Video player inladen...

Meer kwaliteit, meer en betere leerkrachten en strenger hoger onderwijs: dit zijn de onderwijsplannen van Jambon I

De regering-Jambon I droomt van "excellent" Vlaams onderwijs. Want het is "de belangrijkste hefboom om elk talent te ontwikkelen en om er als samenleving collectief op vooruit te gaan". Hoe zien de onderwijsplannen van de Vlaamse regering er specifiek uit?

De nieuwe Vlaamse regering van de N-VA, CD&V en Open VLD wil naar eigen zeggen op vijf grote uitdagingen een antwoord bieden:

  • de kwaliteit van het onderwijs
  • het lerarentekort en hun status
  • de juiste begeleiding van kinderen op de juiste plaats
  • het capaciteitstekort
  • de studieduur in het hoger onderwijs

Om die uitdagingen aan te gaan, somde toekomstig minister-president Jan Jambon vanmorgen een aantal maatregelen op. Hoe die precies vorm zullen krijgen, is nog niet altijd duidelijk. Na een belronde horen we dat veel aangekondigde maatregelen nog uitgewerkt moeten worden door de nieuwe minister van Onderwijs. 

Kwaliteit

Kwaliteitsvol onderwijs, het is een nagel waar vooral de N-VA tijdens de verkiezingscampagne op bleef slaan. Dat begint al in het kleuteronderwijs. De nieuwe Vlaamse regering wil dat kleuteronderwijs dan ook "evenveel werkingsmiddelen" geven "als het lager onderwijs". Bijkomende kinderverzorgers zullen kleuteronderwijzers extra steun geven.

Opdat elk kind "echt gelijke kansen" krijgt, hamert de nieuwe regering op "de beheersing van een rijke Nederlandse taal". Kinderen met een taalachterstand zullen een taalintegratietraject moeten volgen "met een taalbadklas of een volwaardig alternatief". Op die manier wil de regering leerachterstand en schooluitval vermijden.

Archiefbeeld ter illustratie Hilde De Windt

Om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te testen, introduceert de nieuwe regering "gestandaardiseerde net- en koepeloverschrijdende proeven en aangescherpte eindtermen". Dus zowel in het officiële onderwijs (zoals het gemeenschaps- en stadsonderwijs) als in het vrij onderwijs (zoals bijvoorbeeld het katholiek onderwijs). Leerlingen zullen die "gestandaardiseerde proef" 4 keer moeten afleggen: 2 keer in het basisonderwijs en 2 keer in het secundair onderwijs. Op basis daarvan zal de kwaliteit van het gegeven onderwijs in de scholen worden afgemeten en zo nodig bijgestuurd worden.

De Vlaamse regering wil het aspect kennis verder opwaarderen. Maar ook vaardigheden, attitudes en persoonlijkheidsvorming zijn belangrijk. Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, zal ook de lerarenopleiding "opgewaardeerd worden".

Geen brede eerste graad

Zoals te verwachten viel gaat de brede eerste graad in het secundair onderwijs definitief op de schop. De nieuwe regering wil het huidige aanbod van aso, tso, kso en bso blijven garanderen en geen brede eerste graad uitrollen. In het lager onderwijs en bij aanvang van het secundair onderwijs moeten de leerlingen een bredere basisvorming krijgen, maar vervolgens moeten ze zo snel mogelijk kiezen en zich bekwamen. Dat zal de kwaliteit verhogen, aldus de regering.

Van 2 naar 1 uur levensbeschouwing: keuze aan de school

Tijdens de onderhandelingen was er sprake van om in het gemeenschapsonderwijs 1 uur godsdienst per week af te schaffen. In het regeerakkoord wordt die keuze opengelaten aan de scholen. "In de derde graad van het secundair onderwijs kan het gemeenschapsonderwijs overschakelen van 2 uur levensbeschouwing naar 1 uur levensbeschouwing en 1 uur interlevensbeschouwelijke dialoog."

Nieuwe leerkrachten aantrekken

De nieuwe regering wil het lerarentekort aanpakken door het beroep van leerkracht opnieuw aantrekkelijk te maken. "We streven naar maximale planlastvermindering en stappen af van de cultuur om alles te rapporteren." De regering wil nieuwe leerkrachten aantrekken door budget vrij te maken voor zij-instromers, mensen die voorheen een andere job uitoefenden, maar de overstap naar het onderwijs maken. Zij zullen een loopbaantraject krijgen en hun dienstjaren voor ze naar het onderwijs overstapten, zullen beter erkend worden.

Ook het tekort aan ruimte om les te geven wil de regering aanpakken. Ze zal "extra investeren in duurzame en ecologische schoolgebouwen". Een budget is daar nog niet op geplakt of niet bekendgemaakt.

Maximale vrijheid in keuze van de school

Wat de schoolkeuze betreft, gaat de regering-Jambon voor "maximale vrijheid" voor de ouders "om een school naar wens te kiezen voor hun kinderen". De dubbele contingentering wordt afgeschaft. Die hield in dat kansarme kinderen in de praktijk meestal voorrang kregen bij de inschrijving, om zo te vermijden dat er zogenoemde concentratiescholen ontstaan, scholen met vooral kansarme of vooral kansrijke kinderen. Dat systeem gaat dus op de schop. De principes zoals die nu voor het secundair onderwijs gelden, worden doorgetrokken naar het basisonderwijs.

Archiefbeeld ter illustratie

M-decreet (buitengewoon onderwijs) wordt afgeschaft

Het M-decreet wordt afgeschaft. Dat hield in dat kinderen uit het buitengewoon onderwijs meer in het gewone onderwijs terecht moesten kunnen. Het M-decreet is nu vier jaar van kracht. Maar in de praktijk bleek de ondersteuning voor de kinderen en leerkrachten in het gewone onderwijs vaak moeilijk of onvoldoende. Onder de regering-Bourgeois werd het decreet al bijgestuurd, waardoor meer leerlingen naar het buitengewoon onderwijs konden terugkeren en er iets meer ondersteuning kwam voor leerkrachten.

Deze regering schaft het M-decreet af en vervangt het door "een echt begeleidingsdecreet voor kinderen met zorgnoden én hun leerkrachten". Wat dat begeleidingsdecreet precies zal inhouden, is werk voor de nieuwe minister. In elk geval wil de nieuwe regering een "pragmatische en realistisch invulling geven aan de begeleiding van kinderen met zorgnoden": ze kunnen gewoon onderwijs volgen indien mogelijk, maar "kwaliteitsvol buitengewoon onderwijs indien nodig". De zorg van het kind zal hoe dan ook het eerste criterium blijven, horen we, net als de draagkracht van de school.

Oeverloos lang studeren in hoger onderwijs tegengaan

Hoewel het hoger onderwijs volgens de regering-Jambon internationaal "bijzonder sterk" scoort, wil ze "de flexibilisering terugdringen in het belang van studenten, ouders en docenten". Onder meer de lange studieduur van veel studenten is een doorn in het oog van de politiek. De nieuwe regering wil dat vermijden door een soort "knip" tussen de bachelor- en de masteropleiding in te voeren. Dat betekent dat je nog geen mastervakken zal kunnen opnemen, zolang je niet geslaagd bent voor de bachelor. Mogelijk komen daar wel uitzonderingen op, horen we, voor vakken die niet van dermate groot belang zijn voor de master.

Wie hoger onderwijs wil volgen, zal op termijn voor elke of bijna elke opleiding een "niet-bindende toelatingsproef" moeten volgen. Niet-bindend dus, maar wel richtingaangevend. Voor verschillende opleidingen bestaan die al, maar lang niet voor alle. De vraag is in welke mate dat werkbaar zal zijn voor élke opleiding. De regering streeft er alvast naar om die voor zoveel mogelijk opleidingen in te voeren. Aan die niet-bindende proef zou een "remediërings- of heroriënteringstraject" gekoppeld worden.

Studenten die in het hoger onderwijs starten, zullen zich ook voor minstens 50 studiepunten moeten inschrijven en slagen voor de helft daarvan. Een volwaardig studiejaar is nu meestal 60 studiepunten. Slagen ze niet voor de helft ervan, dan moeten ze veranderen van studierichting. Voor eerstejaars zouden universiteiten wel een uitzondering kunnen voorzien, zodat studenten toch kunnen dubbelen.

Bekijk het verslag uit "Het Journaal" hier:

Video player inladen...
Archiefbeeld ter illustratie