Don Carlos - Opera Vlaanderen Annemie Augustijns

Opera is hipper dan ooit, ook bij jongeren. Hoe komt dat?

Opera wordt onderschat. Veel media beschouwen het genre als een belegen en achterhaalde niche, maar ze lopen achter de feiten aan. Want deze vierhonderd jaar oude kunstvorm is integendeel springlevend. En met de voorstellingen die we in Vlaanderen maken staan we dan nog eens aan de wereldtop. De bezoekersaantallen blijven stijgen, commerciële bioscoopketens vullen volle zalen met operafans. En opvallend: steeds meer jongeren vinden de weg naar de opera. Hoe komt dat? 

Het nieuwe operaseizoen heeft in Vlaanderen een klinkende start genomen. “Macbeth underworld”, een gloednieuw stuk van Pascal Dusapin in de Munt haalt lovende kritieken. Opera Vlaanderen opent dan weer met een verfrissende kijk op het monumentale “Don Carlos” van Giuseppe Verdi. Opera een belegen, achterhaalde kunstvorm? Dan heb je de laatste jaren geslapen. Sinds de wervelende doortocht van wijlen Gerard Mortier is deze vorm van muziektheater in Vlaanderen en Europa in topvorm.

Is opera dan geen niche in de muziek? Jawel. Maar niet meer dan pakweg techno. De Munt verkocht vorig jaar 130.000 tickets (bezettingsgraad 94%), als je streaming erbij telt kom je uit bij 250.000 bezoekers. Opera Vlaanderen: nog eens 70.000 tickets.

En tiens, hoe zou het komen dat een commercieel bedrijf als Kinepolis brood ziet in die saaie opera? Ze streamen jaarlijks elf opera’s live vanuit New York, daarvoor reserveren ze telkens in tien(!) steden een zaal. In Brussel en Antwerpen soms twee (bij de operahits - ja, die heb je ook. Dus vólle zalen operafans). 

Een week later vullen ze telkens nog eens een aantal zalen met de opname van die lives. En ze zijn niet alleen. Ook de cinema’s van de UGC-groep streamen opera’s en vinden dat dus commercieel interessant. Als je dat allemaal optelt, dan kom je aan bezoekersaantallen die de vergelijking met de Rock Werchters en Tomorrowlanden van deze wereld zonder blozen kunnen doorstaan. 

Macbeth underworld in De Munt. De Munt

Oud? Elitair? Duur?

Ja maar, dat is een hobby van oude mensen, hoor je dan. Hmm. Ten eerste klopt dat beeld dus al lang niet meer met de realiteit. De gemiddelde leeftijd van operabezoekers daalde voor Opera Vlaanderen de laatste tien jaar van 53 naar 46 jaar. En vooral de groei van het aantal jongere operafans springt in het oog. De laatste tien jaar is hun aandeel verdrievoudigd: van 7 tot 21 procent. 

Opera elitair? Dan ben je de laatste tien jaar niet meer gaan kijken. Jazeker, de chique opgeklede oudere dames met een paarse kleurspoeling door het haar zijn er nog steeds. Maar daarnaast zie je jongeren in jeans, of gewone, casual geklede stellen uit de middenleeftijd. 

Opera duur? Dankzij subsidiëring van de overheid en mecenaat kost een mid-range ticket nauwelijks meer dan een vergelijkbare plaats in een voetbaltribune. Daarnaast zijn er sociale programma’s zoals in de Munt: zitjes zijn dan gratis of gaan weg voor een spotprijs. De zaal raakt dan moeiteloos gevuld: dat gaat van scholieren of mensen met een uitkering tot nieuwsgierige nieuwe Belgen die andere culturen willen ontdekken. En als je kijkt via streaming op je computer, is het gratis.

Opera in de cinema is helemaal betaalbaar. En daar zit je met je neus op de actie, met veel close-ups in televisiestijl, en met comfortabele ondertiteling. Gerard Mortier was ertegen, omdat je de natuurlijke klank van de stemmen en de muziek niet hoort in de cinema.

Ik denk dat hij vooral beducht was voor de concurrentie van de goedkope tickets en de minder vooruitstrevende ensceneringen (de Amerikaanse opera is wat conservatiever, want afhankelijk van privé-sponsors, en moet dus mikken op een breed publiek dat niet altijd openstaat voor experimenten). Maar ik denk dat het tegendeel waar is: via de goedkope cinemavoorstellingen krijgen meer en meer mensen zin om ook eens naar de échte opera in hun buurt te gaan. 

Don Carlos - Opera Vlaanderen. Annemie Augustijns

Vlaanderen is wereldtop

En dan staan we hier in Vlaanderen nog eens internationaal aan de top, we kapen geregeld mooie onderscheidingen weg. In april dit jaar won Opera Vlaanderen de International Opera Award voor Best Opera Company of the Year. De concurrenten waren niet de minsten: Opéra National de Paris, Theater an der Wien, Houston Grand Opera, Deutsche Oper am Rhein en Gothenburg Opera. Ik zeg het nog eens: we hebben hier dus wel de beste opera van de wereld. 

Oké, opera is niet evident. Als theatergenre is het al honderden jaren oud. Je moet er dus even inkomen. Het gaat vaak traag. Wij zijn gewoon aan een snelle beeldtaal, met veel wissels en flitsende plotwendingen. In de opera duurt doodgaan twintig minuten. Hoewel, in “Games of Thrones” duurt het dan misschien niet zo lang, maar de sterfscène van Koning Joffrey zou niet misstaan op een operapodium. Maar toegegeven, in de opera sterf je ook nog eens al zingend. En dan nog op klassieke muziek.

Gezongen emotie

Maar dat is het nu net. Die muziek, die gezongen emotie. Tot u spreekt een late bekeerling. Vijftien jaar geleden reed ik door Engeland, en ik hoorde mezzosopraan Cecilia Bartoli op de autoradio. Ik weet niet wat er gebeurde, maar ik moest de auto even aan de kant zetten om te bekomen. Wat er ook gebeurde, het ging recht naar mijn hart. Even later vertelde Thomas Vanderveken op de radio enthousiast over “Mitridate, re di Ponto”, een opera van de jonge Mozart. Ik dacht: ik ga eens kijken. En ik was verkocht.

Don Carlos - Opera Vlaanderen. Annemie Augustijns

Muziek kan je stemming op slag beïnvloeden, dat hoef ik u niet uit te leggen. Je kan er vrolijk van worden, plots weer energie krijgen, of je verdriet herkennen en er troost in vinden. Maar bij opera gaat het dan ongegeneerd over de grote gevoelens, en over tijdloze onderwerpen die iedereen begrijpt en herkent. 

Heb je als zoon wel eens gehunkerd naar de waardering van je vader (Mitridate, re di Ponto)? Heb je wel eens een blauwtje gelopen, omdat je lief voor een rijkere patser koos (L’Elisir d’Amore)? Of ben je weleens naïef verliefd geweest, terwijl iedereen rondom doorhad dat je aan het lijntje gehouden werd (Madama Butterfly)? 

Jezelf al eens moed ingezongen als je de volgende ochtend een wedstrijd moét winnen ("Nessun Dorma" uit “Turandot”, bigger than life als het door Luciano Pavarotti gezongen wordt)? Zou je naar bed gaan met een machthebber als die je geliefde uit de gevangenis kan vrijlaten (Tosca)? Wel eens gruwelijk jaloers geweest (Otello, Pagliacci)? Je zou het niet denken, maar “Così fan tutte” van Mozart is gewoon “Temptation Island” avant la lettre. (De titel betekent: "Zo doen alle vrouwen")

Gezongen onrust

Anders dan bij de lichtere genres als musical en operette graaft opera dieper. Behalve over liefde gaat het ook over wraak, gekrenkte eer, schijnheiligheid en machtswellust. En dat zijn thema’s van alle tijden. Oude verhalen over maatschappelijke problemen en politieke spelletjes zijn herkenbaar en je kan ze probleemloos overplaatsen naar onze tijd. 

Neem “Don Carlos”. Of neem “Macbeth underworld”, dat gaat over heersers die in hun machtswellust zo ver gaan dat ze wetten gewoon naast zich neerleggen. Alles moet wijken om hun doel te bereiken. De vergelijking met wat er vandaag in de wereldpolitiek gebeurt is niet ver te zoeken. Componist Pascal Dusapin verwoordt het zo: "Opera is het al zingend hebben over wat ons allen verontrust."

Of neem mannen uit de hoogste kringen die achter de schermen met callgirls in bed duiken maar zich naar buitenuit voordoen als grote moraalridders? "La Traviata" van Verdi was #MeToo meer dan 150 jaar voor.

Opera doet dus ook nadenken, houdt een spiegel voor, is confronterend. En schuurt, lokt discussie uit. Soms is de vormentaal zo experimenteel of de vergelijking met vandaag zo doorgeschoten of eenzijdig dat alleen daarover al controverse ontstaat. Ook dan vervult opera de rol die kunst moet spelen: dwarsligger zijn, een spiegel voorhouden, doen nadenken. 

Macbeth underworld in De Munt. Baus/De Munt

Topsport x 7

Opera is ook nog eens topsport. Wat zeg ik: het is topsport tot de zevende macht. Het is om te beginnen een live concert met 40 tot 70 topmuzikanten in de orkestbak.

Daarbovenop is het ook een theaterstuk, met alles wat daarbij komt kijken. Er wordt tegenwoordig voluit geacteerd: zangers die minutenlang stokstijf staan te zingen behoren al lang tot het verleden. Wie feilloos de hoogste noten haalt maar niet kan acteren kan het schudden, die komt niet meer aan de bak in de hedendaagse opera.  

En dan moet je weten dat dat zingen op zich al een topdiscipline is. Het leven van operazangers is perfect te vergelijken met dat van olympische topatleten, of klasbakken in het wielrennen. Je moet fysiek tot het uiterste gaan, en het trainen stopt nooit. En als de regisseur daarom vraagt moet je dus ook achteroverliggend, in een houdgreep of kruipend over de grond dat volle stemvolume vanonder je middenrif kunnen halen. 

Dan heb je de kostuums. Die waren altijd al belangrijk in de opera, maar tegenwoordig bedenken de ontwerpers outfits die vaak een mengvorm van historisch en hypermodern zijn, en die niet zouden misstaan op de catwalks van grote internationale couturiers.

Het is nog niet gedaan. In de meeste opera’s heb je ook koorzang. De figuranten op het toneel moeten dus tegelijkertijd geoefende koorzangers zijn. Én dan komt er soms ook nog ballet bij. Ook als dat niet in het oorspronkelijke stuk voorzien was, worden er nu balletscènes in een opvoering verweven. En met betoverend effect, zoals vorig jaar in “Pelléas et Mélisande” van Opera Vlaanderen.  

Orkest, theater, zang, koor, ballet, kostumering, decor. Tel maar mee: topsport tot de zevende macht. En dat moet allemaal ook nog eens naadloos in elkaar grijpen als het raderwerk van een horloge. 

Zin gekregen? Begin rustig aan. Duik niet meteen in een zware Wagner, ga voor de meest toegankelijke verhalen zoals "Carmen", "L’Elisir d’Amore" of "Le Nozze di Figaro". Je zal trouwens verrast staan hoeveel deuntjes je spontaan herkent uit films of zelfs reclame: operamuziek is overal. 

Tot slot is naar de opera gaan altijd een beetje feestelijk. Je komt terecht in prachtige historische gebouwen, gezellig ouderwetse bonbonnières of pareltjes van hypermoderne architectuur. Je drinkt vooraf of in de pauze een glaasje bubbels. En er gaat niets boven die eerste noten van het orkest, in het donker, net voor het doek opgaat. Enjoy!

Don Carlos - Opera Vlaanderen. Annemie Augustijns