"Psychische klachten? Ja, mijn vriendin heeft dat ook"

Wat vinden jongeren zelf van het Sigma-rapport, het onderzoek naar geestelijk welzijn van hun leeftijdsgenoten? Daaruit bleek dat heel wat Vlaamse jongeren kampen met psychische klachten. Herkennen ze dat in hun leefwereld? 

Voor dit Sigma-onderzoek werden zo'n 2.000 jongeren uit alle lagen van het secundair onderwijs ondervraagd. Wat vinden die gasten zelf van die resultaten?

Twee jaar geleden antwoordden jonge leerlingen die toen 13, 15 en 17 jaar waren op een hele reeks vragen die hen gesteld werden. Dat deden ze op hun tablet, hun smartphone of via hun lichaamsbewegingen op een fitbit-horloge. Nu kunnen ze daarop terugkijken.  Bijna de helft van hun leeftijdsgenoten hebben het dus "vlaggen", om het op z'n Vlaams te zeggen. Is dat schrikken?

Jonge mensen zijn openhartig. Heel heerlijk eerlijk en open. En dus vertellen ze honderduit, die jonge respondenten die in januari opnieuw worden bevraagd over hetzelfde onderwerp. Ze staan nu verder. We leggen hen de resultaten van het onderzoek voor. Om privacyredenen houden we hen anoniem en hebben we hun namen veranderd.

Nee, ik schrik niet van die resultaten. Ik heb een vriendin die ook zo is. 

Lily, 15 jaar nu, 13 jaar op het moment van de bevraging: "Ja, ik herken dat wel. Niet bij mezelf, wel bij een vriendin die ook zo is." Wat is dat dan, willen we weten. "Een vriendin zit heel diep, en ik ben de enige met wie ze daarover kan praten. Met haar ouders is het moeilijk. Ze wordt gepest. Ze stuurt me soms. Heel heftige berichten, dat ze het niet meer ziet zitten. Dat raakt me. Met haar ouders praten daarover is moeilijk."

Waarom, vraag ik. Stilte. "Ze woont hier ver vandaan. In haar nieuwe school wordt ze ook gepest. Ik weet niet waarom, het is een mooie, lieve, vrolijke  meid. Maar ze wordt alsmaar onzekerder over zichzelf."

En jijzelf? vraag ik. "Nee ik heb daar geen last van. Ik heb me ook wel eens onzeker of ongelukkig gevoeld, maar ik kan er met mijn ouders over praten. Ik heb nu ook een conflictje, daar sprak ik over met mijn ouders en dat heeft me geholpen. Ik spreek minder met mijn vrienden, ik vertrouw niet iedereen meer zo. En ja, toch breng ik meer tijd door met mijn vrienden." 

Het onderzoek toont aan dat jonge mensen meer tijd doorbrengen met hun vrienden, zeker naarmate ze ouder worden. Zelfs als ze zich op dat moment alleen voelen is samen zijn nog belangrijker. 

Dirk is 19. Hij zit in het zevende jaar.  Zelf heeft hij geen last van psychische klachten. "Ik ben sterker, denk ik." Maar hij is wel geschrokken van de resultaten van het onderzoek.  Dat er zo veel jongeren klachten hebben had hij niet kunnen denken.

"Maar ik heb wel een vriendin die heel diep heeft gezeten" vertelt hij . "Zij stuurde me soms berichten die me choqueerden. Dat ze het niet meer zag zitten. Dat het genoeg was geweest. Ik was bang, want ik wilde haar niet verliezen. Met haar ouders kon ze er moeilijk over praten. Niet dat ze eenzaam is, ze heeft veel vrienden en vriendinnen, en het laatste jaar zelfs een vriendje met wie ze over alles kan praten. Gelukkig."

En met wie praat jij, wil ik weten. "Als er iets met mij is, kan ik daarover praten met mijn mama. Ze zegt altijd dat ze niet bijt, dat ik alles kan zeggen. En toch is er soms iets waardoor ik dat niet doe. Daar schaam ik me soms over. Misschien is dat omdat ik bang ben dat ze hetzelfde zal zeggen, iets dat ik al gehoord heb, en dat ik dan niet opnieuw wil aanhoren. Dan praat ik met mijn vrienden."

Als er iets met mij is, kan ik daarover praten met mijn mama

"Ik heb wel eens in een dal gezeten. In het eerste jaar was ik met een meisje. Zij werd gepest omdat ze met mij was. Met een loser, zeiden ze haar. Ze heeft daar niet over gepraat, ze heeft het opgekropt. En dan heeft ze het uitgemaakt. Dat was haar enige uitweg. Daar heb ik heel erg van afgezien.  Daarna heeft ze daarover gepraat. Wij zijn terug beste vrienden. Maar sommige mensen begrijpen nog altijd niet waarom wij nog vrienden zijn."

"Misschien was het "not meant to be".  Maar ik heb er wel nachten van wakker gelegen. Mijn hoofd zei "je kunt dat niet aan. Mijn hart zei: je moet er voor gaan, blijven proberen."  Maar ik kon toen wel terecht bij vrienden in de klas, al vond ik de manier waarop zij haar behandelden niet plezant. Zij waren kwaad op haar, stapten op haar af enzo. Dat vond ik niet zo fijn. Je moet daarover praten, je mag het niet opkroppen, anders ontploft het in je eigen gezicht. Ik heb daar wel veel door geleerd. "

Betty is 17 jaar, ze was 15 op het moment van de bevraging. Op dat moment vond ze dat niet zo moeilijk. "Tien keer per dag werden wij via onze smartphone bevraagd over onze gevoelens. Toen ging het goed met mijn ouders, toen was dat goed. Nu is dat minder," zegt ze. "Enfin goed, het viel mee, goed is een groot woord. Dat is veranderd door mijn thuissituatie. Alles is een beetje moeilijk. Ik woon niet meer thuis."

Soms zie je gewoon dat iemand zich niet goed voelt.  Ze moeten daar echt met iemand over gaan praten. Dat is wat ik ook heb gedaan. Dat brengt je wel ergens

"Meisjes geven sneller de moed op. De meeste klachten zie je bij meisjes. Jongens hebben iets van: het komt allemaal wel goed. Meisjes gaan zichzelf sneller verwonden. Zichzelf snijden. Ik ken jongens die ook al veel hebben meegemaakt, maar die laten het meer over zich lopen. Ze denken altijd dat het wel lukt." 

"Meisjes zitten sneller met slechte gedachten. Dat heeft verschillende redenen, een slecht thuissituatie, gepest worden, misbruik van vriendjes, een grote oorzaak." En traumatische gebeurtenissen van vroeger, vraag ik. Dat wordt in het onderzoek ook aangehaald als een belangrijke oorzaak. "Zeker," zegt Betty, "Ik ken een persoon die door haar vader seksueel is misbruikt. "Dat blijft je achtervolgen. Dat geeft je dipjes, je voelt je daar emotioneler en zwakker door, herinneringen komen en voor je het weet zit je weer in een put." 

Jongeren die psychische klachten hebben zouden meer op zichzelf zijn, en minder sociale vaardigheden hebben, komt uit het rapport. "Hangt ervan af" zegt Betty. "Sommigen delen dat met vrienden, maar anderen zijn bang dat ze aanzien worden als iemand die aandacht wil trekken.  Ouders die je steunen kunnen van groot belang zijn. Ouders willen zeker niet dat hun kind gepest wordt, bijvoorbeeld. Maar met het CLB gaan praten is zeker een goed idee, die bellen dan de ouders van de pester op en proberen te achterhalen waar dat pesten vandaan komt."

Soms wordt over je problemen praten beschouwd als 'aandacht vragen'. 

"Als kind heb je een beeld van je ouders. Dat verandert. Sommige mensen gaan dan meer met vrienden praten. Anderen meer met ouders. Ik ga meer met mijn vrienden praten, met een paar leerkrachten die ik vertrouw, en met mijn grote familie. Niet met mijn ouders. Daar praat ik niet meer mee."

Donkere gedachten komen meer voor bij de 'oudere' leeftijdsgroepen, zegt het rapport. "Ik kan alleen maar voor mezelf spreken. Ik heb leren denken: ik ga nog kinderen krijgen, oma worden,  in een mooi huisje wonen, ik heb een visie waardoor die zwarte gedachten veranderen. Maar pesters moeten gestraft worden. Die weten niet wat ze doen met mensen. En er moet meer over gepraat worden. Mensen met problemen moeten gaan praten met leerlingbegeleiders. Ook al is het heel moeilijk om je boekje open te doen tegenover een vreemde, het moet. Het zal je hart luchten. Dat zeker. "

Wie met vragen zit rond zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website www.zelfmoord1813.be.