Nederland viert 150 jaar friet: "90 procent kans dat het toen een Belgische frituur was"

Nederland viert vandaag het 150-jarige bestaan van de friet. Het Nederlandse platform voor frituuruitbaters "frituurwereld" beweert dat juist anderhalve eeuw geleden de friet in Nederland is opgedoken. Volgens historicus Peter Scholliers (VUB), professor voedingsgeschiedenis, waren frietjes toen niet echt ingeburgerd in Nederland. België daarentegen had al een stevige "frietcultuur" midden negentiende eeuw. Het was misschien dus wel een Belg die deze allereerste frietjes verkocht. 

Van aardappel tot friet: een korte geschiedenis

De friet kent een lange geschiedenis en gaat terug tot de ontdekking van de aardappel eind zestiende eeuw in Amerika. Europese geleerden konden dit nieuwe gewas daarom moeilijk rangschikken.  Het zal daarom ook lang duren vooraleer Europeanen dit beschouwen als voedselproduct.  Aardappelen stonden namelijk gelijk aan voedsel van ‘wilden’ in de Nieuwe  Wereld. Deze groenten werden daarom vooral aan varkens gegeven, enkel tijdens hongersnoden durfde de bevolking weleens een gebakken aardappel te eten. 

De aardappel werd oorspronkelijk als iets slechts beschouwd. Een beetje zoals wij vandaag naar insecten als voedsel kijken

Prof. Peter Scholliers, historicus

Vanaf het einde van de achttiende eeuw werd de aardappel belangrijker als voedselproduct. Een Franse arts/geleerde Antoine Augustine Parmentier speelde hier een belangrijke rol in. Parmentier stelde dat aardappels goed voor de menselijke gezondheid waren. De gewassen zijn bovendien zeer makkelijk en goedkoop te kweken in Noord-West-Europa. Deze groenten bevatten ook een grote hoeveelheid aan vitamine C. 

Europeana

Tijdens de negentiende eeuw worden aardappelen steeds meer geapprecieerd in Europa. In België en Noord-Frankrijk was de gekookte, geschilde aardappel met een klontje boter bijvoorbeeld populair. Lokale kermissen begonnen daarop snel dit gewas op een exclusievere manier te brengen. Lokale kramers mikten vooral op de hogere klassen, aangezien de bereidingswijze zeer duur was.  Aardappelen werden gesneden in kleinere stukjes. Daarna werd er wat room of boter toegevoegd om hen tot slot te paneren in een kokend vet. Voilà, de eerste frietjes waren geboren.  

De eerste noemenswaardige vaststaande frituur in België was het frietkraam ‘Frieks’ van Frits Krüger. Krüger opende in 1838 het eerste Belgische frietkraam op de kermis van Luik.  Vanaf eind 19e eeuw spreken we dan ook van vaste frietkramen, die op steeds sneller tempo onder het brede publiek bekend raakte. Volgens historicus Yves Segers (KUL), gespecialiseerd in de voedingsgeschiedenis, is België het enige land met echte frietkoten: "De losstaande frituurbarakken vind je enkel in België. De slechte ordening van onze openbare ruimte heeft daar vast en zeker mee te maken."

Belgische frietkramers in Nederland?

Peter Scholliers beweert dat het eerste frietkraam in Breda (1867) misschien wel van een Belg zou zijn. “Bij ons waren frieten al 20 jaar ingeburgerd. Breda is uiteindelijk niet ver van Antwerpen. Het zou me niet verbazen dat er een Belgische vinger zou tussen zitten.” Yves Segers kan zich ook vinden in deze theorie.  Maar, het zou natuurlijk evengoed een Nederlandse marktkramer kunnen zijn die het in België heeft opgepikt.  Maar de kans blijft bestaan dat een Belg de frieten heeft geïntroduceerd in Nederland.