Waarom is Nafi Thiam zo'n superatlete? Goede genen en juiste instelling, tot recept tegen druk

Vanavond begint Nafi Thiam aan haar zevenkamp op het wereldkampioenschap atletiek in Doha. Als haar elleboog het houdt, lijkt niets haar van een nieuwe triomf te kunnen houden. Thiam heeft al een olympische, Europese en wereldtitel op zak, en kan in Qatar haar wereldtitel verlengen. Maar wat maakt haar nu eigenlijk tot zo'n absolute topatlete? 

De meerkamp in open lucht bestaat bij de vrouwen uit zeven disciplines: 100 meter horden, hoogspringen, kogelstoten en 200 meter op dag 1, en verspringen, speerwerpen en 800 meter op dag 2, altijd in die volgorde. In zaal zijn het maar vijf disciplines, maar de grootste afspraken zijn in open lucht.  

Goede genen, zowel van vader als van moeder

Een hoog niveau haal je door hard te trainen, maar je moet ook de nodige aanleg hebben. Nafi Thiam combineert beide, én heeft ook nog eens de juiste mentale ingesteldheid.

Maar eerst en vooral de genen dus. Thiam heeft een Belgische moeder en een Senegalese vader. Van haar vader, die zelf groot was van gestalte, heeft ze dus een deel van haar atletisch vermogen gekregen. Maar ook haar moeder deed een duit in het zakje: zij was meer dan gemiddeld sportief, en werd op latere leeftijd zelfs wereldtop in de meerkamp bij de veteranen. 

Sterk in de breedte: goed in (bijna) alles en absolute top in sommige nummers

Thiam heeft bijna geen zwakke punten in de zevenkamp. Daardoor scoort ze overal goede punten en komt ze uitstekend uit de verf. Haar zwakste onderdeel, de 800 meter, is traditioneel de afsluiter van de zevenkamp. Maar meestal heeft ze dan al zoveel voorsprong op de andere atletes, dat ze het zich perfect kan permitteren om daar tijd te verliezen. 

Door haar elleboogblessure die regelmatig de kop opsteekt, kan het speerwerpen een zwak onderdeel zijn voor haar, maar als ze toch een goede worp doet, is dat nadeel uitgewist. 

In het hoogspringen en verspringen is Thiam (ook in de individuele nummers) wereldtop

Anderzijds is Thiam wereldtop in het hoogspringen. In die mate zelfs dat ze ook deelneemt aan individuele nummers - met atletes die zich enkel daarop concentreren - en daar niet eens uit de toon valt, integendeel. Thiam deed op de afgelopen Ivo Van Damme-Memorial nog mee aan het hoogspringen, en heeft met 2,02 meter een ijzersterk persoonlijk record. Meer nog, binnen de meerkamp zelf is dit een wereldrecord. Door bij dat hoogspringen - het tweede onderdeel - telkens te pieken, verzamelt Thiam al meteen veel punten en duwt ze de concurrentie in de rol van achtervolgers. 

Ook in het verspringen is Thiam bijzonder sterk. De jongste tijd maakte ze daar een positieve evolutie mee. In augustus verbeterde ze nog het Belgisch record verspringen in Birmingham, door er 19 centimeter bij te doen en het naar 6,86 meter te brengen. Thiam klopte daar niemand minder dan Katarina Johnson-Thompson, een van haar grote rivales.

Bovendien voldeed ze daarmee aan het olympisch minimum van 6,82 meter op het individuele nummer: in theorie zou Thiam op de Olympische Spelen individueel dus ook aan het hoogspringen en het verspringen kunnen meedoen, maar zij haalt die minima gewoon als meerkampster: ongezien.  

De juiste instelling: niks cadeau gekregen in haar jeugd

Thiam heeft geen makkelijke jeugd gehad. Haar vader verliet het kroostrijke gezin toen ze nog heel jong was en haar moeder moest het alleen zien te rooien. Veel gaan trainen was toen niet evident: vaak kwam ze na het trainen pas heel laat thuis, en moest voor haar trainingen lang op de trein zitten. Maar Thiam zette door, omdat ze een ijzeren wil had.

Dat Thiam een harde werker is, blijkt ook uit het feit dat ze jarenlang topsport combineerde met haar studies geografie, al heeft ze onlangs wel haar Bachelor behaald aan de universiteit van Luik. Thiam heeft wat in het Frans "la niaque" heet: de grinta of verbetenheid die eigen is aan een topsporter. 

Druk wordt vakkundig afgeblokt: "Je kan alleen maar je best doen"

Thiam slaagt er ook in om de druk af te houden door het allemaal te relativeren - "ik kan enkel mijn best doen" - en zich niet gek te laten maken door haar omgeving. Ze creëert daarvoor een bubbel en lijkt er goed in te slagen om de druk af te houden - al kunnen wij natuurlijk niet in haar hoofd kijken. Typerend was een citaat dat Thiam postte op de vooravond van het WK Doha: "Ik ga nooit naar een wedstrijd met de verwachting te winnen, ik ga wel altijd met het voornemen er voor te vechten". 

Voor Thiam is er duidelijk ook meer in het leven dan de topsport. Zo is ze ook ambassadeur bij Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties. 

Ik denk nooit op voorhand dat ik zal winnen, maar ik ga er wel voor vechten

Het voordeel van de continuïteit: van coach wisselen is niet haar ding

Je hebt topsporters die om de haverklap van trainer wisselen, maar daar niet altijd beter van worden. Thiam werkt al jarenlang samen met Roger Lespagnard, die vrijdag 73 wordt. Lespagnard was in zijn tijd geen onaardig tienkamper en mocht zelfs drie keer naar de Olympische Spelen. Thiam kiest voor die vaste basis. 

Thiams succes is het resultaat van langzaam maar zeker opbouwen. Het beste bewijs zijn haar lange en vele trainingen toen ze nog tiener was, en haar wereldrecord bij de juniores - dat evenwel niet gehomologeerd kon worden omdat er gewoonweg geen dopingcontrole was voorzien. Pech voor Thiam, en iets wat haar daarna wellicht extra gemotiveerd heeft. 

Meest gelezen