Video player inladen...

Kan je angst, depressie en andere psychische problemen behandelen met een app? Onze reporter probeerde het zelf 

Gebruiken we binnenkort smartphone-apps om psychische problemen op te sporen en te behandelen? Naar aanleiding van de tiendaagse van de geestelijke gezondheid onderzoekt VRT NWS drie dagen lang de digitale toekomst van de geestelijke gezondheidszorg.  Onze reporter test zélf enkele nieuwe technologieën. Vandaag: apps om angsten te behandelen en als hulpmiddel bij psychotherapie. "Van de meeste apps is de werking absoluut niet bewezen, maar er zijn ook goede apps bij."

Het klinkt als toekomstmuziek, maar het is dichterbij dan je zou denken: psychiaters en therapeuten die smartphone-apps voorschrijven als onderdeel van een behandeling. Er zijn vandaag al apps die helpen om diagnoses te stellen, apps om angsten aan te pakken, zelfs apps die online therapie aanbieden. Te veel om op te noemen.

Onderzoekers telden dit jaar maar liefst 1.435 "mental health apps", "apps voor de geestelijke gezondheid". 

Een paar jaar geleden volgde ik zelf een paar maanden therapie, maar dat was zonder apps, op de ouderwetse manier. En dus ben ik wel benieuwd. Kan je écht mentale problemen aanpakken met een app? En áls het kan, wat zijn dan de valkuilen? 

Dokter App weet of je depressief bent

Mijn zoektocht begint in de App Store. Ik zoek op "depressie" en "test" en ontdek een lange lijst van apps die onderzoeken of je depressief bent. Of die tenminste bewéren dat ze dat onderzoeken. Want ik ben toch wat achterdochtig. Kan een gratis app écht een uitgebreid psychiatrisch interview vervangen? Het lijkt te mooi om waar te zijn.

Ik download Depression Test, een app die gebruik maakt van de PHQ-9, een vragenlijst die ook gebruikt wordt in de psychiatrie en bij wetenschappelijk onderzoek.

Depression Test onderzoekt of je depressief bent door middel van een vragenlijst.

De app laat mij negen eenvoudige vragen beantwoorden. Of ik mij de voorbije weken soms moedeloos voelde? Ik twijfel tussen "een paar dagen" en "helemaal niet",  maar kies dan toch de laatste optie. Of ik soms moeilijk in slaap val of te weinig slaap? Tja, dat gebeurt helaas regelmatig. Ik klik op "een paar dagen". 

Zo gaat het nog even door, met vragen over vermoeidheid, eetlust en concentratieproblemen. Meteen daarna volgt mijn score: 4 op 27. Het is volgens de app "onwaarschijnlijk" dat ik op dit moment depressief ben.

Het is volgens de app "onwaarschijnlijk" dat ik depressief ben

Of die Depression Test betrouwbaar is? Ik vraag het aan psychiater en KU Leuven-professor Stephan Claes.

Tom Van Daele onderzoekt de zin en de onzin van apps voor de geestelijke gezondheid.

"Een app kan nooit een diagnose vervangen", zegt Claes. "Daarvoor is een grondig gesprek absoluut noodzakelijk. Apps kunnen wel een goede aanwijzing geven. Als je hoog scoort op die depressie-test, dan kan de app je bijvoorbeeld doorverwijzen naar je huisarts. Die kan dan bijkomende vragen stellen en onderzoeken of je wel écht depressief bent."

Veel kaf, weinig koren

Ik ga in de App Store op zoek naar andere apps voor de mentale gezondheid. Het is alsof plots een therapeutische tsunami over mij spoelt. Er zijn apps voor mensen met ADHD, eetstoornissen, angststoornissen en een heleboel andere mentale problemen. Het aanbod lijkt eindeloos.

Veel aanbod betekent veel keuze, maar welke app kies je dan? En hoe weet je of die app wel deugt? Het lijkt onbegonnen werk, en eerlijk: ik heb geen flauw idee hoe ik eraan moet beginnen. Ik maak daarom eerst een afspraak met Tom Van Daele, onderzoeker aan de Thomas More Hogeschool. Hij doet al jaren onderzoek naar de kracht en de beperkingen van apps voor de geestelijke gezondheid. We ontmoeten elkaar in Bar Marie, aan het station van Mechelen.

Van Daele geeft toe dat het niet eenvoudig is. "Het is inderdaad ontzettend moeilijk om een goede van een slechte app te onderscheiden. Zelfs voor mij blijft het moeilijk. Bij een medicijn weet je tenminste wat erin zit, aan welke dosis en wat de neveneffecten zijn. Bij een app is dat allemaal niét het geval."

De overgrote meerderheid van de apps voor de mentale gezondheid zijn van bedenkelijke kwaliteit. Dat bleek uit onderzoek dat eerder dit jaar verscheen in het prestigieuze tijdschrift Nature, met een veelzeggende titel: "Using science to sell apps", "Het gebruik van wetenschap om apps te verkopen".

Volgens een recente studie doen veel apps grote beweringen, maar zijn die beweringen zelden bewezen.

De conclusie van het onderzoek: veel apps beweren wel effectief te zijn, maar die beweringen zijn vaak niet wetenschappelijk onderbouwd. Slechts bij een kleine minderheid van de apps werd onderzocht of ze écht werken of niet. Veel marketing, weinig wetenschap.

De overgrote meerderheid van de mental health apps zijn van bedenkelijke kwaliteit

"Van de meeste apps is inderdaad niét bewezen dat ze effectief zijn", bevestigt Van Daele. "Toch betekent dat niet dat het allemaal rommel is. Er zijn wel degelijk goede apps bij. Het probleem is alleen dat je die apps moet vinden."

Maar dat blijkt helaas makkelijker gezegd dan gedaan…

Drie regels om goede van minder goede apps te onderscheiden

Er zijn volgens Van Daele twee opties.

"De eerste optie ligt voor de hand. Je zou een lijst kunnen maken met apps waarvan de werking aangetoond is. Dat lijkt een goed idee, maar het is niet gemakkelijk. Er komen voortdurend nieuwe apps bij en ook bestaande apps veranderen voortdurend. Een lijst met "goede" apps zou altijd meteen weer achterhaald zijn."

Als gebruiker kan je zelf een goede van een minder goede app leren onderscheiden

Er is ook een tweede optie. Als gebruiker kan je zélf leren hoe je een goede van een minder goede app kan onderscheiden. "Dat is niet eenvoudig", geeft Van Daele toe. "Je kan het wel leren. Met enkele eenvoudige stappen kom je al een heel eind. Gebruikers kunnen dus zelf leren inschatten of een app wel betrouwbaar is."

m-Path, een gratis app voor de geestelijke gezondheid, ontwikkeld aan de KU Leuven

Van Daele heeft drie concrete tips, die kunnen helpen om het digitale kaf van het digitale koren te scheiden:

  1. "Kijk wie de app aanbiedt. Overheden en onderzoeksinstellingen zijn meestal betrouwbaarder dan bedrijven. Met een gratis app van een bedrijf moet je altijd voorzichtig zijn. Dan zit er vaak een addertje onder het gras. De app is gratis, maar misschien betaal je, zonder het zelf te beseffen, met je persoonlijke gegevens."
  2. "Kijk of de app ooit getest werd in een wetenschappelijke studie. Als dat zo is, dan zal het zeker vermeld worden. Je kan dan de studie in kwestie raadplegen."
  3. "Wees extra voorzichtig met de persoonlijke data die je ingeeft. Doe dat alleen als je heel zeker bent dat de aanbieder van de app betrouwbaar is. Als je twijfelt, doe je het beter niét."

Een app om angsten aan te pakken

Ik zoek in de App Store naar mental health apps die beantwoorden aan de drie richtlijnen van Van Daele. Na een half uurtje zoeken vind ik een fascinerende app die ontwikkeld werd om angst voor dieren te behandelen: Phobos AR.  

De app maakt gebruik van augmented reality, kortweg AR. Je kijkt daarbij naar het scherm van je smartphone, die ondertussen je omgeving filmt en extra elementen toevoegt aan het beeld. In dit geval: het dier waar je bang van bent. Je kan dus een virtueel dier in je omgeving plaatsen en dat bekijken.

Phobos AR gebruikt principes uit de "exposuretherapie", een effectieve methode om angsten voor dieren te behandelen. Dat doe je door jezelf heel geleidelijk bloot te stellen aan het dier waar je bang van bent. Je angst neemt geleidelijk af, tot je van je fobie verlost bent.

De angst neemt geleidelijk af, tot je van je fobie verlost bent

Phobos AR voegt een extra stap toe aan dat proces. Een virtueel dier is altijd minder beangstigend dan een écht exemplaar. Je kan de app dus gebruiken om jezelf bloot te stellen aan je angsten, maar dan op een veilige manier.

Bekijk hier hoe onze reporter en zijn collega's de app zelf uitproberen:
(lees verder onder de video)

Video player inladen...

Virtuele slangen, honden en spinnen

Ik download Phobos AR om het zelf te proberen.

Op het beginscherm kan ik kiezen tussen zeven verschillende dieren, van kakkerlakken en spinnen tot honden en slangen. Ik kies voor honden en kan vervolgens kiezen uit vier hondenrassen: een Duitse scheper, een dalmatiër, een schaapshond en een dobermann. 

Ik kies voor de dobermann. Een logische keuze, want als kind werd ik ooit aangevallen door twee dobermanns tijdens een wandeling in het bos. 

Dan moet ik met mijn smartphone mijn omgeving scannen. De app moet de omgeving "leren kennen" voor er een dier in geprojecteerd kan worden.

Ik zie hoe plots een grote dobbermann op mijn bureau verschijnt

En dan gebeurt het. Plots zie ik door het schermpje van mijn smartphone hoe een grote dobermann op mijn bureau verschijnt. Hij ziet er levensecht uit en kan zelfs blaffen. Ik kan er met mijn hand naartoe gaan en zie door het scherm van mijn iPhone hoe ik -voor het eerst in mijn leven- een dobermann aai. Een heel vreemd gevoel is dat.

Phobos AR is een app om angst voor dieren te behandelen.

Het klinkt waarschijnlijk gek, maar toch: ik merk hoe mijn hart sneller begint te kloppen. Ook mijn handen voelen plots klam. En dat dus allemaal door een virtuele hond, die er eigenlijk vrij onschuldig uitziet. En die dus niet écht bestaat.

Of je écht angst voor dieren kan aanpakken met een app aps Phobos AR?Tom Van Daele waarschuwt voor overdreven enthousiasme.

"De app is zeker leuk om eens de angst voor een virtueel dier te ervaren. Het is echter geen manier om jezelf te behandelen. Daarvoor moet je absoluut naar een therapeut gaan. Dat geldt trouwens voor de meeste apps voor de geestelijke gezondheid. Zelfs àls ze werken, gebruik je ze beter niet op eigen houtje. Je doet dat beter in overleg met een hulpverlener."

Een app die informatie verzamelt over je leven

Apps zijn dus beter als je ze gebruikt in overleg met een hulpverlener. Dan kunnen ze écht een meerwaarde betekenen, ook in de psychiatrie.

Ik spreek af met professor Inez Germeys, verbonden aan het Centrum voor Contextuele Psychiatrie van de KU Leuven. Zij is in Vlaanderen één van de pioniers als het gaat om apps voor de mentale gezondheid. 

Contextuele psychiatrie bekijkt psychologische problemen vanuit de wisselwerking tussen een persoon en zijn of haar omgeving. Zo kan je bijvoorbeeld onderzoeken of iemand meer piekert op het werk of thuis. Of hoe iemands stemming schommelt van moment tot moment, vaak onder invloed van omgevingsfactoren. 

"We gebruiken bij ons onderzoek vaak smartphones", zegt Germeys. "Op die smartphones staat een speciale app. Die geeft 6 tot 10 keer per dag een signaal, zonder dat je op voorhand weet wanneer. Je moet dan vragen invullen over je situatie net vóór je het signaal kreeg. Was je aan het piekeren? Was je tevreden of eerder somber? Ben je alleen of in gezelschap? Enzovoort."

Je moet een aantal vragen invullen over je situatie net vòòr je het signaal kreeg

mobileQ, een gratis app voor wetenschappelijk onderzoek, ontwikkeld aan de KU Leuven

Zo wordt veel belangrijke informatie verzameld over het leven van een patiënt. En die extra informatie kan dan weer bruikbaar zijn in therapie.

"Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die soms hallucinaties heeft. Met deze methode kan je ontdekken wanneer die hallucinaties zich vaker voordoen. Je kan dus op zoek gaan naar patronen. Dat is met een klassiek psychiatrisch interview veel moeilijker."

Hoe gelukkig ben je nu? En nu? En nu?

Ik vraag of ik de app een paar dagen mag gebruiken om informatie over mijn eigen leven te verzamelen. Dat mag. Ik krijg een smartphone mee naar huis, die negen keer per dag zal biepen. Ik moet dan telkens dertig vragen beantwoorden over mijn gedachten en gevoelens. Nadien zal ik samen met professor Germeys mijn gegevens bekijken. 

Het invullen van de vragenlijst valt gelukkig mee. Het duurt één à twee minuten en de vragen zijn eenvoudig. Ben ik alleen of in gezelschap? Wat ben ik aan het doen? Hoe voel ik mij? En ga zo maar door.

Ik weet op voorhand niet wanneer de telefoon zal biepen. Dat gebeurt op willekeurige momenten doorheen de dag. Die onvoorspelbaarheid zorgt soms voor vervelende situaties. Ik krijg één keer een biep terwijl ik een winkel uitleg krijg over draadloze stofzuigers. Een paar keer biept het toestel terwijl ik in de auto ben. Wat doe je dan: het signaal negeren of snel even parkeren om dertig vragen te beantwoorden?

Je weet niet op voorhand wanneer de telefoon zal biepen

Twee keer negeer ik de smartphone. Eén keer terwijl ik in het bos aan aan het lopen ben. Ik heb geen zin om mijn wekelijkse zondagsloop halfweg te onderbreken, om dertig vragen te beantwoorden. Op die manier gaat wel een moment met positieve scores verloren. Als ik tijden het lopen de vragen had ingevuld, dan had ik zeker een 7 op 7 voor tevredenheid ingegeven.

Ik laat de smartphone ook een paar uur achter in mijn rugzak terwijl ik ga muurklimmen. Op tien meter hoogte, bungelend aan een touw, kan je moeilijk vragen beantwoorden. Als ik het tòch had gedaan, dan had ik zeker 7 op 7 gescoord voor angst. 

Waarom ik dat allemaal vermeld? Omdat het toont hoe moeilijk het is om iemands leven gedetailleerd in kaart te brengen. Menselijke levens zijn complex en laten zich niet zomaar "vangen", ook niet door een app. En dus vraag ik mij af hoe waardevol al die informatie is.

Bekijken van de resultaten, nog schrijven

Professor Inez Germeys onderzoekt of apps een rol kunnen spelen in de psychiatrie.

Na vijf dagen spreek ik opnieuw af met professor Germeys. We bekijken samen de data die ik heb verzameld op een groot computerscherm. 

"Op sommige vlakken scoor je vrij gemiddeld", zegt Germeys. "Zo ervaar je minder positieve emoties tijdens het huishouden dan tijdens je vrije tijd of tijdens het werk. Dat is bij de meeste mensen het geval. Ook als je onderweg bent, ervaar je minder positieve gevoelens."

Oké, denk ik, heb je daar zo'n app voor nodig? Ik had die inzichten ook zelf kunnen bedenken, zònder al die vervelende biepjes.

Maar ik oordeel te vroeg. Er zijn wel degelijk enkele verrassende inzichten. Dingen die ik niét had verwacht. En die écht een verschil kunnen maken.

Er zijn wel degelijk enkele verrassende inzichten

Zo ervaar ik blijkbaar veel meer positieve emoties tijdens de eerste helft van de dag, van bij het opstaan tot de vroege namidag.

"Na de middag zien we altijd een grote dip, in de periode van 16u tot 19u. Je voelt je dan duidelijk veel minder goed en je bent ook meer gestresseerd. Het valt ook op dat je weer meer positieve gevoelens ervaart naarmate de avond vordert. Er is dus een diepe dip en nadien weer een stijgende lijn. We zien dat wel vaker, maar bij jou is het patroon bijzonder uitgesproken."

In het begin van de dag is de stemming positief, maar tussen 16u en 19u is er een sterke dip, met minder positieve gevoelens.

Er is nog een verrassing. Ik rapporteer veel meer positieve gevoelens tijdens actieve vrijetijdsbesteding, bijvoorbeeld wandelen of lopen, dan bij passieve vormen van vrijetijdsbesteding als televisie kijken.

"Het verschil is bij jou heel groot", zegt Germeys. "Dat zien we wel vaker. Mensen beseffen niet altijd hoe groot het verschil is, tot ze het zelf ontdekken dankzij onze app. Dat inzicht helpt dan weer om dingen te gaan veranderen in je leven."

En inderdaad: het is informatie waarmee ik meteen zélf aan de slag kan. Ik neem me voor elke middag rond 16u een lange wandeling te maken. Dat zijn twee vliegen in één klap: meer actieve vrijetijdsbesteding én een uitstekende manier om mijn avonddip wat te verzachten. Zonder al die metingen was ik nooit tot dat eenvoudige inzicht gekomen.

Een wandeling in de late namiddag zorgt voor meer positieve gevoelens.

Spectaculair is niet altijd beter

Ik vraag aan professor Germeys waar het met al die apps naartoe gaat. Onlangs nog verkondigde een Amerikaanse professor dat we binnenkort depressies kunnen opsporen met de informatie die onze telefoon verzamelt. Wetenschappers noemen dit "digital phenotyping".

Germeys is niet overtuigd. "Het klinkt natuurlijk spectaculair, maar ik denk niet dat dit de juiste richting is. Het maakt van de patiënt een passieve ontvanger, die van een algoritme te horen krijgt wat er aan de hand is."

Het klinkt spectaculair, maar het is niet de juiste richting

We moeten het volgens Germeys in een heel andere richting zoeken. Apps kunnen ook helpen om de patiënt actiever te betrekken bij het therapeutisch proces.

"Als iemand zélf informatie verzamelt over zijn dagelijks leven, dan kan hij die data op tafel leggen tijdens een gesprek met de therapeut. Zo kan je samen met de behandelaar beslissingen nemen, op basis van je eigen data. Je wordt op die manier niet in een passieve rol geduwd."

Je kan apps ook gebruiken om het succes van psychotherapie te meten. "Je kan bijvoorbeeld meten voor de start van een therapie en dan opnieuw na enkele sessies. Op die manier krijg je een veel rijker beeld van het leven van de patiënt. En die informatie kan dan weer helpen om de therapie bij te sturen, als dat nodig is."

Zijn apps nu wél of niét de toekomst?

Of ik een app zou downloaden als ik in de toekomst ooit depressief word? Dat hangt ervan af.

Apps zullen zeker nooit de plaats van de therapeut innemen. Ik denk nog altijd met warmte terug aan de therapie die ik een paar jaar geleden volgde bij een "echte" therapeut. De blikken, die vaak meer zeggen dan woorden. Het gevoel dat tegenover jou een mens van vlees en bloed zit, die je niet veroordeelt. Iemand die op het juiste moment de juiste vragen stelt. Dat zijn allemaal dingen die een app niet zomaar kan vervangen.

Met een app kan je geen persoonlijke band opbouwen

Uit onderzoek blijkt trouwens dat de band met de therapeut een belangrijke rol speelt in het therapeutisch proces. En met een app kan je geen persoonlijke band opbouwen.

Onder begeleiding van een therapeut zou ik een app wél overwegen, gewoon als extra hulpmiddel. Het kan een waardevolle brug zijn tussen het dagelijks leven en het uurtje met de therapeut. 

Of ik die app zélf zou kiezen? Nee, die keuze laat ik toch liever aan de therapeut. Dat is veel gemakkelijker. En de kwaliteit is dan tenminste verzekerd.

Wie met vragen zit over psychische problemen, kan (gratis en anoniem) terecht bij Tele-onthaal, via het nummer 106 of via een chat op www.tele-onthaal.be.