Voorbeelden van babyflesjes uit de Late Bronstijd uit Vössendorf in Oostenrijk. Enver-Hirsch © Wien Museum

Prehistorische kindjes kregen 5.000 jaar geleden al dierlijke melk uit babyflesjes

Onderzoekers hebben voor het eerst bewijs gevonden dat prehistorische baby's dierlijke melk kregen uit het equivalent van moderne babyflesjes. Het gaat om kleine aardewerken flesjes met een zeer smalle tuit, die soms de vorm hadden van denkbeeldige dieren, met poten en een kop die dienst deed als drinktuit. 

Aardewerken drinkflesjes die mogelijk gebruikt werden om zuigelingen melk te geven, verschijnen voor het eerst in Europa in het Neolithicum of de jonge steentijd, rond 5.000 v.C., en in de Brons- en de IJzertijd komen ze meer en meer voor. 

De kruikjes zijn meestal klein genoeg om in de handen van een baby te passen en ze hebben een tuit waardoor vloeistof kon gezogen worden. Soms hebben ze de vorm van schattige mythische dieren, met pootjes en een kop, al dan niet met hoorns. 

Archeologen hebben eerder al gesuggereerd dat ze gebruikt werden om zuigelingen te voeden, maar bij gebrek aan direct bewijs over wat er in gezeten kan hebben en waarvoor ze gebruikt werden, werd er ook gesteld dat ze misschien dienden om zieke of bejaarde mensen te voeden.

Een kind drinkt uit een replica van een prehistorisch babyflesje. Helena Seidl da Fonseca

Chemische en isotopische analyse

Onderzoekers onder leiding van de University of Bristol wilden onderzoeken of dit inderdaad babyflesjes waren, en ze kozen drie exemplaren uit erg zeldzame kindgraven in Beieren voor hun studie. De drie flesjes waren klein - met een diameter tussen 5 en 10 cm -,  ze hadden een heel smalle tuit en twee van de drie waren nog heel.

Normaal gezien zouden de onderzoekers gebroken potten vermalen hebben om een analyse van de organische overblijfselen (organic residue analysis) uit te voeren, "maar dat konden we onmogelijk doen met deze kleine waardevolle flesjes", schrijft doctor Julie Dunne in The Conversation. Dunne is de belangrijkste auteur van de studie over de flesjes en ze werkt aan de School of Chemistry van de University of Bristol. 

De onderzoekers namen dus hun toevlucht tot heel voorzichtig boren in de flesjes om voldoende poeder van het aardewerk te verkrijgen om dat te onderwerpen aan een chemische en isotopische analyse. Ze behandelden het poeder met een chemische techniek die er moleculen uithaalt die lipiden genoemd worden. Die lipiden komen van natuurlijke vetten, oliën en was uit de natuur, en normaal gezien worden ze geabsorbeerd in het materiaal van de prehistorische potten tijdens het koken, of, in dit geval, tijdens het warmmaken van de melk, aldus Dunne. 

Gelukkig kunnen deze lipiden duizenden jaren lang overleven en uit het onderzoek bleek dat de flesjes melk hebben bevat van herkauwers, van gedomesticeerde koeien, schapen of geiten. 

Katharina Rebay-Salisbury.
Babyflesjes uit de Late Bronstijd (tussen 1200 en 800 v.C.) uit Wenen, Oberleis, Vösendorf en Franzhausen-Kokoron in Oostenrijk (van links naar rechts en van boven naar beneden). Katharina Rebay-Salisbury.

Eerste generaties

De aanwezigheid van de drie, duidelijk gespecialiseerde kruikjes in de graven van kinderen, in combinatie met het chemische bewijs, bevestigt dat ze gebruikt werden om dierlijke melk te geven aan baby's, ofwel in plaats van moedermelk ofwel als bijkomende voeding tijdens het spenen. 

Voor deze studie was het enige bewijs voor het spenen van kinderen afkomstig van de isotopische analyse van de skeletten van kinderen. Daaruit bleek dat de zuigelingen aanvullende voeding kregen vanaf zes maanden en dat ze volledig gespeend werden - dus geen borstvoeding meer kregen - tussen twee en drie jaar. Maar die analyse zei niets over wat ze aten of dronken, en dus geeft deze studie belangrijke bijkomende informatie over de gebruiken in verband met borstvoeding en het spenen in de prehistorie, en over de gezondheid van moeders en kinderen, zo zeggen de onderzoekers. 

"Deze hele kleine, ontroerende flesjes geven ons waardevolle informatie over hoe baby's gevoed werden, en wat ze te eten kregen, duizenden jaren geleden, en ze bieden ons een echte connectie met moeders en zuigelingen uit het verleden", zei doctor Dunne in een persmededeling van de University of Bristol. 

En Dunne noemt de flesjes ook nog interessant om een andere reden. Melk van dieren werd pas beschikbaar voor mensen toen ze hun levensstijl gingen veranderen en zich vestigden in landbouwersgemeenschappen. Mensen gingen toen immers ook koeien, schapen, geiten en varkens domesticeren. De oude babyflesjes vormen een connectie met de eerste generaties van kinderen die opgroeiden tijdens de overgang van groepen jagers-verzamelaars naar sedentaire gemeenschappen met landbouw als basis. 

Ook de oude Grieken en de Romeinen gebruikten soortgelijke flesjes, en ze komen ook voor - zij het zelden - in andere prehistorische culturen. Dunne zou graag een ruimere studie uitvoeren en onderzoeken of die voor hetzelfde gebruikt werden. 

"Baby's grootbrengen in de prehistorie was geen eenvoudige taak", zei doctor Katharina Rebay-Salisbury. "Wij zijn geïnteresseerd in het onderzoeken van de gebruiken in verband met het moederschap, die verstrekkende gevolgen hadden voor het overleven van de baby's. Het is fascinerend om voor de eerste keer te kunnen zien welk voedsel er in deze flesjes gezeten heeft." Rebay-Salisbury is een partner van het project en ze werkt voor het Institut für Orientalische un Europäische Archäologie van de Österreichische Akademie der Wissenschaften. 

De studie van Dunne en haar Oostenrijkse en Duitse collega's is gepubliceerd in Nature. Dit artikel is gebaseerd op een persmededeling van de University of Bristol en een tekst van Julie Dunne in The Conversation

Katharina Rebay-Salisbury.
Babyflesjes uit de Late Bronstijd en de vroege IJzertijd uit Znojmo (Tsjechië), Harting (Duitsland), Franzhausen-Kokoron (Oostenrijk), Batina (Kroatië) en Statzendorf (Oostenrijk), van links naar rechts en boven naar beneden. Katharina Rebay-Salisbury.