9 oktober 1944: op een kladbriefje verdelen Churchill en Stalin Europa onder elkaar 

In de nacht van 9 oktober 1944 werd het lot van miljoenen Europeanen op enkele minuten beslecht. Op een stukje papier verdeelden de Britse premier Winston Churchill en de Sovjet-dictator Jozef Stalin met z'n tweetjes Oost-Europa onder elkaar. Op twee minuten was het allemaal beklonken. Roemenië, Bulgarije, Joegoslavië en Hongarije belandden voor tientallen jaren in de communistische invloedssfeer, de Grieken kwamen in het vrije Westen terecht. 

Op maandag 9 oktober kwam de Britse premier Winston Churchill aan in Moskou. Hij was doodmoe. Zondagochtend vroeg, net na middernacht was hij vertrokken vanop de militaire luchthaven Northolt ten westen van Londen. Er waren tussenlandingen in Napels – hij zag uit zijn raampje nog de lavastromen op de Vesuvius die kortgeleden uitgebarsten was - en in Caïro.

Tegen maandagmiddag plaatselijke tijd landde het toestel in Moskou. Toen had Churchill dus twee nachten in een vliegtuig doorgebracht – en had hij de laatste 60 uur zonder noemenswaardige slaap doorgebracht. Geen evidentie voor een man die twee maanden later 70 jaar zou worden.

Dezelfde avond nog om tien uur had hij een eerste ontmoeting met de Sovjet-dictator Jozef Stalin die drie uur zou duren. Zoals altijd bij de Russen vloeide de drank rijkelijk, en Churchill liet zich niet onbetuigd.

Persoonlijke ontmoetingen

De twee waren niet alleen, behalve twee tolken waren ook de Britse en de Russische ministers van Buitenlandse Zaken Eden en Molotov aanwezig, en de Britse ambassadeur in Moskou Clark Kerr. Maar de Amerikanen waren er op dat moment niet bij, om onduidelijke redenen was ambassadeur Harriman die avond afwezig.

Churchill geloofde heilig in persoonlijke ontmoetingen. “Telegrammen zijn dode, witte muren, in vergelijking met persoonlijk contact”, zei hij. En er lagen lastige kwesties op tafel.

Karikatuur van de Egyptisch-Armeense tekenaar Saroukhan: "Hitler tussen de twee vuren van sigarenroker Churchill en pijproker Stalin".

Nog lang voor de eindoverwinning van de geallieerden een feit was, hielden de grootmachten zich al bezig met de opdeling van het Europese continent in invloedssferen: welke landen mochten tot de Westerse invloedssfeer gerekend worden, en tot waar mocht de Sovjetunie haar invloed doen gelden, als de gemeenschappelijke vijand nazi-Duitsland definitief verslagen was?

Wat moest er gebeuren met de Balkanlanden Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Joegoslavië? Waar kwam Griekenland terecht? En dan had je de kwestie-Polen, waar de Russen een marionettenregering hadden geïnstalleerd, terwijl er ook een Poolse regering in ballingschap in Londen resideerde. 

Het was hét moment om zaken te doen.

Winston Churchill

Ondanks het late uur en de hoeveelheid achterovergeslagen alcohol had Churchill het stellige gevoel dat hij nù het ijzer moest smeden terwijl het heet was. Hij was beducht voor de machtshonger van Stalin en het communisme nà de oorlog. Stalin was deze avond blijkbaar in een goede bui. En Churchill wilde hem met alle geweld bewijzen dat Amerika en het Verenigd Koninkrijk – de kapitalistische geallieerden - niet per definitie samenspanden tegen de communistische Sovjetunie. “The moment was apt for business”, het was hét moment om zaken te doen, schreef Churchill in 1954 in zijn memoires.

Churchill zei tegen Stalin: “Laten we onze zaken in de Balkan regelen. Jullie legers zijn in Roemenië en Bulgarije. Wij hebben daar belangen, gezantschappen en zaakwaarnemers. Laten we elkaar niet voor de voeten lopen. Voor zover het over het Verenigd Koninkrijk en Rusland gaat: wat zou je ervan denken dat jullie 90 procent overwicht hebben in Roemenië, en wij 90 procent in Griekenland, en dat we Joegoslavië fifty-fifty doen?”

Het beruchte "onfatsoenlijke papiertje": "the naughty document".

Terwijl dit vertaald werd voor Stalin, nam Churchill een stukje papier en krabbelde er in potlood op:

Roemenië: Rusland 90%, de anderen 10%. Griekenland: Groot-Brittannië 90%, de anderen 10%. Hier trok hij even later met rood een streep door “de anderen” en verving dat door “Rusland”. En bij Groot-Brittannië voegde hij toe: “met het akkoord van de USA”. Dan volgde nog: Joegoslavië 50/50. Hongarije 50/50. Bulgarije: Rusland 75% en de anderen 25%. 

Blauw vinkje

Toen schoof hij het briefje door naar Stalin. Die zei niets. Maar hij nam een blauw potlood en zette een vinkje op het papier. Weliswaar naast de eerste regels, maar het was duidelijk dat hij de hele inhoud goedkeurde. 

“Toen viel er een lange stilte”, herinnerde Churchill zich later. “Het papiertje lag in het midden van de tafel. Op de duur zei ik: “Zou het niet als behoorlijk cynisch beschouwd worden als blijkt dat we ons op zo’n nonchalante manier hebben afgemaakt van deze zaken, die het lot van miljoenen mensen bezegelen? Laat ons dat papiertje verbranden.” “Neen, hou het maar bij”, zei Stalin.”

Churchill beschouwde dat als een vriendelijke geste: blijkbaar had Stalin er geen moeite mee dat Churchill het bewijs van hun afspraak op papier kon bewaren.  

Duitse karikatuur van Churchill en Stalin. "De waterschuwe Winston" verwijst naar de lange aarzeling van Churchill om een tweede front te openen in West-Europa, niettegenstaande lang aandringen van Stalin.

En Polen?

Vreemd genoeg stond er niets op dat papiertje over Polen. Dat land had enorm geleden, zowel onder de nazi’s als onder de Sovjets. En vele duizenden gevluchte Polen hadden zich aangesloten bij de geallieerden en waren bij bosjes gesneuveld.

De Polen werden er niet voor beloond, ze verdwenen na de oorlog onder de donkere invloedssfeer van de Sovjetunie. Vermoedelijk had de Realpolitik, het nuchtere politieke inzicht Churchill tot de slotsom doen komen dat hij nooit én Polen én Griekenland uit de brand zou slepen bij Stalin. Hij besefte wellicht dat hij moest kiezen. 

Er zijn nog latere conferenties geweest tussen de grote mogendheden die de oorlog hadden gewonnen, in Jalta en in Potsdam, waar deze zaken verder uitgeklaard werden. Maar de eerste contouren van het naoorlogse Europa werden dus - in grote trekken - op die avond getrokken, en Churchill en Stalin hadden dat eigenlijk onder hun tweeën in minder dan twee minuten bedisseld. Churchill had daarover vooraf noch met het parlement noch met zijn regering overlegd, en ook de Amerikanen kwamen pas achteraf te weten wat er achter hun rug afgesproken was. 

De Britse premier Churchill, de Amerikaanse president Roosevelt en de Sovjet-dictator Stalin op de conferentie van Jalta, februari 1945.

IJzeren Gordijn

Na de oorlog,  op 5 maart 1946 zou Churchill die opdeling van Europa treffend beschrijven in een toespraak aan het Westminster College in Fulton, in de Amerikaanse staat Missouri. Hij gebruikte toen de uitdrukking “IJzeren Gordijn” (een term die vermoedelijk voor het eerst gebruikt werd door onze eigen Belgische koningin Elisabeth voor de situatie die in 1915 tussen haarzelf en haar Duitse familie bestond).

Churchill zei toen: "Van Stettin aan de Oostzee tot Triëst aan de Adriatische Zee, is een “ijzeren gordijn” neergelaten dwars door het Europese continent. Achter die lijn liggen alle hoofdsteden van de oude staten van Centraal- en Oost-Europa. Warschau, Berlijn, Praag, Wenen, Boedapest, Belgrado, Boekarest en Sofia; al deze beroemde steden en de bevolkingen eromheen, liggen binnen de Sovjetsfeer en zijn alle in een of andere vorm onderworpen, niet alleen aan de Sovjetinvloed, maar in grote en steeds grotere mate aan directe beheersing door Moskou." 

Die toestand, met alle gevolgen van dien voor de inwoners van die landen, zou voortduren tot de val van de Berlijnse Muur in 1989. En dat begon allemaal met dat kladbriefje op die benevelde avond in Moskou, op 9 oktober 1944.

Het “naughty document” of “onfatsoenlijke papiertje” zoals Churchill het noemde staat nu bekend als het “Percentages agreement”. Het document is al die jaren bewaard gebleven, en is voor het eerst publiek tentoongesteld in april van dit jaar in de Nationale Archieven in Londen.  

Karikatuur uit de Daily Mail van maart 1946 als commmentaar op de" ijzeren gordijn"-toespraak van Churchill