet eenvoudig. “Als iemand meer dan 38 graden temperatuur heeft, dan zeggen we dat hij of zij koorts heeft. Bij stress is dat moeilijker. Er is geen standaardcombinatie van lichaamswaarden die aangeeft dat je stress hebt. Dat verschilt sterk van persoon tot persoon.”

Chris Van Hoof van IMEC draagt een wearable aan elke pols.

Je kan niet dus op basis van verhoogde hartslag of huidgeleiding besluiten dat iemand stress heeft. "Als bepaalde waarden hoger zijn, dan moet je dat terugkoppelen naar de beleving van de persoon op dat moment. Ook positieve ervaringen kunnen zorgen voor verhoogde activatie, maar dat noemen we geen stress."

Je moet dus ook altijd kijken naar het dagelijks leven en de ervaring van een persoon. Een mens is méér dan hartslag, huidgeleiding en een paar andere meetbare parameters. 

Een wearable voor in je darmen

Van Hoof vertelt enthousiast over de toekomst van de wearables. “Er zijn nu al autostoelen die allerlei metingen doen, zelfs door je hemd of je jas heen. Ze kunnen voorspellen wanneer een chauffeur in slaap dreigt te vallen.”

Chris Van Hoof van technologiebedrijf IMEC

Er wordt ook geëxperimenteerd met slimme brillen en met toiletten en brillen die allerlei metingen doen. “Zeer laagdrempelig, want iedereen gaat naar het toilet. We hebben het onlangs geprobeerd op een festival.”

Er komen in de toekomst ook zogenoemde 'ingestibles'. “Dat zijn kleine capsules die je inslikt en die allerlei metingen doen in je darmen. Ik schat dat over vijf à acht jaar de eerste mensen zulke capsules zullen inslikken.”

Over vijf à acht jaar zullen de eerste mensen zulke capsules inslikken

Of al die nieuwe technologieën ook iets kunnen betekenen voor mensen met stress en mentale problemen? Van Hoof gelooft van wel. “Bij die ingestibles, bijvoorbeeld, gaat het om de connectie tussen ons brein en onze darmen. We weten al langer dat er een link is tussen die twee. Stress en darmklachten gaan heel vaak samen. Daarom zou het interessant zijn als je ook in de darmen metingen kan doen."

De chips voor die ingestibles zijn nu al in ontwikkeling. Ik mag zelfs even een piepklein exemplaar op de tip mijn wijsvinger leggen. Het is allemaal erg indrukwekkend, maar Van Hoof wijst op de grote uitdagingen. "We onderzoeken nog wat welke metingen interessant zijn. Is dat de darmtransit? De aanwezigheid van bepaalde stoffen? Of misschien zelfs de samenstelling van de darmflora? Het zijn allemaal mogelijkheden die we op dit moment bekijken."

Kleine chips zullen in de toekomst verwerkt worden in 'ingestibles', sensoren die je moet inslikken.

De toekomst staat voor de deur, maar zijn we wel voorbereid?

Met mijn Empatica-horloge aan de pols ga ik naar een symposium over ‘mobile health’, georganiseerd door Metaforum, een interdisciplinaire denktank van de KU Leuven. De opkomst is groot, maar het thema van de symposium is dan ook brandend actueel: zijn we als maatschappij wel klaar voor al die veranderingen in de (mentale) gezondheidszorg?

Filosoof Ignaas Devisch waarschuwt tijdens zijn presentatie voor overdreven enthousiasme. “De digitalisering van de gezondheidszorg biedt veel mogelijkheden maar er zijn ook veel valkuilen.”

Het verzamelen van al die gegevens roept volgens Devisch nieuwe ethische vragen op. “We moeten ons altijd afvragen wat het doel is van de gegevens die we verzamelen. En wat we met die gegevens hopen te bereiken. Als je preventief problemen kan opsporen, ben je dan ook verplicht om dat te doen? En moet je dan ook de nodige stappen nemen om problemen te voorkomen? Met dit soort vragen krijgen we binnenkort allemaal te maken.” 

Heb je in de toekomst nog wel het recht om depressief te worden?

De vraag is, kortom, of je in de toekomst verplicht zal worden om voor je mentale gezondheid te zorgen. Of, scherper geformuleerd: hebben we morgen nog wel het recht om depressief te worden? Misschien zeggen de gegevens van je wearable dat je die depressie had kunnen voorkomen. Of dat die burn-out vermijdbaar was. En wat dan?

Er zijn nog grote problemen

Er zijn nog obstakels. Als een wearable gegevens verzamelt over de mentale toestand van een patiënt, van wie zijn die gegevens dan? Zijn ze eigendom van de patiënt of van het ziekenhuis? Wat als die gegevens ook gebruikt worden voor een onderzoek? En wat als ook bedrijven gegevens gaan verzamelen om de mentale gezondheid van werknemers te observeren? Dan wordt het helemaal ingewikkeld.

Wat de privacyproblemen betreft, is de conclusie van het symposium duidelijk: er komen binnenkort wel nieuwe regels, maar die lossen zeker niet alle problemen op. Wat privacy betreft, staan we voor een gigantische uitdaging. En niemand heeft alle antwoorden.

Niemand heeft alle antwoorden

Aan het einde van het symposium wil ik nog enkele foto’s nemen voor dit artikel. Ik sluip daarom stilletjes naar het hoogste punt van de aula, helemaal achterin. Om de foto te nemen hef ik mijn smartphone hoog boven mijn hoofd. Wat ik niet besef, is dat ik pal voor de beamer sta. Mijn gestrekte armen en mijn smartphone worden plots huizenhoog geprojecteerd op het grote scherm vooraan in de zaal.

Er ontstaat hilariteit. Ik zie hoe tientallen blikken lachend in mijn richting kijken. Snel duik ik weg achter een rij stoelen, het schaamrood op de wangen. Daar klik ik op de knop van mijn Empatica-horloge. Een stressmoment dat mij nog lang zal heugen. 

Drie dagen gemeten, wat zegt het horloge?

Na drie dagen met de Empatica spreek ik opnieuw af met Nele De Witte van de Thomas More-hogeschool, om samen mijn gegevens te bestuderen.

Op een computerscherm kijken we naar mooie grafiekjes met mijn huidgeleiding, hartslag en heel wat andere lichamelijke gegevens. Het systeem heeft ook enkele (mogelijke) stressmomenten gedetecteerd. Ik ben benieuwd of die overeenkomen met de momenten waarop ik zélf op de knop drukte.

Nele De Witte toont de resultaten van drie dagen meten met het Empatica-horloge.

Dat blijkt niet altijd het geval. Het horloge registreerde enkele stresspieken die ik niet bewust had opgemerkt. De reden was telkens dezelfde: ik vertrek vaak te laat naar afspraken en haal mezelf daardoor onnodig veel stress op de hals. Ik besef dat vaak niet, omdat ik in de auto vaak naar podcasts luister. Daarom ben ik afgeleid en besef ik niet altijd dat mijn lichaam erg veel stress ervaart.

Ergens wéét ik dat natuurlijk wel, maar het is toch anders nu ik het zwart op wit kan zien. Ik besefte niet dat zoiets banaals toch voor stevige stresspieken kan zorgen. En daarom besluit ik voortaan toch wat extra tijd te voorzien. Een kleine ingreep, met dank aan de wearable.

Ik besefte niet dat zoiets banaals toch voor stevige stresspieken kan zorgen

Het horloge registreerde ook twee andere opmerkelijke stressmomenten. Eén keer toen ik een filmpje maakte voor dit artikel. Dat soort opnames bezorgt mij altijd extra stress, want ik sta liever achter dan voor de camera. Een tweede moment was tijdens een vergadering. Ik deed een voorstel, dat minder enthousiast onthaald werd dan ik had gehoopt. En ook dat zorgde blijkbaar voor een forse maar korte stresspiek.

"Dat is op zich heel normaal", zegt De Witte. "Iedereen heeft dat soort momenten. We zien wel dat je stressniveau snel weer daalt en dat is een goed teken. Je systeem komt snel weer tot rust."

In therapie kan je dit soort gegevens gebruiken om bijvoorbeeld het effect van een behandeling te meten. "Als iemand altijd veel stress ervaart op specifieke momenten, dan kan je daar actief aan werken. Je kan dan regelmatig meten tijdens die momenten, om te kijken of de therapie succesvol is. Jij zou bijvoorbeeld kunnen werken aan je angst om voor de camera te komen. Een wearable kan daarbij echt een meerwaarde betekenen."

Dragen we binnenkort allemaal zo'n wearable?

Ik spreek nog even met De Witte over de toekomst. Dragen we binnenkort allemaal zo'n wearable? Of blijft het iets voor uitzonderlijke momenten?

“Het is zeker niet voor iedereen. Je moet altijd goed kijken bij wie het een positief effect kan hebben en bij wie niet. Het is zinvoller voor mensen die al iets hebben met technologie dan voor mensen die extra stress krijgen van technologische hulpmiddeltjes. En je moet ook bereid zijn om er tijd in te steken, want het kost zeker wat energie."

Wearables zullen nooit klassieke therapie vervangen.

Ook een vorm van professionele begeleiding is volgens De Witte essentieel. “Je hebt iemand nodig die je helpt om de gegevens te interpreteren en die mee op zoek gaat naar oplossingen. Het is moeilijk om dat allemaal zelf te doen. Wearables zullen dus zeker nooit klassieke therapie vervangen. Ze zijn eerder een ‘conversation starter’, een extra bron van informatie."

Dat is ook mijn gevoel na enkele dagen met de Empatica. Heeft het mij nieuwe inzichten opgeleverd? Zeker. Zou ik zo'n horloge elke dag dragen? In geen geval, daarvoor is het te veel gedoe. Ik zou het wel overwegen, als ik ooit in therapie zou gaan. Niet ter vervanging van therapie, wel als extra bron van informatie. En ja, misschien om te meten of de therapie succesvol is.

En die vijf wearables die stof liggen te verzamelen in de schuif? Die mogen daar blijven liggen. Ik doe het voorlopig nog even zonder.

Video player inladen...

Wie met vragen zit over psychische problemen, kan (gratis en anoniem) terecht bij Tele-onthaal, via het nummer 106 of via een chat op www.tele-onthaal.be.