NICOLAS MAETERLINCK

Zijn maatregelen over inburgering wel nodig? Zullen ze werken? En is het allemaal wettelijk?

Het luik over inburgering en integratie was een van de meest bediscussieerde passages uit het regeerakkoord. De vraag is of het allemaal wel zo uitvoerbaar is, met maatregelen die misschien contraproductief werken. Er zijn veel vragen mogelijk. Zoals ook deze: is het allemaal wel wettelijk? En wil de bevoegde minister, Bart Somers, wel hetzelfde als de N-VA van minister-president Jan Jambon?

analyse
Fabian Lefevere
Fabian Lefevere is VRT-journalist en volgt de politieke actualiteit op de voet

Inburgering en integratie zijn een absoluut speerpunt van het werkstuk van Jan Jambon en co. Kan moeilijk anders, de goegemeente interpreteert het signaal van de kiezer als uiting van een breed ongenoegen over de migratie- en integratiepolitiek van de voorbije jaren. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat er een fors - en meteen ook omstreden - hoofdstuk over inburgering in het Vlaams regeerakkoord geschreven zou worden.

Om meteen maar met de kritiek van de oppositie te beginnen:  de slagschaduw van Vlaams Belang zou over dit akkoord hangen. Kil, koud en héél erg rechts. Maar naast die discussie rijzen zakelijker vragen. Is dit akkoord over inburgering en integratie uitgebalanceerd? Kan het werken? En, niet onbelangrijk, is het allemaal wel wettelijk?

Is dit allemaal wel proportioneel?

Laat ons beginnen bij een van de meer offensieve maatregelen uit dit regeerakkoord: de moeilijkere toegang tot een sociale woning. Alleen wie de laatste tien jaar vijf jaar onafgebroken woonde in de gemeente waar hij of zij een sociale woning wil, kan er een krijgen. Dit maakt het moeilijk voor Belgen uit een andere gemeente, maar het mag duidelijk zijn dat die verblijfsvoorwaarde bedoeld is om buitenlanders – nieuwkomers – zo veel mogelijk uit de sociale wijken te houden.

Deze maatregel haakt in op een punt dat Vlaams Belang al enige tijd maakt. De partij van Tom Van Grieken voert al jaren quasi onophoudelijk campagne over sociale woningen en doet dat niet voor niets. Loop even rond in de wijken en je hoort vaak  eenzelfde klacht: vreemdelingen krijgen voorrang op de eigen mensen en palmen onze sociale woningen in. De toewijzing ervan zorgt bij veel kiezers voor een gevoel van onrechtvaardigheid. 

Vlaams Belang wil sociale woningen voorbehouden aan wie de Belgische nationaliteit heeft én Nederlands spreekt. Zo ver stapt deze regering niet mee in het verhaal - Theo Francken deed het trouwens af als juridische "lulkoek". Maar met haar eigen maatregel komt de ploeg rond Jan Jambon voor een stuk wél tegemoet aan de verzuchtingen van veel VB-kiezers.

De vraag is dan: kloppen de verhalen wel? Krijgen nieuwkomers voorrang? Het antwoord is simpel: neen.

Mensen met een nationaliteit van buiten de EU wachten gemiddeld ruim 150 dagen langer op een sociale woning dan Belgen

De regels zijn dezelfde voor Belgen en buitenlanders. In de praktijk is het voor buitenlanders, zeker van buiten de EU, zelfs moeilijker om een sociale woning op de kop te tikken. Kijk even naar de grafieken van de wachttijden: mensen met een nationaliteit van buiten de EU wachten gemiddeld ruim 150 dagen langer op een sociale woning dan Belgen.

(Lees verder onder de grafiek)

Een andere grafiek wijst uit dat het percentage buitenlanders – en we spreken over mensen met een andere nationaliteit, niét over allochtone Belgen – wel aan de hoge kant is. In 2018 waren het er 19.636 op een totaal van 123.764, of 15,8 procent.  Dat is meer dan de 9 procent buitenlanders die begin 2019 in het Vlaams Gewest woonden. En weerom: het gaat over buitenlanders dus, niet Belgen van buitenlandse afkomst, want die cijfers worden niet (altijd) bijgehouden. 

(Lees verder onder de grafiek)

Er zijn redenen te verzinnen dat buitenlanders proportioneel meer opduiken in de sociale wijken. Soms wordt bijvoorbeeld voorrang gegeven aan grotere gezinnen, en de demografie is wat ze is. Maar bovenal, buitenlanders zijn oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken, veel nadrukkelijker dan het geval is in de sociale wijken. In gezinnen met een buitenlandse moeder ligt de kansarmoede-index bij kinderen op 33,6 procent. Voor kinderen met een Belgische moeder is dat 6 procent.

Er zijn redenen te verzinnen dat buitenlanders proportioneel meer opduiken in de sociale wijken

De vraag rijst dan ook of deze maatregelen wel proportioneel zijn. Of ze niet op de eerste plaats zijn bedoeld als signaal naar een groep van ontevreden kiezers. Hetzelfde geldt voor de toegang tot de Vlaamse sociale zekerheid, in de praktijk de ouderen- en gehandicaptenzorg. Daar heeft zelfs niemand zicht op de ware omvang van de situatie. Rondvraag bij de bevoegde instanties leert dat er geen overkoepelende cijfers bestaan over het aantal buitenlanders dat van de Vlaamse zorg geniet. 

Is het ook productief?

Nog zo’n fel bediscussieerde maatregel: inburgeraars moeten voortaan zelf betalen voor hun inburgering, tot 360 euro voor wie in Vlaanderen aankomt. De vraag hier is: wat zal het effect daarvan zijn? Speelt hier de bekommernis om een betere en diepgaandere inburgering, of is het een signaal naar de kiezer? En tegelijkertijd een ontradende maatregel om nieuwkomers weg te houden van het Vlaamse grondgebied?

Bijna net zo veel nieuwkomers die niet verplicht zijn burgeren in als nieuwkomers die wél verplicht zijn

Laat ons nog eens kijken naar de cijfers. Wie burgert op dit moment in? Mensen die daartoe verplicht zijn, uiteraard, die dus van buiten de EU komen. Maar er burgeren bijna net zo veel mensen in die daar niét verplicht toe zijn, omdat ze een EU-nationaliteit hebben. Die EU-burgers vormen tegelijkertijd ook de grootste nieuwkomers. De top 10 herkomstlanden van nieuwkomers zijn met uitzondering van Marokko en Syrië allemaal EU-landen.

(Lees verder onder de grafiek)

Van de totale groep EU-burgers, die dus niet verplicht zijn om in te burgeren doet een klein derde dat: in 2016 – het voorlopig laatste jaar met volledige cijfers – ondertekende 29% van hen een inburgeringscontract, tegenover 88% van zij die daartoe verplicht zijn, de niet-EU-burgers dus. 

De cijfers van vrijwillige inburgering voor mensen met een EU-nationaliteit kunnen dus nog opgekrikt worden. Of dat zal gebeuren met deze maatregel? Wie plots moet betalen voor iets wat niet verplicht is, zal niet langer geneigd zijn in het lessenpakket te stappen. Dat kan het averechtse effect hebben dat almaar meer mensen uit de grootste groep van nieuwkomers zullen afhaken als het op inburgering aankomt. Minder inburgering dus, in plaats van meer.

De maatregelen lijken vooral ontradend bedoeld, op de inburgering zelf zouden ze een negatief effect kunnen hebben

Het lijkt er sterk op dat deze maatregel op de eerste plek ontradend bedoeld is. Vlaanderen heeft op deze manier een omweg gevonden om de toegang tot het grondgebied te beperken, waar ze in principe niets over te vertellen heeft omdat dat een federale bevoegdheid is. Maar het kan dus ten koste gaan van de inburgering.

Dat wijst overigens ook op een probleem in de Belgische staatsstructuur: integratie is Vlaams en immigratie federaal, en het ligt niet altijd voor de hand om dat op een ordentelijke manier op elkaar af te stemmen.

Een probleem dat ook opduikt bij de Vlaamse terugtrekking uit Unia. Maar Unia blijft voor federale bevoegdheden wel actief in Vlaanderen. Voor verschillende daden van racisme zullen slachtoffers – of wie denkt dat te zijn – zich dus tot verschillende centra moeten wenden. Weerom de vraag dus: hoe productief is dat?

Is het allemaal wettelijk?

Behalve de vraag of de maatregelen proportioneel en productief zijn, rijst meteen bij de start van Jambon I de vraag of alles wel even wettelijk en dus uitvoerbaar is. Ook al meldden de onderhandelaars meteen na hun nachtelijke vergadering van afgelopen zondag dat alles juridisch afgetoetst is.

Dat zal wel zo zijn, maar sommige passages zijn op zijn minst juridisch wankel en dus aanvechtbaar. In een gepolariseerd Vlaanderen, met bovendien veel mondiger burgers dan vroeger, kun je er gif op innemen dat er de komende jaren bittere juridische gevechten geleverd zullen worden over het luik inburgering en integratie.

Neem nu de passages over de toegang tot de Vlaamse sociale zekerheid - gehandicaptensteun en ouderenzorg - en sociale woningen, die aan strenge(re) verblijfsvoorwaarden worden gekoppeld. En nog zo’n moeilijke: asielzoekers hebben na hun erkenning niet langer met terugwerkende kracht recht op de kinderbijslag tijdens hun procedure, die gemiddeld 12 maanden duurt.

De grondwet – het artikel 23 - schrijft voor dat er niet getornd mag worden aan de sociale bescherming van de burger behalve als dat een noodzakelijk maatschappelijk doel dient. Je mag er op het vlak van sociale bescherming enkel op vooruit gaan of gelijk blijven, een achteruitgang kan niet. En omdat er hier bijkomende beperkingen worden opgelegd, lijkt dat wél het geval. 

De grondwet schrijft voor dat er niet getornd mag worden aan de sociale bescherming van de burger 

Freek Louckx, expert in sociale zekerheidsrecht van de universiteit Antwerpen, verwacht problemen.  In De Wereld Vandaag op Radio 1 zei hij deze week dat wie deze maatregelen wil aanvechten bij het Grondwettelijk Hof een goede kans op slagen heeft. Er is namelijk een precedent: het Grondwettelijk Hof vernietigde begin dit jaar de federale regeringsmaatregel om de inkomensgarantie (IGO) voor ouderen aan een verblijfsvoorwaarde – tien jaar in België, waarvan 5 onafgebroken – te koppelen. Het klinkt bekend in de oren.

Dat IGO, een maatregel van de federale regering, is een uitkering voor 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken. Maar die inkomensgarantie werd door een aantal gepensioneerden misbruikt om er zich in het zonnige zuiden mee te vestigen, en dus kwam er een beperking. Maar begin dit jaar schoot het Grondwettelijk Hof die beperking af op basis van onder andere artikel 23.

Sommigen staan al te popelen voor een confrontatie met het Grondwettelijk Hof

Het is moeilijk in te denken dat de regeringsonderhandelaars niét op de hoogte waren van dit precedent. Waarom ze er dan toch mee doorgaan? Misschien hebben ze valabele juridische argumenten, of misschien zijn ze ook wel uit op een confrontatie met de rechters van het Grondwettelijk Hof. 

Want dat er ter rechterzijde al eens gefoeterd wordt over activistische rechters en het Grondwettelijk Hof, is een understatement. Jean-Marie Dedecker bijvoorbeeld, verkozen als Kamerlid op een N-VA-lijst maar ook wel criticus van die partij, opende deze week in zijn column in Knack al een aanval op artikel 23 en het Grondwettelijk Hof.

Hij verwees expliciet naar de inkomensgarantie voor ouderen en omschreef de politiek benoemde rechters als wereldvreemd en dichtte ze een “poco” en sociaaldemocratische stempel toe. Het Hof noemde hij een “asielcentrum voor uitgerangeerde politici”.  Het kan een voorbode zijn van het gevecht dat over deze maatregelen uitgevochten zal worden. 

Wordt de soep zo heet gegeten?

Dat valt allemaal nog te bezien, natuurlijk. Op dit moment ligt een regeerakkoord voor, niet meer dan dat. Heel veel details moeten nog ingevuld worden, alles moet nog in beleidsplannen en uiteindelijk in decreten worden omgezet. Veel zal afhangen van de bevoegde minister, Open VLD’er Bart Somers. 

En zou ook dat problemen kunnen geven? Zijn de ambities van N-VA wel dezelfde als die van Somers, die in Mechelen vaak een zachtere toon voerde dan die van het regeerakkoord?