Sector verwacht geen al te grote gevolgen van tariefstijging dienstencheques: "Blijft schappelijke prijs"

De sector van de dienstencheques verwacht geen grote gevolgen nu die dienstencheque wat duurder wordt. Dat heeft de nieuwe Vlaamse regering beslist. Vandaag betaalt de overheid 30 procent van de dienstencheque terug, dat zakt naar 20 procent. Voor een dienstencheque van 9 euro zal u daardoor 7,2 euro betalen in plaats van 6,3 euro op dit moment. 

Directeur Paul Verschueren van Federgon, dat de dienstenchequebedrijven overkoepelt, vindt het niet onlogisch dat de dienstencheque duurder wordt: “Zowel de prijs als de fiscale aftrek zijn stabiel gebleven sinds 1 januari 2014. Het stelsel gaat dus sindsdien tegen die nettoprijs die de consument betaalt – die 6,3 euro – door het leven. Dus op zich is het niet onlogisch dat men sleutelt aan de prijs.”

De directeur van Federgon vindt het wel een forse prijsverhoging: “Ja, toch wel. Voor je eerste 163 dienstencheques zal je 7,2 euro betalen voor een uur huishoudhulp in plaats van 6,3 nu. Het belastingvoordeel daalt van 30 naar 20 procent. Procentueel is dat toch aanzienlijk. Maar 7,2 euro voor een uur huishoudhulp blijft natuurlijk een heel schappelijke prijs.”

In een eerste fase zou de vraag wel kunnen dalen, denkt de directeur. Dat leert hij uit een gelijkaardige tariefverhoging die in Wallonië werd doorgevoerd: “Er was een effect op de vraag, zeker in een eerste fase. Mensen zijn dan blijkbaar geneigd om iets minder uren per week af te nemen. Maar na enige tijd zien we toch dat de vraag zich lijkt te herstellen.”

Maar los van de vraag vindt de sector het ook belangrijk dat de Vlaamse regering oog heeft voor de dienstenchequebedrijven zelf: “Er is een probleem van rentabiliteit. Veel bedrijven staat het water aan de lippen. Wij vragen dat een deel van de extra inkomsten die het gevolg zullen zijn van de lagere belastingaftrek, terugvloeit naar de sector, dat dus de bijdrage van de overheid wordt verhoogd. Zodat de leefbaarheid van de bedrijven gegarandeerd wordt, en dus ook de tewerkstelling van die 90.000 huishoudhulpen. Dat het geen loutere besparingsmaatregel is.”