© Getty Images

Alleen nog genderneutraal speelgoed in Frankrijk: “Een goede zaak”, zegt onderwijsdeskundige Els Consuegra

Poppen voor meisjes en auto's voor jongens, Frankrijk maakt er komaf mee. Het speelgoed wordt er "genderneutraal". Speelgoedwinkels, reclamefolders... mogen geen opdeling meer maken tussen jongens- en meisjesspeelgoed. Els Consuegra, onderwijskundige aan de VUB, vindt het alvast een goed idee. "Het is niet slecht om vanuit de overheid een kleine zet te geven", zegt ze in "Nieuwe feiten".

De Sint is in aantocht. Binnenkort wordt er weer massaal reclame gemaakt voor speelgoed, maar vaak met een heel stereotype voorstelling, ingedeeld naar geslacht:  poppen of keukentjes voor meisjes, auto’s of lego voor jongens. Niet meer in Frankrijk, want daar is speelgoed voortaan "genderneutraal".  

De Franse overheid heeft samen met producenten en winkels van speelgoed een charter opgesteld om de strijd aan te gaan tegen die stereotypen en vooroordelen. Er mag geen opdeling meer gemaakt worden tussen jongens- en meisjesspeelgoed én het winkelpersoneel mag niet meer aan de klant vragen of het voor een jongen of  een meisje is. Ook Nederland zet het issue op de agenda.

“Een goede zaak”, zegt Els Consuegra, onderwijskundige aan de VUB, in het Radio 1-programma Nieuwe Feiten. “Er zijn al lang signalen in die richting, maar er zijn nog maar weinig speelgoedwinkels en fabrikanten die zijn afgestapt van die sterkte genderstereotype markt.” Consuegra vindt het niet slecht “om vanuit de overheid een kleine zet te geven.”

Volgens Consuegra krijgen kleine jongens en meisjes via reclame nog te veel een beeld opgedrongen van "stoer speelgoed" voor jongens en "zorgend speelgoed" voor meisjes. “Meisjes worden ook minder verleid om fysiek actief te zijn, leidende rollen op te nemen of met wetenschap en wiskunde bezig te zijn. Voor jongens is speelgoed vaak minder talig en zet het minder in op fijne motoriek.”

Op latere leeftijd speelt "socialisatie" een grote rol

Els Consuegra, onderwijskundige VUB

Meisjes en barbies, jongens en auto’s. Maar hoe aangeboren is die barbie- of autodrang? Is dit niet genetisch bepaald?

“Wetenschappelijk is het wat moeilijk uit elkaar te halen”, zegt Els Consuegra. Ze erkent dat de voorkeursverschillen bij baby’s van 9 à 10 maanden deels te maken hebben met hormonale verschillen die al vóór de geboorte aanwezig zijn, maar op latere leeftijd speelt "socialisatie" een grote rol. “Kinderen hebben via hun ouders, hun verzorgers en de media aangeleerd welke gedragingen er gepast zijn voor jongens en voor meisjes”, verduidelijkt ze.

Consuegra waarschuwt ook nog voor de druk die kinderen kunnen voelen vanuit hun omgeving om zich stereotiep "jongens-" of "meisjesachtig" te gedragen. ”Onderzoek in scholen waar een cultuur heerst om genderstereotiepgedrag te vertonen toont aan dat kinderen zich er minder goed in hun vel kunnen voelen en dat het een impact kan hebben op hun studeren.”